Papa’s reis van Polen naar Amsterdam 1940-1947

logo Ephraim vertelt, met twee diamantjes op de i

Mijn grootvader Ephraim Goldstoff woonde in Krakau. In 1940 besloot hij met zijn gezin niet naar het getto te gaan, maar uit te wijken naar zijn vakantiehuis in Wisnicz. 

Naast hen in Wisnicz woonden Duitse soldaten die de twee zussen van mijn vader erg aardig vonden. Ze waren goed voor de familie. Mijn vader werkte in een grote garage waar een paar honderd Joden materieel repareerden voor de Duitse bezetter.

De garagehouder was zeer pro-Joods. Op enig moment kwam de SS en vorderde ‘zijn’ Joden. De garagehouder wilde zijn Joodse personeel niet afstaan, zij werkten immers voor het Duitse leger. Zonder hen konden de legervoertuigen niet worden gerepareerd. 

De Joden moesten toch mee. De hele Joodse bevolking van Wisnicz werd bijeengedreven naar een groot terrein waarna ze werden gedeporteerd naar Bochnia. 

Mijn vader verstopte zich met een boek achter het gordijn.

De Joden kwamen terecht in een werkkamp. Als ik me goed herinner, moest mijn vader, een jongeman toen, achter een elektrische naaimachine werken. Hij zat achter de machine, maar er was geen stroom. Hij moest toch zogenaamd werken. Mijn vader vond ergens een boek. Hij was een boekenwurm. Hij verstopte zich achter een gordijn en werd volledig meegezogen door het verhaal.

Er was een controle door de SS. Zijn werkplek was leeg. Ze vonden mijn vader lezend achter het gordijn. Hij werd meegenomen om te worden geëxecuteerd. 

Alle Joden van de fabriek moesten in een grote cirkel om hem heen staan. Hij kreeg eerst stokslagen. Hij gaf geen kick. Daarna werd hij aan zijn handen vastgebonden aan een paal.

De Obersturmführer nam zijn wapen om mijn vader af te maken.

Er stond een Joodse KaPo’er naast hem, Joodse kamppolitie. Die sprak de kampcommandant aan. Je hebt vanmorgen toch al iemand doodgeschoten, dat was het dagelijks terugkerend ritueel om voor het ontbijt een willekeurige Joodse gevangene af te maken.

Deze man is zo sterk, je hoorde hem niet toen hij werd geslagen. Ik denk dat jullie meer aan hem hebben als levende  sterke Jood dan aan een dooie Jood. 

De commandant bedacht zich en stopte zijn wapen terug in zijn holster. Mijn vader kon vertrekken. Toen kreeg hij nog een pak slaag van de KaPo’er. Ben jij helemaal gek geworden om een boek te gaan lezen. Het is hier geen vakantieoord. Houd je aan de kampregels dan kun je misschien overleven.

Toch werden alle Joden op transport gezet van Bochnia naar Auschwitz.

Widoej zeggen in Auschwitz

Op het perron werd door de familie Goldstoff gezamenlijk het Widoej gezegd. Het gebed van de schuldbelijdenis, dat op Jom Kippoer wordt uitgesproken maar ook voordat iemand sterft. *

Dit was de laatste reis in hun leven, zo werd dat aangevoeld.

*de inhoud van het Widoej

In Auschwitz vond de selectie plaats door dr. Josef Mengele. Links, rechts, links, rechts enzovoort. Mijn vader nam afscheid van zijn familie die rechtstreeks naar de gaskamers werd afgevoerd.

Dat wist mijn vader toen nog niet. Hij kwam in het kamp en werd aangesproken door een man in gestreepte kampkleding.

Weet je wie ik ben? Vroeg de man. Ik was een vriend van je vader.

Draai je eens om, zie je die grijze rookwolken? Neem maar afscheid, dat zijn je ouders en twee zusters. Ik stel je nu een vraag. Wil je dood of wil je leven. Mijn vader was confused. 

Twee eitses

Ik wil leven, was zijn antwoord. Ik zal je twee eitses, (raadgevingen) geven. Als je je daar niet aan houdt ben je dood. Je krijgt hier iedere dag een kom met ‘soep’, een aftreksel van aardappelen, ui en wat schillen van een groente. 

Je krijgt een soort van koffie gemaakt uit plantenwortels. Het is allemaal goor. Je krijgt ook iedere dag een broodkorst. Alles bij elkaar is het net genoeg om te kunnen overleven.  “Je moet niet meer willen,” begrijp je wat ik je zeg. Je moet niet meer willen. Je vervalt niet tot een beest. Je zult zien dat hier iedere paar minuten iemand dood neervalt door ziekte of uitputting. 

Als gieren komen häftlingen (gevangenen) op het lijk af.

Ze slaan elkaar de koppen in om bij een hand van een overledene te komen. In die hand zit altijd een stukje brood. 

Mensen vervallen tot beesten. Ik heb je gezegd: je moet niet meer willen. Dat voedsel dat je hebt gekregen, daar ga je het mee redden. Daarop focus je je. Laat die anderen elkaar maar de kop inslaan. 

Ten tweede moet je je iedere dag wassen of douchen. Als je een keer overslaat, ben je dood. Hoe zwak je ook bent, je gaat iedere dag, ook met je laatste krachtinspanning, onder de douche.  

Want daarna is het appèl. Als je te zwak bent om daar te verschijnen, word je onmiddellijk afgevoerd en vergast. Dus jij gaat iedere dag na je schoonmaakbeurt naar het appèl, dan zul je overleven. 

Mijn vader beloofde zich aan de ‘spelregels’ te houden.   

Ik wil hier in dit stuk verder niet in details treden. Papa kwam in de mijnen terecht. Hij raakte gewond en kwam in de ziekenbarak om zich te laten verbinden. Kwam voor een tweede keer met tyfus en difterie. Toen hij was hersteld vroeg de Joodse arts of hij zijn assistent wilde worden. 

Papa kreeg goed te eten en gaf de resten van het eten midden in de nacht aan behoeftigen. Hij was daar tot eind december 1944. Toen werd het kamp ontmanteld en werd hij per trein op transport gesteld naar Mauthausen.

Wordt vervolgd


Over Ephraïm Goldstoff 103 Artikelen
Ephraïm Goldstoff (1949) groeide op in de oude Joodse Plantagebuurt tegenover Artis. Na het Maimonides volgde hij verschillende opleidingen in de diamantwereld. Goldstoff vervult vele bestuurlijke functies onder meer voor Bnei Akiwa, Oost-Joods Verbond, OSE (Organisation Secours aux Enfants), Young Leadership CIA, The Feuerstein Institute (Jerusalem). Hij is bestuurslid van Maccabi tennis en van de RAS (Rav Aron Schuster Synagoge) en de Stichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg. Goldstoff is voorzitter Stichting Naleving Washington Principles, raadslid NIHS, lid ledenraad Joods Maatschappelijk Werk, voorzitter Stichting Dutch Friends of The Feuerstein Institute. Ephraïm Goldstoff is zelfstandig ondernemer in oude en antieke juwelen en edelstenen. Nog steeds werkzaam en kantoorhoudend in de Diamantbeurs.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*