We zitten midden in de Negen Dagen, de periode die uitmondt in Tisja be’Av. Dit jaar begint de vastendag woensdagavond en eindigt hij donderdagavond. In Israël is dat rond kwart voor acht ’s avonds. In Nederland, dat veel noordelijker ligt, kunnen mensen pas rond kwart voor elf weer aan tafel.
Verwoesting Eerste en Tweede Tempel
Op Tisja be’Av herdenken we de verwoesting van zowel de Eerste als de Tweede Tempel en de val van Jeruzalem, inmiddels al meer dan tweeduizend jaar geleden.
Persoonlijk heb ik het daar best moeilijk mee. Niet omdat ik de betekenis van de dag niet begrijp, integendeel. Juist nu ik zelf in Jeruzalem woon, zie ik iedere dag een stad die bruist van leven. Overal wordt gebouwd. Nieuwe woonwijken verrijzen, de lightrail wordt uitgebreid en op bijna iedere straathoek staan steigers. Natuurlijk, de Tempel is nog niet herbouwd, maar het voelt alsof we dichter bij de uiteindelijke verlossing zijn dan ooit.
Ik heb veel respect voor mensen die op Tisja be’Av oprecht verdriet kunnen voelen om de verwoesting van de Tempel.
Veertig jaar geleden was ik tijdens Tisja be’Av op een zomerkamp in de Verenigde Staten. Tot mijn verbazing werd daar tijdens de lezingen veel aandacht besteed aan de Sjoa. Wij vroegen de rabbijnen waarom zij juist daar de nadruk op legden. Het antwoord is mij altijd bijgebleven.
“Om werkelijk verdriet te kunnen voelen, moet iets dichtbij komen. Deze kinderen zijn de kinderen en kleinkinderen van Holocaust-overlevenden. De Sjoa is voor hen tastbaar. Daardoor kunnen ze zich ook beter verbinden met de verwoesting van de Tempel.”
De afgelopen dagen moest ik daar weer aan denken terwijl ik door Jeruzalem reed. Hoe kun je rouwen om een verwoeste stad als je om je heen juist een stad ziet die mooier wordt dan ooit?
Misschien moeten we de boodschap van Tisja be’Av ook voor onze generatie weer tastbaar maken.
Volgens onze wijzen werd de Tweede Tempel niet verwoest door een buitenlandse vijand, maar door sinat chinam: ongegronde haat tussen Joden onderling. Mensen konden het niet meer opbrengen om van mening te verschillen en elkaar toch met respect te behandelen.
Toen ik de afgelopen weken naar onze politieke leiders keek, moest ik daar onwillekeurig aan denken.
De toon van het debat is vaak harder dan de inhoud. Van links tot rechts, van religieus tot seculier, overal lijkt de bereidheid af te nemen om naar elkaar te luisteren. Niet alleen in de politiek, maar in de hele samenleving.
Misschien is dát wel de verwoesting die wij vandaag moeten herdenken.
Niet de stenen van Jeruzalem – die worden iedere dag mooier – maar de scheuren die soms ontstaan tussen de mensen die er wonen.
Juist daarom is Tisja be’Av misschien actueler dan ooit. Niet alleen als een dag waarop we terugkijken op wat verloren is gegaan, maar ook als een moment om ons af te vragen hoe we met elkaar omgaan.
Laten we hopen dat de sfeer van polarisatie en verdeeldheid plaatsmaakt voor meer respect, meer begrip en meer ruimte voor elkaar. Dat we leren dat een diverse samenleving geen bedreiging is, maar een kracht.
Dat verdient Yerushalayim.
En dat verdienen wij allemaal.
cover: Tisja be’Av, Art by Sefira Lightstone. Courtesy Chabad dot org
De oproep van de Israëlische president Isaac Herzog in verband met de komende Knesset- verkiezingen is veelbetekenend: Geen rode lijnen mogen worden overschreden en verkiezingen zijn geen burgeroorlog.
Verder, met verwijzing naar twee historische lessen: “We must not repeat the mistakes of the past. We have a historic responsibility to the generations who came before us, and to generations to come.”