21 maart 2013
Chagai is op de Herzlberg omdat hij wacht moet houden.
Het is een militaire begraafplaats. Om elf uur vanavond wordt hij afgelost. Dan mag hij terug naar zijn basis. Allemaal woorden die ik vanavond van hem leer. ‘Mag ik je gezelschap houden tot je klaar bent?’
Chagai knikt instemmend. Samen zoeken we een plekje waar we kunnen zitten. Ik vertel hem een beetje mijn levensverhaal. Van thuis in Stamford Hill. Waarom ik naar Jeroesjalajim ben gestuurd, waarom ik hier ook op Pesach moet blijven. En ook dat ik kort geleden in Arad was en wat ik toen van Berel heb geleerd.
‘Chagai, denk je dat ik ook een beetje zionist kan worden? Maar tegelijkertijd een chossied kan blijven?’
‘Het lijkt me wel Toli, maar doe maar rustig aan. Hoe oud ben je? Veertien, vijftien jaar?’ ‘Dit jaar word ik vijftien. Chagai, hoe oud moet je zijn om soldaat te worden?’ Chagai slaat me op mijn schouder. ‘Toli ik zeg net, doe het rustig aan, je hebt de tijd nog’.
Chagai staat op om zijn rondje op de begraafplaats te gaan lopen. Zijn geweer hangt nu niet losjes om zijn schouder. Hij houdt het met beide handen vast. Behalve het licht van hier en daar enkele lantaarnpalen is het verder pikdonker. Boven ons staar ik naar een onmetelijke sterrenhemel.
‘Toli, vertel eens, welke Gemara leer jij nu in de jesjiewa?’ Ik kijk op. Wat weet een zionist nou van Gemore? Als je geen Gemore maar Gemara zegt, de uitspraak van de zionisten, dan ben je toch een Am Ho’orets?
Op hetzelfde moment besef ik wel dat ik vanavond niet in Satmar ben maar op Har Herzl. ‘Ik leer nu Gemara Sjabbat’. Ik heb binnenpret bij het antwoorden in dezelfde uitspraak als de zionist die tegenover me zit. ‘Op bladzijde Noen Gimmel.’
‘Noen Gimmel? Het meningsverschil tussen Rav en Sjmoe’eel?’ ‘Ja dat klopt, over de deken en het juk van de ezel’.
‘Toli, heb je ook gezien hoe de Rietwa dit meningsverschil verklaart? Heel anders dan Rasjie’. Ik moet nu toch even bijkomen van mijn verbazing. Gisteren hebben we het in de sjioer heel uitgebreid gehad over de zienswijze van Rasjie en daarna over de uitleg van de Rietwo. En nu praat mijn nieuwe vriend hierover. Zo maar uit zijn hoofd. En hij is nog wel een zionist. Hoe kan dat?
Ik kom er nu achter dat ik mijn opvatting over zionisten misschien toch wel moet bijstellen. Alsof er een Satmar chossied tegenover me zit, bespreken we samen de Gemore net als in de jesjiewe. In het donker kan ik net nog zien dat Chagai een wit gehaakt keppeltje op zijn hoofd heeft. En langzamerhand vind ik dat ik dat helemaal niet meer zo erg.
We zitten weer op ons plekje. Buiten de poort horen we het langsrijdende verkeer. Chagai vertelt over zijn jesjiewe. ‘Mijn jesjiewa is anders dan die van jullie. Jullie leren de hele dag Tora. Jaar in jaar uit. Bij ons leren we een paar maanden en dan gaan we terug naar de basis voor onze dienstplicht. Om na een tijdje weer terug te gaan naar de jesjiewa. Zo wisselen we het af.’
‘Denk je dat ik daar ook een keer mag komen kijken?’ ‘Waar? Op de basis? Nee, dat kan niet. Daar mogen alleen maar soldaten komen’. Ik moet lachen. ‘Nee Chagai, ik bedoel komen kijken in jouw jesjiewe’.
‘Ja hoor. Maar dan moet je nog wel even wachten. Tot het einde van de week ben ik nog hier op Har Herzl. Wat mijn commandant daarna voor mij in petto heeft, weet ik niet. Misschien stuurt hij me wel naar een basis ver weg de woestijn in of naar het noorden. Wie zal het zeggen. Ik mag pas over een week of zes terug naar de jesjiewa.’ Chagai kijkt op zijn horloge. ‘Het is kwart voor elf. Toli ik denk dat het is goed is wanneer je nu weggaat. Kun je nog net de bus halen, terug naar Ge’oela. Over een kwartiertje word ik afgelost.’
Ik geef mijn nieuwe vriend een hand. ‘Chagai, nog één keer. Hoe oud moet ik zijn om ook soldaat te mogen worden?’ ‘Dat zei ik toch? Over een jaar of twee denk ik, kun je beginnen met je aan te melden’.
Hij ziet mijn bedenkelijke gezicht. ‘Toli je bent nog jong. Leer nog maar eerst een paar jaar door. Jouw tijd komt wel. Ik bedenk me nu wel dat er ook andere dingen zijn die je kunt doen, op jouw leeftijd. Vrijwillig. Heb je wel eens gehoord van Mageen David Adom? Of van Hatsala?’
‘Van dat eerste niet. Wel van Hatsole zoals wij dat noemen. De Eerste Hulp met hun ambulances en motoren’. Chagai knikt. ‘Als je deze week hier nog een keer komt, zal ik je daar meer over vertellen.’ ‘A gite nacht Chagai.’ ‘Laila tov Toli’.
Een jeep stopt net op het moment dat ik naar buiten kom. Een soldaat springt eruit en loopt naar de poort. Dat is natuurlijk de aflossing voor Chagai. Bij de bushalte kijk ik om. De jeep staat er nog steeds. Die wacht vast tot Chagai naar buiten komt om hem terug naar de basis te brengen. Aan de overkant zie ik een blauw zwaailicht snel dichterbij komen. De stilte van de avond wordt ruw verstoord door het geloei van de sirene. Op de zijkant van de gele ambulance lees ik in het rood ‘Hatsole’, dat zoveel betekent als ‘redding’.
Ik vraag me af wat Chagai bedoelt.
Am Ho’orets Een domoor, een onwetend iemand
Gemara Sjabbat Het deel van de Talmoed dat over de wetgeving van de sjabbos gaat.
Noen Gimmel Bladzijde 53.
Rav en Sjmoe’eel Twee Talmoedgeleerden
Rietwa Een Talmoedverklaarder
Mageen David Adom Het Israëlische Rode Kruis
Hatsala lettelijk redding, hier: Eerste Hulp
A gite nacht Een goede nacht (Jiddisj)
Laila tov Een goede nacht (Ivriet)
cover: ©auteur
Geef als eerste een reactie