Palestijnse Nakba 1948: bewuste etnische zuivering of onvoorzien bijproduct van Israëls geboorte?

lezing 11 mei

Nakba, een Arabische term voor ‘ramp’ betekent tegenwoordig specifiek de Palestijnse catastrofe die plaatsvond tijdens Israëls onafhankelijkheidsoorlog van 1948. 

Het woord Nakba staat sindsdien voor de nederlaag, ontwrichting en massale uittocht van ruim zevenhonderdduizend Palestijnse Arabieren uit wat toen de Staat Israël werd. 

Ongeveer de helft van de Arabische bevolking van het Britse mandaatgebied van Palestina, en meer dan tweederde van de Palestijnen in de geplande Joodse staat, werd vluchteling. De meesten belanden in vluchtelingenkampen op onder meer de Westoever en Jordanië, Gaza en Libanon. 

De omstandigheden die tot deze volksverhuizing leidden, houden de gemoederen sinds driekwart eeuw bezig. Lang was het officiële Israëlische narratief dat de Palestijnse vluchtelingen, opgestookt door radiouitzendingen uit de Arabische wereld, vrijwillig waren vertrokken – in de verwachting spoedig terug te keren in het spoor van victorieuze Arabische legers. De Palestijnen zelf, en hun supporters in de Arabische wereld, houden daarentegen vol dat zij nooit uit vrije wil zijn weggegaan, maar verdreven waren, volgens een al langer bestaande zionistische blauwdruk voor een Arabieren-vrije Joodse staat. Hoe zou er immers een Joods Israël kunnen bestaan met bijna de helft Arabieren ?

Nieuwe Historici zorgden voor ommekeer

Het debat hierover gaat door tot vandaag – met één belangrijke nieuwe factor: de zogeheten Nieuwe Historici.

Er zijn niet veel ooggetuigen van 1948 meer over. Voor zijn eigen versie beroept elke kant zich op herinneringen, overgedragen en neergeslagen in boeken en resoluties. 

Daar kwam vanaf de jaren tachtig verandering in door de openstelling van relevante Israëlische documenten. Een nieuwe generatie kritische Israëlische onderzoekers stortte zich daarop. De publicaties die hieruit voortkwamen brachten een ommekeer teweeg in de Israëlische historiografie. 

Deze Nieuwe Historici kwamen met analyses die het traditionele zionistische standpunt van ‘willige weglopers’ omver wierpen. Zij schoven een heel eind op in de richting van het altijd weggewoven Arabische verhaal. Israël werd opeens geconfronteerd met zijn eigen Israëlische bronnen die het Palestijnse relaas grotendeels bevestigden.

Van die beruchte Arabische radio-oproepen is nooit een spoor gevonden. Weinig Israëlische en pro-zionistische auteurs kunnen vandaag nog met goed fatsoen ontkennen dat de meeste Palestijnse vluchtelingen in 1948 helemaal niet uit vrije wil actief emigreerden: integendeel, Palestijnen werden ‘aangemoedigd’ door Israëlische soldaten die hen met psychologische oorlogvoering, dwang en in een aantal gevallen massamoord, aanspoorden zich onmiddellijk uit de voeten te maken. 

Israëlische archieven weer op slot

Waarop het links-zionistische geweten nu reageert met schaamte en ‘weg met ons’ – en een steeds agressiever rechts schampert: “Natuurlijk gedroegen we ons als wolven in het bos – en wat dan nog?” Niet voor niets zijn de bewuste Israëlische archieven sinds een paar jaar weer op slot gegaan.

De vraag blijft echter: gebeurde deze uitzetting min of meer spontaan, in het heetst van het gevecht? Of kregen Israëls strijdkrachten van hogerhand opdracht de Arabische ‘transfer’ realiteit te maken? Was de Palestijnse uittocht, vanuit de optiek van commandanten te velde, een militaire noodzaak  om zo een vijfde colonne van vijandige achterblijvers te voorkomen? 

Was het, voor politieke leiders zoals Ben-Goerion en Weizmann, gezien het onverbiddelijke Arabische rejectionisme, een wenselijkheid om een zo homogeen mogelijke Joodse meerderheid in de Joodse staat te creëren? 

Of was het de niets ontziende uitvoering van een al klaar liggend zionistisch mega-plan voor etnische schoonmaak

Had het jonge Israël de Nakba kunnen voorkomen?

In andere woorden, had het jonge Israël de Nakba kunnen voorkomen? En zo ja, had de net uitgeroepen Joodse staat dat dan moeten doen? Of, nog anders gezegd: was de verdrijving van de Palestijnen een oorlogsmisdaad – of het mindere kwaad?

Over deze en andere vragen liggen tot vandaag Nieuwe Historici als Benny Morris en Ilan Pappé – en met hen vele andere betrokkenen – met elkaar in de clinch.

Bijna tachtig jaar na de gebeurtenissen, zal de uitkomst van deze polemiek – waarin zich intussen ook tal van Palestijnse en internationale stemmen mengen – grote gevolgen hebben voor de toekomst. 


Bijeenkomst 3 Joden Zeggen Nee
11 mei (aanvang 19.30 uur) met Peter Demant (spreker) en Or Goldenberg (moderator, Israëlisch-Nederlandse journalist voor onder meer NRC, De Groene Amsterdammer en De Correspondent) over De Palestijnse Nakba van 1948: bewuste etnische zuivering of onvoorzien bijproduct van Israëls geboorte?
 
 Aanmelden via: https://www.ticketkantoor.nl/shop/JZN-avond3  

cover: screenshot uit de animatie Palestine: A Tale of A Shredded Homeland, van Nisreen Zahda van het VRJPalestine project. Zahda is architect, stedebouwkundige planner en digitale videomaker wonend in Tokio, Japan. Zij werd geboren in Hebron, Palestina.

Over Peter Demant 1 Artikel
Peter Demant (1951-) is historicus gespecialiseerd in de geschiedenis der Internationale Betrekkingen, het Israëlisch-Arabische conflict, het moderne Midden-Oosten en de verhouding tussen islam en het westen. Hij schreef onder andere Ploughshares into swords: Israeli settlement policy in the occupied territories (UvA, 1988) en Islam vs. Islamism: The dilemma of the Muslim world (Praeger: 2006). Hij was onderzoeker aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem (1992-1997), projectleider bij de Israëlisch-Palestijnse ngo IPCRI (1993-1996) en adjunct hoogleraar geschiedenis der internationale betrekkingen aan de Universiteit van São Paulo, Brazilië (2003-2017). Tegenwoordig woont hij weer in Nederland en geeft cursussen aan de HOVO van de Vrije Universiteit Amsterdam.

9 Comments

  1. “De doelstelling is om – in de geest van De Vrijdagavond – Joodse lezers kosjer geestesvoedsel verschaffen, onderhoudende en inhoudsrijke Joodse lectuur om het traditionele Jodendom te dienen en de kennis ervan te verspreiden”.

    Deze tekst staat onderaan deze pagina. Dit artikel en tevens vele soortgelijke artikelen in de afgelopen maanden vallen naar mijn niet binnen deze categorieën. Ik vraag mij af of de lezers van De Vrijdagavond hier behoefte aan hebben.

  2. Of de meeste Arabische inwoners van het mandaatsgebied Palestine zijn gevlucht of verdreven, laat onverlet het feit dat het echte begin van de Nakba op 15 mei 1948 was, toen de Arabische buurlanden het nieuwe Israël binnenvielen met het expliciete doel het te vernietigen. Zonder dat was er al bijna 80 jaar een Palestijnse staat geweest.

    • Het begin van de echte Nakba was in april 1948 (Plan Dalet) toen in opdracht van David Ben Goerion de Palestijnse dorpen werden ‘schoongeveegd’.
      De Arabische landen reageerden hier vervolgens op door een dag nadat Ben Goerion een joodse staat, Israël, had uitgeroepen, het land aan te vallen. Zij kwamen hun Palestijnse ‘broeders’ te hulp.
      En inderdaad: Israël zou geen joodse staat geweest zijn wanneer de Nakba niet zou hebben plaatsgevonden. In mijn ogen was het dus inderdaad een bewuste etnische zuivering.

  3. Tendentieuze benadering. De z.g. Palestijnse vluchtelingen zijn de ENIGE groep die bijna 80 jaar later nog van en voor zichzelf “nebbisj” roept en door hun leiding in z.g. vluchtelingenkampen wonen (3e generatie) en door de VN gesteund worden (UNWRA). Die steun had al tientallen jaren geleden een afloopperiode moeten krijgen waarin ze zelf hun bestaan hadden moten en kunnen regelen. Dat kan nu ook nog. Laat de VN ze 5 jaar geven enz.
    Kijk naar wat wij in Israel in diezelfde tijd hebben opgebouwd!!
    Barend erlburg, Herzlia Israel

    • Ach ja, de hasbara uit Israël.

      De Arabieren hebben zich sinds 1881 verzet tegen de komst van de joden, maar ondanks dat bleef men komen en bleef men nederzettingen bouwen. Wat er op de Westelijke Jordaanoever gebeurt sinds begin jaren 70 is niet anders dan wat er sinds 1881 in – laten we het Palestina noemen, al heette het toen nog niet zo – Palestina gebeurde.

      Ja, de grond werd gekocht van Arabische grootgrondbezitters, maar de Palestijnse keuterboertjes werd niets gevraagd. Net zo min als toen er na de Eerste Wereldoorlog in Palestina een Brits mandaatgebied werd gevestigd, terwijl de Britten beloftes aan de Arabieren hadden gedaan. Net zo min als in 1947 toen de VN besloot dat het gebied opgedeeld moest worden. Met welk recht beslisten zij hierover? Dat is je reinste kolonialisme.

      Wanneer vreemden ongevraagd mijn huis binnendringen en dat vervolgens voor de helft innemen zal ik mij ook verzetten. En ik zal mij blijven verzetten tegen deze onrechtvaardigheid ook wanneer mij door Derden de helft van mijn huis wordt aangeboden. Want ik wil mijn hele huis en niet de helft.

      De Palestijnen wilden hun eigen bestaan regelen in hun eigen land en niet in een deel daarvan, maar dit is ze door de aanwezigheid van Israël onmogelijk gemaakt.

      Ik vind uw opmerkingen over de ‘zogenaamde’ Palestijnse vluchtelingen en dat ‘ze’ dit hadden moeten doen en dat moeten doen, erg denigrerend klinken.
      En hoezo moet de VN ‘ze’ 5 jaar geven? Wat moeten de Palestijnen in 5 jaar bereiken wanneer de Gazastrook is platgebombardeerd en de Westelijke Jordaanoever steeds verder ingepikt wordt door joodse terroristen?

      Ik denk trouwens dat de VN eerder Israël zal opdragen om het probleem binnen 5 jaar op te lossen dan dat ze dit op het bordje van de Palestijnen zullen leggen. De VN stond in 1947 achter Israël, maar de tijden zijn veranderd (lees het boek van Francesca Albanese).

  4. Een zinnetje uit ‘Juden auf Wanderschaft’ van Joseph Roth, 1927!, bijna honderd jaar geleden, is me altijd bijgebleven: ‘En toch zal de immigratie van de jonge joden naar Palestina altijd doen denken aan een soort joodse kruistocht, omdat ze helaas ook schieten.’

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*