Heeft u wel eens medelijden gehad met de verspieders uit parasjat Sjelach Lecha?
Op het eerste gezicht lijkt hun straf buitenproportioneel: zij deden immers precies wat hun was opgedragen. En toch werden zij door de Eeuwige veroordeeld. De vraag die zich dan opdringt, is niet óf zij fout zaten, maar waarmee precies.
In de parasja van deze week lezen we over de mannen die door Mosjee worden gestuurd om Kanaän te verkennen, een van elke stam. Mosjee draagt hen op om verslag uit te brengen over de situatie daar:
“Kijk hoe het land is, of de bevolking sterk is of zwak en of er veel of weinig mensen wonen. Kijk of het land bewoonbaar is of onherbergzaam en hoe de bevolking woont, in gewone dorpen of vestingsteden, en kijk of de grond vet is of schraal, en of er bomen groeien of niet” (Bemidbar 13:18-20)
De verspieders deden wat hen was opgedragen. Na veertig dagen verkenning keerden ze terug naar Mosje en brachten verslag uit. Het land vloeit over van melk en honing, zeiden ze. Maar de mensen die er wonen zijn te sterk en hun steden versterkt.
Kalev, een van de verspieders, werpt tegen dat de Israëlieten het volk in Kanaän makkelijk aankunnen, maar de mannen die met hem mee waren antwoordden: we kunnen dat volk niet aanvallen, het is te sterk voor ons. Er zitten zelfs reuzen bij!
De Israëlieten barstten daarop allemaal in tranen uit. ‘Waren we maar in Egypte gestorven!’ riepen ze. Waarom zijn we hier naar de woestijn gebracht, we kunnen beter terugkeren naar Egypte!
De woorden van de verspieders hadden grote invloed op het volk. Ze zagen het niet meer zitten om naar het beloofde land te trekken. De Eeuwige werd woedend, en beval dat de Israëlieten een totaal van veertig jaar in de woestijn moesten doorbrengen voordat ze het beloofde land mochten intrekken. Een flinke straf, maar voor welke misdaad?
Want wat was nu helemaal het probleem met wat de verspieders vertelden? Op het eerste oog lijkt het alsof ze simpelweg de opdracht van Mosjee hebben uitgevoerd. Ze verkenden het land en brachten verslag uit. Dat ze niet optimistisch waren over hun kansen om het volk in Kanaän te verslaan, kan toch geen zonde genoemd worden. Hadden ze moeten liegen?
De Ramban legt uit dat er twee fases zitten in het verslag van de verspieders. Eerst vertellen ze aan Mosjee de feiten, simpelweg zoals zij ze zagen, waarop Calev zijn tegenwerping poneert. Maar daarna richten de verspieders zich niet tot Mosjee, maar tot het volk. En niet meer met enkel de feiten, maar met dibah, met onwaarheden, met leugens. De feiten veranderden niet. Ja, de steden waren inderdaad versterkt, en de inwoners waren groot en sterk. Maar de manier waarop de verspieders de feiten frameden in een narratief dat leidde tot wanhoop veranderde hun verhaal.
En dat was de grote fout van de verspieders. Ze gebruikten de feiten om de Israëlieten negatief te beïnvloeden. In de Babylonische Talmoed (traktaat Sotah) zegt rabbi Jochanan in naam van rabbi Meir, dat elke leugen die niet begint met de waarheid, niet door anderen zal worden geaccepteerd. De verspieders begrepen – bewust of onbewust – dat regelrechte leugens het volk niet in beweging zouden brengen. Alleen door de feiten als basis te gebruiken en die vervolgens in te kapselen in een narratief van onmacht, konden zij het volk overtuigen. De waarheid werd niet tegengesproken, maar gekaapt.
Waarheid als instrument van overtuiging, niet als middel tot kennis.
Dat was de zonde van de verspieders. Zij demonstreerden een mechanisme dat tot op de dag van vandaag herkenbaar blijft: feiten die niet dienen om te informeren, maar om te overtuigen.
Voordat wij hen al te gemakkelijk veroordelen, is het de moeite waard om ons af te vragen: hoe vaak aanvaarden wij zelf een narratief zonder ons te bekommeren om de feiten die erbuiten vallen?
Hoeveel van wat wij voor waar houden is niet zozeer gebaseerd op wat er is gezegd, maar op hoe het is gezegd en door wie?
De verspieders faalden niet omdat zij logen, maar omdat zij de waarheid gebruikten als instrument van overtuiging in plaats van als middel tot kennis. En juist die verschuiving, van waarheidsvinding naar beïnvloeding, ondermijnt het fundament waarop elke gemeenschap rust.
sjabbat sjalom
Geef als eerste een reactie