De eerste opperrabbijn van de kleine Joodse gemeenschap in Bazel (de meeste Bazelse Joden waren afkomstig uit de Elzas), Arthur Cohn, was instrumenteel voor het faciliteren van het historische eerste Zionisten Congres in 1897 in zijn stad.
Toen ik enige maanden geleden een sjiwwe-bezoek bracht bij de Jeruzalemse tak van de Cohn-familie wegens het overlijden van de beroemde filmproducent Arthur Cohn, bleek hij tot mijn verrassing de kleinzoon te zijn van de Bazelse opperrabbijn met dezelfde naam. Ik werd verrast door verhalen en een groot aantal foto’s met betrekking tot de mij tot dat moment onbekende grootvader van de overledene, dr. Arthur Cohn, opperrabbijn van Bazel vanaf 1885 tot zijn overlijden in 1926.
Verzet van orthodoxe rabbijnen in München en Wenen
In de tweede helft van de negentiende eeuw beschouwden de meeste rabbijnen van Duitsland en Oostenrijk het zionisme onverenigbaar met het traditionele Jodendom. Ook de reformrabbijnen hadden geen affiniteit met het zionisme. Daarom verzetten deze rabbijnen zich tegen het organiseren van een zionistisch congres binnen hun kehillot. Maar de tolerante Arthur Cohn, zelf streng orthodox, was bereid om het verzoek in te willigen van David Farbstein, een Joodse advocaat uit Zürich, om Bazel als locatie te kiezen voor een zionistisch congres. Hij noemde zelfs de naam van een koosjer restaurant en raadde Herzl vier hotels aan die gelegen waren in de nabijheid van het Stadtcasino van Bazel, de locatie van het Congres.
Toespraak van Arthur Cohen
Tijdens dit eerste Zionisten Congres gaf rabbijn Arthur Cohen een indrukwekkende speech over de relatie tussen het zionisme en de Joodse religie. Hij sprak de hoop uit dat dit congres verzoening zou bieden met het religieuze Jodendom. Zijn toespraak werd onder luid applaus ontvangen en leidde tot de volgende brief die Herzl aan rabbijn Cohn richtte:
Wij zullen nooit uw oprechte gedrag en uw bereidheid vergeten om het Zionisten Congres in Bazel te laten plaatsvinden. Zonder enige concessies heeft u een gemeenschappelijke basis gevonden voor verzoening. Dit is misschien wel een van de meest fantastische successen van deze tijd. Het zal worden opgetekend in de annalen van de Joodse geschiedenis.
Hulp aan Russische Joden
Rabbijn Arthur Cohns huis wordt het centrale adres in Zwitserland voor hulp aan Joods-Russische vluchtelingen.
Vanaf 1910 nam Arthur Cohn een sceptische houding aan tegenover het Zionisme. Hij kwam toen tot het inzicht dat het Zionisme in strijd is met het religieuze Jodendom. Cohn affilieerde zich daarna met de niet-zionistische organisatie Agudat Jisraeel en ontwikkelde zich tot leider van het orthodoxe Jodendom in Zwitserland.
Hij ontving meer dan vierhonderd briefkaarten met verzoeken om hulp van Russische vluchtelingen die hun toevlucht zochten in grensgebieden zoals Bazel. Ter onderstreping van de urgentie van hun verzoeken werden deze briefkaarten meestal per expres verstuurd. Ook van Zwitserse Joden, onder andere uit Lugano, Davos, Lausanne en Chur, kreeg rabbijn Cohn vele brieven met verzoeken om geldelijke steun of vragen over religieuze thema’s zoals: ‘Waar kan ik koosjer vlees krijgen?’* Of de vraag of de melk- en kaaswinkel in Zürich koosjer is.
De brieven waren geschreven in het Duits, Frans, Russisch, Jiddisj en Hebreeuws. In het Joods Museum van Bazel zijn 401 briefkaarten gericht aan rabbijn Cohn in een permanente tentoonstelling voor het publiek tentoongesteld.
*In Zwitserland is het rituele slachten verboden.
Nauwe samenwerking met de Hollandse rabbijn Tobias Lewenstein
De uit Paramaribo afkomstige rabbijn Tobias Lewenstein, zoon van Paramaribo’s opperrabbijn, werkte in Zwitserland nauw samen met rabbijn Cohn. Van 1919 tot 1923 was Lewenstein president van de Zwitserse afdeling van Agudat Jisraeel. Hij was tevens opperrabbijn van de orthodoxe kehilla Israelitische Religionsgesellschaft in Zürich die zich had afgescheiden van de Israelitische Cultusgemeinde. Lewenstein was eerder opperrabbijn geweest van Leeuwarden, daarna van Den Haag en nog weer later van Denemarken, waar hij wegens zijn verzet tegen het gemengde huwelijk ontslagen werd.
Terug naar Den Haag
Daarna kreeg Arthur Cohn een rabbinale benoeming in Zwitserland. Na de Tweede Wereldoorlog keerde hij korte tijd terug naar Den Haag om de gedecimeerde Joodse gemeenschap bij te staan.
cover: deelnemers Bazel uit Herzl Explained The First Zionist Congress
Wat een mooi artikel! heel interessant.