Parasja

Kippenvel, blijheid, irritatie of gepaste afstand? 

Mozes had het allemaal meegemaakt. Zijn confrontaties met Farao in Egypte die halsstarrig had geweigerd het Joodse Volk te laten vertrekken. De tien plagen die daarop volgden om de Egyptische vorst te dwingen naar de opdracht van de Eeuwige te luisteren: “Stuur Mijn volk weg, opdat ze Mij zullen dienen!” Uiteindelijk, na het ergste dat als plaag op hen was afgekomen: de dood van alle eerstgeborenen, vertrokken Mozes, zijn broer Aaron, zuster Miriam en het … [Lees verder]

Parasja

Vechten of vluchten, overwinnen en vieren? Ook de vijand is een goddelijk schepsel

De naam van het Joodse volk, Yisraël, betekent zoiets als ‘God zal vechten’ of ‘hij zal vechten [tegen?] God’.  Wie vecht eigenlijk tegen wie, en wat is de positie van het volk Yisraël daarin? Dit is een belangrijk thema in Parasjat Besjallach. Laten we ernaar kijken. Yisraël komt van Yisra, dat zoiets als ‘hij zal vechten’ of ‘hij zal overheersen’ betekent, en El, een woord voor ‘God’. Logisch gezien zouden we dus de eerste optie, … [Lees verder]

Parasja

Farao’s zware, zware hart

Aan het begin van onze parasja zegt God tegen Mosjé dat Hij de vrije wil van Farao opheft om zo te laten zien wie de Baas in eigen huis is: “Kom naar Farao, want Ik heb zijn hart en het hart van zijn dienaren verzwaard, zodat Ik deze tekenen van Mij in zijn midden kan plaatsen. En opdat je in de oren van jouw zoon en de zoon van jouw zoon vertelt hoe Ik de … [Lees verder]

Parasja

Recht, vrees, die voor je opkomt, die bij je is: over bekende en nieuwe namen van God

De parasja Va’era* begint met twee zinnen die mij altijd raken: “Toen sprak God tot Mosjee en zei tegen hem: Ik ben de Eeuwige. Ik ben aan Awraham, Jitschak en Ja’akov verschenen als ‘God Almachtig’, maar met mijn naam ‘Eeuwige’ ben ik hun niet bekend geweest.”  Het vertalen van de namen van God is altijd een beetje riskant. Deze twee verzen hebben er maar liefst drie. De naam die ik hier heb vertaald als ‘God’ … [Lees verder]