beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip
Parasja

‘Laat twee zilveren trompetten voor je maken’, het verschil tussen een machanee en een eeda 

Parasjat Beha’alotecha vertelt veel over het leven en reizen in de woestijn, over hoe het eruit zag en hoe het verliep. We lezen eerst over de menora in de misjkan (de tabernakel – reistempel), hoe die uit één stuk van goud werd gemaakt. We lezen daarna over hoe het Joodse volk door de woestijn werd geleid door een wolk. De wolk gaf aan wanneer en hoe lang er gereisd werd en wanneer en waar er … [Lees verder]

beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip
Parasja

Voeg niet toe, neziroet ofwel een aanklacht tegen fanatisme

Parasja Naso beschrijft het concept van de nazir. Een nazir is een persoon die via een gelofte zichzelf beperkingen oplegt. De nazir drinkt bijvoorbeeld geen wijn en sterke drank, mag zijn haren niet knippen en mag niet in aanraking komen met onreine zaken. De duur van het neziroet (nazir-schap) is niet bepaald, maar volgens de Misjna is dit in principe dertig dagen. Na afloop van deze periode brengt de nazir een aantal offers: een brandoffer … [Lees verder]

beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip
Parasja

Essentie van tekst niet begrepen, een onvoldoende voor Grieks en Latijn 

Mijn zoon ploetert zich deze weken door zijn Centraal Schriftelijk Eindexamen. Gedurende die examens moet hij voor het vak Nederlands een samenvatting / tekstverklaring schrijven. De titel is het ultieme begin van een samenvatting, het zegt wat de essentie van een stuk tekst is. Deze week lezen we Parashat Bemidbar, de eerste Parashat van het gelijknamige vierde boek van de Tenach. Bemidbar betekent ‘in de woestijn/wildernis’ en beschrijft de periode tussen de uittocht van Egypte … [Lees verder]

beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip
Parasja

De wereld is niet van ons, wij zijn er te gast

De parasja van deze week, behar-bechoekotai – de combinatie van twee parasjiot – behandelt twee hoofdthema’s. Het eerste deel gaat over de landbouw en de opdracht om elke zeven jaar het land te laten rusten (‘sjmita’) en elke vijftig jaar (‘jubeljaar’) bezittingen te laten vervallen aan de oorspronkelijke eigenaar. Het tweede deel gaat over de (mogelijke) consequenties die het heeft als de Israelieten zich al dan niet aan de regels en voorschriften houden. Er ligt … [Lees verder]