Feuilleton

Toli, zit je weer te dromen? 

2 februari 2009 Op maandagmorgen is het druk in Clapton Common, de straat die de Londense wijk Stamford Hill in tweeën snijdt. Van beide kanten baant het verkeer zich een weg tijdens de ochtendspits.  De rode dubbeldekker stopt voor mijn neus bij het zebrapad waar wij, een grote groep in zwart geklede jongetjes, oversteken. Sommigen van ons zijn getooid met een hoed. Daaronder gezichten, omlijst met naar beneden hangende netjes gekamdepeijes. Ikzelf draag nog geen … [Lees verder]

tekening van raam met daarnaast jongen met forse schaduw achter zich
Feuilleton

En ze zwemmen in het water (10)

Na het afdrogen pakt Lion de sigaren. ‘Kom hier maar zitten, Es.’ Hij heeft een lekker plekje tegen een dun boompje gevonden, heeft er een kleed neergelegd en klopt naast zich op de grond. Om twee uur beginnen de roeiwedstrijden. De jeugd heeft erop gestaan dat we zouden gaan kijken. De drukte neemt toe en er komen steeds meer mensen tussen ons en de waterkant. De belangstellenden onder ons mengen zich tussen de toeschouwers. Ons … [Lees verder]

tekening van raam met daarnaast jongen met forse schaduw achter zich
Feuilleton

Zwemmen in zwart water (9)

Verdoofd door de overweldigende input zit ik op het bankje. Het naderend onweer onderdrukt het daglicht alsof de zon al onder is. De geluidsgolven die zojuist nog piekend helder tot me kwamen, klinken nu als door een laag watten. Alleen het stromende, klotsende geluid van de rivier vult overmatig luid mijn bewustzijn. De zwarte keienbestrating van de Waalkade versmelt met het zwart stromende water. Het bankje waarop ik zit, is een eiland in de zwarte … [Lees verder]

tekening van raam met daarnaast jongen met forse schaduw achter zich
Feuilleton

Werkverschaffing (8)

Ik loop naar de plek waar ik gisteren gebleven was en ga aan het werk. Als de kruiwagen vol is, neem ik een tel rust en voel de pijn in mijn rug. ‘Mentsj, vos a veytik.’ Ik recht mijn rug en strek mijn handen. De pijn trekt langzaam weg. Eventjes neem ik de tijd en kijk over de polder terwijl de zon me aangenaam in het gezicht schijnt. De leegte is enorm. Een dunne bomenrij, … [Lees verder]