Morgn iz der seyder (5)
Als door een spreuk, als door een woord, veranderde mijn werkelijkheid. De planken, de grond, de webben, de tijd, alles veranderde. Plotseling was mijn tijd het einde van de negentiende eeuw, en ik was Esriël, de neef en beste vriend van mijn opa Lion. Ik zit op de trap van de synagoge gadol, de grote synagoge. Naast me zit Lion, mijn neef en beste vriend. ‘Wem hot chomets, morgen iz es seider!’ schreeuwen we naar … [Lees verder]