Toren van Babel: een monumentaal, groots bouwwerk dat de eenheid van de staat moet uitdrukken

PARASJAT NOACH

beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip

“De gehele aarde had één taal (safah echat) met dezelfde woorden (devarim achadim)” (11:1). Zo lezen we in parasja Noach. 

Het was vlak na de zondvloed en iedereen sprak nog dezelfde taal; maar wat voegt de uitdrukking “dezelfde woorden” hieraan toe? Het woord davar betekent ‘woord’ maar ook ‘ding’ en verwijst dus zowel naar een woord als naar het ding dat door het woord wordt uitgedrukt. Nu kunnen mensen verschillende woorden gebruiken om dezelfde dingen te beschrijven, waarmee vaak een verschil van zienswijze naar voren komt: een bekend voorbeeld is het glas dat zowel ‘half leeg’ als ‘half vol’ is. 

Rabbijn Samson Rafael Hirsch legt uit dat de uitdrukking devarim achadim er op wijst dat de hele mensheid op dit moment niet alleen dezelfde taal sprak, maar ook in alles dezelfde zienswijze had.

Deze enorme, tegenwoordig ondenkbare eensgezindheid leidde ertoe dat de hele mensheid zich op één plek verzamelde en gezamenlijk besloot: “Kom, laat ons een stad bouwen met een toren, waarvan de spits tot in de hemel reikt; zo zullen we een naam voor onszelf maken, zodat we niet over de hele aarde verspreid worden” (11:4). 

Intentie

Uit het vervolg van het verhaal van de Toren van Babel blijkt duidelijk dat Hasjeem dit plan afkeurde; daarom verhinderde Hij het. Maar wat was er precies mis met dit plan? Het bouwen van een stad met een hoge toren is op zich niet verboden volgens de Torah: het moet dus om de intentie erachter gaan. Rasji legt uit dat de mensen gezamenlijk hadden besloten dat Hasjeem de hemel niet voor Zichzelf mocht houden, en dat ze daarom een toren bouwden om naar de hemel op te klimmen en oorlog tegen Hem te voeren. 

Ibn Ezra werpt tegen dat de mensen echt niet zo dom waren om te denken dat ze letterlijk een toren konden bouwen die tot in de hemel zou reiken: ze bedoelden gewoon een hoge toren. Deze laatste uitleg lijkt het meest overtuigend, omdat Hasjeem direct ingreep om het project te verhinderen: als het doel echt was om letterlijk in de hemel te komen, had Hasjeem de mensen ook vruchteloos verder kunnen laten ploeteren, en zouden ze zichzelf uiteindelijk beschaamd hebben.

Zodat de gemeenschap niet uiteen zou vallen in individuen met elk hun eigen richting en doel. 

Rabbijn Hirsch legt uit dat het doel van de bouwers was om ‘een naam voor onszelf te maken’, dat wil zeggen voor henzelf als collectief, waarbij het individu er niet toe deed en slechts een bouwsteentje vormde in het geheel. De reden:  “zodat we niet worden verspreid”, zodat de gemeenschap niet uiteen zou vallen in individuen met elk hun eigen richting en doel. Ook Hasjeem werd niet geëerd door de bouwers, die alleen een naam voor henzelf wilden maken: het collectief, de staat als de absolute macht. 

Het bouwen van een monumentaal, groots bouwwerk dat de eenheid van de staat moet uitdrukken, past precies in dit streven en alle antieke en moderne tirannen hebben dit voorbeeld gevolgd. In Pirkei de Rabbi Eliezer wordt verteld dat tijdens het bouwen van de toren er niet gerouwd werd als iemand naar beneden viel en overleed, maar als een steen kapot viel, huilde men hierom. 

Het is precies deze slavernij waar Benei Jisraël aan onderworpen waren in Egypte – waar enorme piramides gebouwd werden als graftombes voor de als goden vereerde farao’s – en waar ze door Hasjeem bevrijd werden. De Torah leert dat het leven van ieder individu heilig is en dat men niet aan het collectief schuldig is, maar gehoorzaam is aan Hasjeem.

Tirannie van het collectief

In dit verhaal grijpt Hasjeem in door “hun taal in verwarring te brengen, zodat de één de taal van de ander niet verstaat” (11:7). Hirsch legt uit dat de verschillende talen niet direct ontstonden – dat gebeurde pas later, nadat de mensen zich verspreid hadden – maar dat de mensen hun oorspronkelijke, collectieve zienswijze verloren, dezelfde dingen op verschillende wijzen begonnen te zien en daarom ook verschillend begonnen te benoemen. 

Hieruit ontstonden allerlei conflicten (zoals ook in onze tijd het gebruik van taal enorm politiek beladen is), waardoor de mensen hun gezamenlijke arbeid opgaven, zich in verschillende richtingen gingen begeven en uiteindelijk over de hele aarde verspreid raakten. En hoewel de verschillen in taal en zienswijze tot conflict kunnen leiden, heeft Hasjeem deze toegelaten om het individu te emanciperen van de tirannie van het collectief. 

Wijnstok en vijgenboom

Vanaf hier spreekt de Torah niet meer van de mensheid als geheel, maar van de individuen Awraham, Jitschak en Ja’akov, en vervolgens van het ene, van andere volkeren afgezonderde volk Jisraël. In de Messiaanse tijd zal de mensheid opnieuw een eenheid vormen waarbij het individu echter niet aan het collectief zal gehoorzamen, maar iedereen afzonderlijk, “onder zijn wijnstok en zijn vijgenboom”, Hasjeem zal kennen.


cover: collage Bloom, 2021

Over David Kwa 3 Artikelen
David Kwa (1986) studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en Torah bij Pardes in Jeruzalem. Hij was docent filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en is momenteel docent Levensbeschouwing en Filosofie aan een middelbare school in Amsterdam.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*