Klassieke vertaling
Het goud van dat land is goed; daar is kristal en de steen shoham.
Hertaling
En het goud van dát land is goed; daar is de bedolach en een steen, de shoham.
En het goud van dát land is goed.
Niet vluchtig, niet achteloos –
alsof de tekst
de aandacht erop vestigt.
Daar,
in hetzelfde gebied,
is de bedolach en een steen,
de shoham.
Niet alleen water stroomt door het land.
Ook rijkdom komt daar aan het licht.
Maar samen klinken zij alsof zij niet alleen zeldzaam zijn,
maar apart worden gezet.
Alsof de aarde meer voortbrengt waarvan het gebruik nog niet zichtbaar is.
Naast het stromende water verschijnt nu niet alleen de rijkdom van de aarde zelf.
Hier ligt ook al haar bestemming,
die nog niet zichtbaar is.
Betekenis en context
Het goud van dát land
De tekst spreekt opvallend niet eenvoudig over ‘het land’, maar over ‘dat land.’ Daarmee wordt nadruk gelegd op juist dit gebied: Chawiela.
Niet alleen het bestaan van goud wordt genoemd, maar specifiek het goud van dát land.
Goed goud
Dat het goud ‘goed’ wordt genoemd, roept direct een vraag op: bestaat er dan ook goud dat niet goed is?
Wat het goede van dit goud precies bepaalt, zegt de tekst hier niet. Wel krijgt het goud van dát land door deze aanduiding een bijzondere kwaliteit. De formulering klinkt daardoor niet als een toevallige opmerking, maar legt nadrukkelijk de aandacht op dit goede goud.
De aanduiding ‘goed goud’ staat niet alleen hier. Bij de bouw van de Tempel van Salomo wordt eveneens ‘goed goud’ genoemd. Daarnaast kent de Joodse traditie verschillende aanduidingen voor goud, waarbij ‘goed goud’ en ‘zuiver goud’ afzonderlijk worden genoemd. ‘Goed’ kan daarom niet zonder meer worden vervangen door ‘zuiver’.
Bedolach en shoham
Naast het goud worden de bedolach en de shoham genoemd. Opvallend is het verschil in formulering. Van de shoham zegt de tekst dat het een steen is. Bij de bedolach ontbreekt zo’n nadere aanduiding.
Welke stof met bedolach precies wordt bedoeld, is niet met zekerheid vast te stellen.
Dat bedolach zonder nadere soortaanduiding wordt genoemd, kan erop wijzen dat het voor de oorspronkelijke hoorder een bekende aanduiding was. Dit wordt versterkt door het bepalend lidwoord ha- (‘de’): er staat niet alleen bedolach, maar ‘de bedolach’. De naam was kennelijk op zichzelf voldoende om duidelijk te maken wat werd bedoeld. Bij shoham wordt daarentegen uitdrukkelijk toegevoegd dat het om een steen gaat.
In Numeri 11:7, de enige andere plaats in de Tenach waar bedolach voorkomt, staat opnieuw zelfstandig ‘de bedolach’. Het uiterlijk van het manna wordt daar met de bedolach vergeleken, eveneens zonder de toevoeging ‘steen’. Dit bevestigt dat bedolach in de Torah zelfstandig als een bekende aanduiding wordt gebruikt.
Bedolach wordt verschillend uitgelegd. Sommige verklaarders denken aan een heldere kristalachtige substantie, anderen aan een geurige harssoort. Door deze onzekerheid blijft in de hertaling de naam ‘bedolach’ behouden.
Ook welke steen met shoham wordt bedoeld, is niet met zekerheid vast te stellen. De tekst zelf geeft alleen aan dat shoham een steen is. De naam wordt daarom in de hertaling behouden.
Verband met het heiligdom
Ook shoham krijgt later een bijzondere plaats. Twee shoham-stenen worden aangebracht op de schouderstukken van het priesterkleed van de hogepriester. Daarin worden de namen van de twaalf stammen van Israël gegraveerd. De hogepriester draagt deze stenen op zijn schouders als herinnering wanneer hij voor JHWH verschijnt.
Ook de beide andere natuurlijke rijkdommen krijgen later een verbinding met het heiligdom. Het ‘goede goud’ keert terug bij de bouw van de Tempel van Salomo. Bedolach wordt in Numeri 11:7 gebruikt om het uiterlijk van het manna te beschrijven.
Van dat manna wordt een hoeveelheid voor de volgende generaties bewaard bij de stenen tafelen, op de plaats waar JHWH geacht wordt aanwezig te zijn. In de Joodse traditie wordt deze bewaring verbonden met de Ark van het Verbond. De Ark krijgt later een plaats in de Tempel van Salomo.
De natuurlijke rijkdommen worden hier genoemd lang voordat sprake is van een heiligdom. Zij zijn eerst aanwezig in de schepping. Pas later krijgen zij, ieder op een andere wijze, een verbinding met het heiligdom.
De nadrukkelijke aandacht die deze natuurlijke rijkdommen in deze zin krijgen, kan daarmee een diepere betekenis inhouden.
Grammaticale en tekstuele analyse
Oe’zahav ha’arèts ha’hie tov (וזהב הארץ ההוא טוב)
En het goud van dát land is goed
Oe- is hier het voegwoord we- (‘en’). In de gevocaliseerde Hebreeuwse tekst staat onder de zajin (ז) van zahav een sjewa. Vóór deze sjewa verandert we- in oe-. Daarom begint de hertaling met ‘En het goud’.
Ha’arets ha’hie betekent ‘dat land’. Het aanwijzende voornaamwoord ha’hie verwijst terug naar het in de voorafgaande zin genoemde gebied, Chawiela. Tov betekent ‘goed’ en heeft hier betrekking op zahav, ‘goud’. De formulering luidt daarmee: ‘het goud van dat land is goed’.
sjam ha’bedolach we’èvèn ha’sjoham (שם הבדלח ואבן השהם)
‘daar is de bedolach en een steen, de shoham’
Ha’bedolach bestaat uit het bepalend lidwoord ha (ה-)- en bedolach (בדלח). Welke stof met bedolach precies wordt aangeduid, is niet zeker. Het woord wordt onder meer in verband gebracht met een kristalachtige stof en met een geurige hars.
We’even ha’sjoham betekent letterlijk ‘en een steen, de shoham’. Even betekent ‘steen’ en staat zonder bepalend lidwoord; shoham wordt daarentegen voorafgegaan door ha-, ‘de’. De tekst geeft daarmee bij shoham aan dat het om een steen gaat, zonder vast te leggen welke steensoort ermee wordt bedoeld.
Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het Scheppingsverhaal in Bereshiet:
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet 1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet 1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet 1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet 1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet 1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
Rust wordt een begin Genesis/ Bereshiet 2:3
De schepping ontwikkelt zich naar haar bestemming Genesis/ Bereshiet 2:4
Oorzaak en gevolg Genesis/ Bereshiet 2:5
Damp stijgt op, water in beweging Genesis/ Bereshiet 2:6
Van vruchtbare aarde tot schepsel Genesis/ Bereshiet 2:7
De verborgen ruimte van Gan Eedèn Genesis/ Bereshiet 2:8
(zie voor de hertaling van 2:9 Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9)
Water dat blijft stromen brengt leven waar het komt Genesis / Bereshiet 2:10
Pisjon verschijnt als een rivier door een streek van overvloed Genesis / Bereshiet 2:11
cover: fragment schilderij met Torarol door Marc Chagall, foto Bloom
Geef als eerste een reactie