Want je ziel verlangt ernaar om vlees te eten

Re’eh 5786 

beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip

Deze parasja valt midden in de vakantieperiode. In het Jodendom draait veel om eten, dus ook tijdens een vakantie.

Neem je zelf kosjer eten mee, of ga je ergens naartoe waar voldoende kosjer eten te vinden is? Anderen zullen misschien niet precies alle regels volgen, maar zullen alleen koosjer vlees eten. Een vakantie betekent dan vaak dat we het een of meerdere weken zonder vlees moeten stellen. 

Wat vindt onze parasja daarvan? 

In het begin van de parasja lezen we hoe het Joodse volk het land in bezit neemt en G’d zijn plek zal uitkiezen om te vestigen. Dit zal de plek zijn waar het volk hun offers mochten brengen:

וְהָיָ֣ה הַמָּק֗וֹם אֲשֶׁר־יִבְחַר֩ יְהֹוָ֨ה אֱלֹהֵיכֶ֥ם בּוֹ֙ לְשַׁכֵּ֤ן שְׁמוֹ֙ שָׁ֔ם שָׁ֣מָּה תָבִ֔יאוּ אֵ֛ת כׇּל־אֲשֶׁ֥ר אָנֹכִ֖י מְצַוֶּ֣ה אֶתְכֶ֑ם עוֹלֹתֵיכֶ֣ם וְזִבְחֵיכֶ֗ם מַעְשְׂרֹֽתֵיכֶם֙ וּתְרֻמַ֣ת יֶדְכֶ֔ם וְכֹל֙ מִבְחַ֣ר נִדְרֵיכֶ֔ם אֲשֶׁ֥ר תִּדְּר֖וּ לַיהֹוָֽה׃

Op de plek die de Eeuwige jullie G’d zal uitkiezen om zijn Naam daar te vestigen, zullen jullie alles brengen dat ik jullie opdraag: jullie opstijgende offers, feestoffers, tienden en heffingen en een keur aan vrijwillige gaven die jullie aan de Eeuwige beloven. Dewariem 12:11

Deze plek is wat uiteindelijk de Tempel in Jeruzalem is geworden en kwam in de plaats van de misjkan, de ‘woning’. Het woord ‘woning’ is hier met aanhalingstekens, zoals Dr. Jitschak Dasberg dat ook doet in zijn vertaling, om aan te geven dat het niet een letterlijke woning is waar G’d in woont. 

Deze misjkan droeg het volk veertig jaar mee in de woestijn en heeft daarna nog eeuwen op verschillende plekken in Israël gestaan, met name in Shilo.

Over deze misjkan schrijft de Tora, in relatie tot offers, in Wajikra 17:3-5:

אִ֥ישׁ אִישׁ֙ מִבֵּ֣ית יִשְׂרָאֵ֔ל אֲשֶׁ֨ר יִשְׁחַ֜ט שׁ֥וֹר אוֹ־כֶ֛שֶׂב אוֹ־עֵ֖ז בַּֽמַּחֲנֶ֑ה א֚וֹ אֲשֶׁ֣ר יִשְׁחַ֔ט מִח֖וּץ לַֽמַּחֲנֶֽה׃ וְאֶל־פֶּ֜תַח אֹ֣הֶל מוֹעֵד֮ לֹ֣א הֱבִיאוֹ֒ לְהַקְרִ֤יב קׇרְבָּן֙ לַֽיהֹוָ֔ה לִפְנֵ֖י מִשְׁכַּ֣ן יְהֹוָ֑ה דָּ֣ם יֵחָשֵׁ֞ב לָאִ֤ישׁ הַהוּא֙ דָּ֣ם שָׁפָ֔ךְ וְנִכְרַ֛ת הָאִ֥ישׁ הַה֖וּא מִקֶּ֥רֶב עַמּֽוֹ׃ 

Elk persoon van het Huis Jisrael die een rund, schaap of geit slacht, of het nu in het kamp is of daarbuiten en hij brengt het niet naar de ingang van de tent-der-samenkomst om er een offer van te brengen voor de Eeuwige, voor de ‘Woning’ van de Eeuwige, wordt een bloedschuld aangerekend; hij heeft bloed vergoten; deze persoon zal losgesneden worden vanuit zijn volk.

De misjkan was dus niet alleen de plek voor offers in het bijzonder: elk dier dat door het Joodse volk werd geslacht, moest naar het misjkan gebracht worden. Het benadrukt hoe bijzonder het slachten van dieren is. We nemen een leven en verspillen bloed. Dit mag niet zomaar gebeuren, maar moet ingebed worden in een gewijd ritueel.

Als we teruggaan naar Beresjiet, dan zien we ook daar al dat het eten van vlees niet vanzelfsprekend is: 

וַיֹּ֣אמֶר אֱלֹהִ֗ים הִנֵּה֩ נָתַ֨תִּי לָכֶ֜ם אֶת־כׇּל־עֵ֣שֶׂב ׀ זֹרֵ֣עַ זֶ֗רַע אֲשֶׁר֙ עַל־פְּנֵ֣י כׇל־הָאָ֔רֶץ וְאֶת־כׇּל־הָעֵ֛ץ אֲשֶׁר־בּ֥וֹ פְרִי־עֵ֖ץ זֹרֵ֣עַ זָ֑רַע לָכֶ֥ם יִֽהְיֶ֖ה לְאׇכְלָֽה׃

En G’d zei: zie hier, ik heb jullie alle zaaddragende planten die op de hele aarde zijn en alle bomen met vruchten voortbrengen aan jullie gegeven en ze zullen voedsel voor jullie zijn. Beresjiet 1:29

Pas na de Zondvloed verandert dit:

וּמוֹרַאֲכֶ֤ם וְחִתְּכֶם֙ יִֽהְיֶ֔ה עַ֚ל כׇּל־חַיַּ֣ת הָאָ֔רֶץ וְעַ֖ל כׇּל־ע֣וֹף הַשָּׁמָ֑יִם בְּכֹל֩ אֲשֶׁ֨ר תִּרְמֹ֧שׂ הָֽאֲדָמָ֛ה וּֽבְכׇל־דְּגֵ֥י הַיָּ֖ם בְּיֶדְכֶ֥ם נִתָּֽנוּ׃ כׇּל־רֶ֙מֶשׂ֙ אֲשֶׁ֣ר הוּא־חַ֔י לָכֶ֥ם יִהְיֶ֖ה לְאׇכְלָ֑ה כְּיֶ֣רֶק עֵ֔שֶׂב נָתַ֥תִּי לָכֶ֖ם אֶת־כֹּֽל׃

Alle dieren op het land, alle vogels in de lucht, alles wat op de grond voortbeweegt en alle vissen van de zee zullen jullie vrezen en heb ik in jullie handen gegeven. Alles wat beweegt en leeft zal voedsel zijn voor jullie, net als het groene kruid geef ik jullie alles. Beresjiet 9:2-3

Een paar zinnen hiervoor (Beresjiet 8:21) wordt uitgelegd waarom dit nodig is:

כִּ֠י יֵ֣צֶר לֵ֧ב הָאָדָ֛ם רַ֖ע מִנְּעֻרָ֑יו de mens is slecht vanaf zijn jeugd

Rav Kook in A Vision Of Vegetarianism And Peace legt een verband tussen de jetser hara – de kwade neiging – en het eten van vlees. De toestemming die Noach kreeg, was noodzakelijk zodat de mens een uitlaatklep had voor zijn jetser hara. Dit verklaart waarom deze twee onderwerpen samen genoemd worden, maar ook waarom in dezelfde paragraaf staat dat een moordenaar gedood moet worden.

Rav Kook legt echter ook een expliciet verband met onze parasja.

כִּֽי־יַרְחִיב֩ יְהֹוָ֨ה אֱלֹהֶ֥יךָ אֶֽת־גְּבֻלְךָ֮ כַּאֲשֶׁ֣ר דִּבֶּר־לָךְ֒ וְאָמַרְתָּ֙ אֹכְלָ֣ה בָשָׂ֔ר כִּֽי־תְאַוֶּ֥ה נַפְשְׁךָ֖ לֶאֱכֹ֣ל בָּשָׂ֑ר בְּכׇל־אַוַּ֥ת נַפְשְׁךָ֖ תֹּאכַ֥ל בָּשָֽׂר׃ 

Als de Eeuwige jouw G’d je grenzen vergroot, zoals Hij aan jou heeft beloofd, en mocht je zeggen: laat ik vlees eten, want mijn ziel verlangt naar vlees. Dan zal je vlees eten zoveel als je ziel verlangt. Dewariem 12:20

Wat we tot nu toe zien, lijkt de Tora alle kanten op te gaan. Eerst mag vlees eten niet, dan weer wel, dan alleen als je het als offer brengt. En nu gaan weer alle remmen los! Eet wat je wil! Slacht wat je wil! Geeft de Tora hier een vrijbrief om eindeloos vlees te eten? 

Rav Kook wijst op de woordkeuze כִּֽי־תְאַוֶּ֥ה נַפְשְׁךָ֖ לֶאֱכֹ֣ל בָּשָׂ֑ר Want je ziel verlangt ernaar om vlees te eten

Het verlangen naar vlees is volgens hem de jetser hara die spreekt. De Tora heeft het hier niet over de noodzaak om vlees te eten. Nee, het gaat over verlangen.

Daarmee lijkt het toestaan van het eten van vlees buiten het kader van offers en de Tempel niet een vrijbrief, maar een concessie. Net zoals de toestemming aan Noach een noodzakelijk kwaad was, om de chaos van voor de Zondvloed te voorkomen, zo geeft de Tora hier ruimte om vlees te eten. 

Het doen van concessies aan de menselijke aard is niet uniek. Er zijn meerdere voorbeelden hiervan terug te vinden, met name in dit deel van Dewariem. 

Zo zien we dat is slavernij toegestaan, maar wordt het in onze parasja zodanig ingeperkt, je moet hem of haar betalen voor het werk dat ze hebben gedaan. Het koningschap is toegestaan (in parasja Sjofetiem volgende week), maar alleen als de mensen erom vragen. 

Bovendien zijn zowel de profeet Samuel als G’d nogal teleurgesteld als het volk inderdaad om een koning vraagt (Samuel 1, hoofdstuk 8). In dezelfde parasja wordt het concept van bloedwraak gereguleerd door het instellen van vluchtsteden. Over twee weken, in parasja Kie Teetsee, lezen we over trouwen met een krijgsgevangene. Ook hierover zeggen de rabbijnen (Talmoed Bavli, Kiddoesjin 21b) dat dit alleen toegestaan is vanwege de jetser hara.

Rav Kook brengt dat hier een educatieve functie vanuit gaat. Om op een moreel superieur niveau te komen, moet de mens aan de hand genomen worden. Het werkt niet om van de ene op de andere dag allerlei zaken verbieden. Het reguleren is een stap naar het uiteindelijk uitbannen, mogelijk in de Messiaanse tijd. 

Dit reguleren zien we over het eten van vlees ook in de woordkeuze. Er staat וְזָבַחְתָּ֞. Dit kan worden vertaald als slachten, maar betekent ook ‘offeren’. Het benadrukt dat bij het slachten voor gewone consumptie alle regels voor offers van toepassing zijn. Zo benadrukt de Tora dat het nemen van een leven van een dier iets gewijds is en niet een handeling is die je achteloos mag doen. 

Een ouder protest tegen de bio-industrie is niet te vinden.

Al met al is een weekje zonder vlees zo gek dus nog niet. 

Bronnen
Vertalingen van mijzelf, deels gebaseerd op Dr. I. Dasberg
Dit artikel is geïnspireerd op Studies in Devarim, Re’eh 3, How permitted is meat? van Nehama Leibowitz, oorspronkelijk vertaald en verspreid door Aryeh Newman tussen 1955 en 1962 en opnieuw uitgegeven in 1996, Haomanim Press, Jerusalem
A Vision Of Vegetarianism And Peace, Rav Avraham Yitzhak Hacohen Kook, Edited by Rabbi David Cohen, Translated, with additional notes, by Jonathan Rubenstein


cover: beeld Bloom, 2021

Over Michael Hochheimer 14 Artikelen
Michaël Hochheimer groeide op in Amstelveen. Hij studeerde aan Jeshivat haKibuts haDati in Ein Tsurim en theoretische natuurkunde aan de UvA. Michaël zet zich met veel energie in voor de CIZ-Sjoel, onder andere als ba’al koree (voorlezen uit de Tora) en chazan (voorgaan in de dienst). Michaël heeft vele Bar Mitswa-jongens opgeleid en is bestuurslid geweest in veel organisaties, variërend van Bne Akiwa en Ijar tot het CJO en de CIZ Vereniging. In het dagelijks leven is hij beleidsadviseur bij de Nederlands Zorgautoriteit waar hij waakt over de kosten van de gezondheidszorg.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*