Verhalen

Met enkele schrammen. Mijn Haagse jeugd in de jaren vijftig

Onderweg naar school haalde ik mijn beste vriendje op. Laten we hem Bauke Boomsma noemen.  Het was een typische lagere-schoolvriendschap: de ene week waren we de dikste maten, de volgende week aartsvijanden. Bauke was alles wat ik niet was. Hij was een blonde Fries geboren in Franeker, was atletisch, dol op voetballen, groot, mager en had blauwe ogen. In de zomer van 1945 kwamen we vanuit Zwitserland naar Nederland. Na een jaar bij mijn grootouders … [Lees verder]

springende teckel tegen achtergrond van sefardisch aandoende ornamenten
Kijk- en Luistertips

STOP! Lilly ontdekt familiecrisis tussen de broer van Rebecca d’Espinosa en Samuel de Casseres …

“Levie, waarom hoor ik dit nú pas?” “Wat bedoel je, Lilly?” “Dat er een musical over de zwager van onze familie speelt en niemand mij heeft uitgenodigd!”Ik kijk haar aan. “Welke zwager?” Lilly zucht diep, zoals alleen een ruwharige teckel met sefardische ambities dat kan. “Baruch Spinoza natuurlijk. De broer van Rebecca d’Espinosa. En Rebecca trouwde volgens onze familielegende met Samuel de Casseres. Dat maakt Spinoza zo ongeveer de zwager van de hele misjpoge. Ik … [Lees verder]

Sal Santen - boekcovers, Museum Amsterdam Noord
Geschiedenis

Beroepsrevolutionair Sal Santen werd auteur van klassiekers als Jullie is jodenvolk; Sneevliet, rebel en Adiós Compañeros

Trotskist en schrijver Sal Santen (Amsterdam, 1915 – 1998) groeide op in de nieuwbouwwijk Tuindorp Oostzaan, Amsterdam-Noord, in een joods arbeidersgezin.  Dat gezin streek in 1929 neer op Henriëtte Ronnerplein 20/2 in een nieuw complex arbeiderswoningen van de radicaal-socialistische corporatie De Dageraad.  Santens oudste zus stierf op in datzelfde jaar aan tbc. Hijzelf trouwde in 1938 met Bep Blaauw (1914-93), de stiefdochter van de revolutionaire socialist Henk Sneevliet. Met Bep verhuisde Sal naar de Schoolstraat … [Lees verder]

logo Ephraim vertelt, met twee diamantjes op de i
Verhalen

Vader Goldstoff van Krakau naar Mokum

Eind december 1944 werden de meeste Häftlinge (gevangenen) op transport gesteld naar verschillende kampen omdat de Russen in aantocht waren om Auschwitz te bevrijden. In deel 1 vlucht de familie Goldstoff in 1940 van Krakau naar het kleinere Wisnicz. Daar worden de Joden tewerkgesteld om Duitse legervoertuigen te repareren. Daarna worden ze op transport gesteld naar Auschwitz. Jehoshua Heshel Oziyas Goldstoff, de vader van Ephraïm, is de enige van het gezin die niet in Auschwitz … [Lees verder]