Vader komt aan in Nederland

van krakau naar mokum deel 3

logo Ephraim vertelt, met twee diamantjes op de i

Het was nooit bij mijn vader opgekomen om naar Nederland te gaan, maar dat was dichtbij Antwerpen, een bekend Joods centrum.

Dat leek hem wel wat. In het Oostenrijkse DP-kamp bij Linz schreef hij zijn naam en personalia op een formulier van de Nederlandse overheid. 

Enkele weken later kreeg Jehoshua Heshel Oziyas Goldstoff de uitnodiging om naar Nederland te komen, en wel naar Utrecht. De trein naar Utrecht zou de volgende dag vertrekken vanuit München.

Het was onmogelijk om die trein te halen. Hij moest eerst zijn spullen ophalen in Linz en dan naar München. Op het station in Linz vroeg hij naar de Schaffner, de conducteur. Met een grote slof sigaretten wist hij de man te overtuigen hem een treinkaartje naar Utrecht te geven.  

Overstap in Emmerich

De trein van mijn vader zou rechtstreeks naar de Duits-Nederlandse grens reizen en vervolgens door naar Utrecht. Zijn oorspronkelijke trein maakte nog een hele toer door Duitsland en zou dus later aankomen bij de grens dan papa’s trein. In Emmerich stapte papa over op ‘zijn’ trein. Hij meldde zich bij de conducteur met de lijsten en verdere gegevens. 

Maar meneer Goldstoff u bent te laat, u had in München moeten instappen waar u niet bent verschenen, ik heb u van de lijst geschrapt. U moet de trein verlaten.

Ik ga de trein niet uit, zei pa.
Dan laat ik u arresteren.

Het volgende station in Nederland was Venlo. Daar werd papa gearresteerd. Ik heb al ergere dingen meegemaakt, was zijn antwoord. Mijn vader werd in een cel gegooid op het politiebureau waar hij de cel moest delen met een Duitser. 

Zijn celgenoot dacht dat mijn vader ook een nazi was, net als hijzelf. De man vertelde trots over zijn naziverleden en zijn ‘heldenverhalen’ uit de oorlog.

Bij de rechter-commissaris

De volgende ochtend, op zaterdag, werd mijn vader voorgeleid bij de rechter-commissaris. Mijn vader vertelde zijn levensverhaal en de verhalen van zijn celgenoot de nazi. Die draaide de bak in, mijn vader kon zijn reis vervolgen. 

In Utrecht aangekomen, kreeg hij een kamer in een groot huis vol met Poolse soldaten. Hij werd de advocaat van de soldaten omdat hij de enige geletterde was. De soldaten waren iedere nacht dronken en werden regelmatig opgepakt. Mijn vader kreeg ze allemaal meteen uit de cel: Dit zijn jullie bevrijders, laat de soldaten gaan. Hij werd hun held. Hij moest al hun brieven voorlezen en schrijven.

Amchoe?

Het was sjabbat. Papa ging op zoek naar een Jood. In de binnenstad ontdekte hij een oudere heer met hoed, met een typisch Joods uiterlijk. Hij sprak de man aan. Amchoe? Ben jij van ons volk? Amchoe was het antwoord van de man die zich meteen voorstelde: Wildman is mijn naam. Is hier een sjoel, vroeg vader. 

Zij liepen naar de Springweg. Dit is de sjoel, zei Wildman, terwijl hij trots wees op het mooie gebouw, gebouwd door architect Harry Elte, die ook de RAS (de Raw Aron Schuster sjoel) in Amsterdam ontwierp. Vanmiddag is er op de Springweg een minchadienst om 19.30 uur.

Meneer Wildman was de vader van Margot. Zij trouwde later met Mannes Wikler, voorzitter van de NIK en lid van talrijke Joodse besturen. De sjoel was de verzamelplek van de Joden in Utrecht. De post werd er dagelijks bezorgd. Velen hadden geen vast adres, dus liet men de post daarheen sturen.

wordt vervolgd


Van Krakau naar Mokum

In deel 1 vlucht de familie Goldstoff in 1940 van Krakau naar het kleinere Wisnicz. Daar worden de Joden tewerkgesteld om Duitse legervoertuigen te repareren. Daarna worden ze op transport gesteld naar Auschwitz. Jehoshua Heshel Oziyas Goldstoff, de vader van Ephraïm, is de enige van het gezin die niet in Auschwitz werd vergast.
In deel 2 Vader Goldstoff van Krakau naar Mokum wordt Jehoshua Goldstoff gedwongen om in Gusen, een van de subkampen van Mauthausen, aan Messerschmitt-vliegtuigen te werken:”Mauthausen was voor papa nog veel erger dan Auschwitz.” Na de bevrijding kwam hij halfdood aan in een DP-kamp bij het Oostenrijkse Linz. Daar zag hij een uitnodiging van de Nederlandse overheid.


cover: Françoise Nick

Over Ephraïm Goldstoff 105 Artikelen
Ephraïm Goldstoff (1949) groeide op in de oude Joodse Plantagebuurt tegenover Artis. Na het Maimonides volgde hij verschillende opleidingen in de diamantwereld. Goldstoff vervult vele bestuurlijke functies onder meer voor Bnei Akiwa, Oost-Joods Verbond, OSE (Organisation Secours aux Enfants), Young Leadership CIA, The Feuerstein Institute (Jerusalem). Hij is bestuurslid van Maccabi tennis en van de RAS (Rav Aron Schuster Synagoge) en de Stichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg. Goldstoff is voorzitter Stichting Naleving Washington Principles, raadslid NIHS, lid ledenraad Joods Maatschappelijk Werk, voorzitter Stichting Dutch Friends of The Feuerstein Institute. Ephraïm Goldstoff is zelfstandig ondernemer in oude en antieke juwelen en edelstenen. Nog steeds werkzaam en kantoorhoudend in de Diamantbeurs.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*