Er zijn momenten waarop een zaal niet zomaar volloopt, maar zich vult met iets dat zwaarder is dan mensen alleen. De ‘Nooit Meer Auschwitz’ lezing 2026 was er zo’n een.
De prachtige zaal van het KIT zat vol en ademde verwachting, misschien zelfs een beetje onrust. Linda Clewits, voorzitter van het Auschwitz Comité, kondigde aan dat in de overvolle zaal de twee piepkleine bezoekers van acht weken oud aanwezig zijn. Dit deed de gemiddelde leeftijd in de zaal goed.
Verder zag ik twee jonge mensen met een keffiyeh, veel ouderen, joden en niet-joden: een gemêleerd publiek dat, ondanks alle breuklijnen van deze tijd, samenkwam om te luisteren.
Nooit meer Auschwitz 2026
Het was de 21e editie van de lezing voorafgaand aan de Nationale Holocaust Herdenking. Dit jaar op zondag 25 januari 2026 in aanwezigheid van Minister-president Schoof bij het Spiegelmonument in het Wertheimpark ‘Nooit meer Auschwitz’.
De Israëlische documentairemaker Dror Moreh was de spreker en winnaar van de Annetje Fels-Kupferschmidt Award.* Hij is de chroniqueur van macht en morele afgrond. Hans Fels Kupferschmidt, zoon van de naamgever van deze onderscheiding, leidde Moreh in.
*(red.) De Annetje Fels-Kupferschmidt Award is een onderscheiding voor personen of organisaties die zich op uitzonderlijke wijze inzetten voor het levend houden van de nagedachtenis van de Holocaust of zich inzetten tegen hedendaagse vormen van antisemitisme en racisme. Bekende winnaars uit het verleden zijn onder anderen architect Daniel Libeskind, historica Debórah Dwork en filmmaker Willy Lindwer.
“Never again is onze raison d’être,” zei Hans Fels, zelf documentairemaker, “Het staat voor de 75 procent vermoorde Joden uit Amsterdam.” Zijn woorden waren geen geschiedenisles, maar een waarschuwing die nog altijd brandt.
Deze middag begon daarna niet met woorden, maar met wiegeliederen. Lucette van den Berg zong twee Jiddische liederen. Het eerste, een oud wiegelied uit het Vilnius getto, klonk als een treurlied uit een voorbije wereld. Ze vertelde hoe het kind in het lied niet door de moeder zelf wordt gewiegd, want het was afgestaan, om het te redden en dat de vader “tranen zo zwaar als hagelstenen” huilt. De muziek legde een bedding voor wat komen zou: een lezing over menselijkheid en vooral over het moment waarop die verdwijnt.
Mechanismen van Macht
Moreh is geen man van speeches, zei hij zelf. Hij is iemand die de levens van anderen onderzoekt en daardoor onherroepelijk zelf verandert. Een paar weken geleden bezocht hij Auschwitz voor de eerste keer.
Hij dacht dat hij voorbereid was. Hij had zich vergist. “Het is het symbool van wat er gebeurt wanneer de mensheid vergeet wat menselijkheid betekent.” De schok zat nog in zijn stem.
Moreh citeerde de orthodoxe filosoof Leibovitz, die na de Zesdaagse Oorlog waarschuwde dat een staat die twee miljoen mensen controleert, onvermijdelijk verandert in een koloniale macht. “Hij had ongelijk willen hebben,” zei Moreh. “Maar hij had gelijk.”
Zijn werk draait al decennialang om de mechanismen van macht. Hij pelde zijn werk voor ons af om in al zijn eerlijkheid elke nuance mee te geven.
The Gatekeepers (2012) bracht hem in het binnenste van de Shin Bet, waar hij morele dilemma’s en fouten blootlegde die zelden het daglicht zien. Corridors of Power (2022/2024): Een omvangrijk project (zowel als film en als serie) waarin hij de besluitvorming onderzoekt in de Verenigde Staten sinds de Koude Oorlog: waarom democratische staten steeds opnieuw falen om in te grijpen bij genocides en massaal geweld.
Moreh toont aan hoe geopolitieke belangen humanitaire crises overschaduwen, hoe ‘never again’ in vergaderkamers wordt weggewoven door angst, opportunisme en abstracties.
Niets doen: A Problem of Hell
Hij sprak over 1943, toen Europese leiders wisten dat de Joden werden uitgeroeid, maar niet handelden. Zoals nu in Iran. Over Obama’s ‘rode lijn’ in Syrië, die geen rode lijn bleek en niet tot actie leidde. Over Samantha Power, VS ambassadeur bij de UN en auteur van A Problem from Hell: America and the Age of Genocide (2002). Power zei later dat ze zich deel voelde van een wereld die ‘niet genoeg had gedaan.’
Over de verdoofde besluitvormers van toen en nu, die weten, maar niet handelen.
“Herinneren bestaat,” zei Moreh. “Verantwoordelijkheid niet.”
Het was een van de stilste momenten van de middag. Hij liet pauzes vallen uit emotie, of was het om ons bij te laten komen?
Dror Moreh vertelde hoe zijn onderzoek hem steeds opnieuw confronteerde met dezelfde pijnlijke waarheid: wreedheid komt niet voort uit monsters, maar uit gewone mensen.
Zoals Christopher R. Browning, bekend van het invloedrijke boek Doodgewone mannen, analyseert hoe gewone mensen moordmachines werden. Hoe nazi’s uit Hamburg eerst vaders, buren, boekhouders waren én – niet zelden vrijwillig – moordenaars werden. “Het was geen Duits verhaal,” zei Moreh. “Het was een Europees verhaal. Een menselijk verhaal.”
“Het is al gebeurd”
En toen kwam 7 oktober. De sirenes in Tel Aviv om zes uur ’s ochtends negeerde hij eerst, maar om 6.30 zette hij de TV aan. De beelden die volgden. De afslachting. De ontvoering van 239 mensen, onder wie peuters en Holocaustsurvivors. De livevideo’s van Hamas, die hij “het meest afschuwelijke” noemde dat hij ooit zag.
Hij citeerde een Palestijnse psychiater die ooit tegen een Israëlische collega zei: “Onze overwinning is dat jullie lijden.” Begrijpen is geen rechtvaardiging, benadrukte hij. Maar zonder begrijpen is er geen einde aan de cyclus. Meer dan ooit is er antisemitisme. Haat is genormaliseerd en mensen zien elkaar niet als mensen.
Moreh haalde deze tijd steeds weer als spiegel van het verleden. Hij had gesproken met Meir Dagan, de legendarische Mossad-chef, die zijn hele leven een foto bij zich droeg van zijn grootvader, gekleed met talliet, vlak voor zijn executie. “Dit mag nooit meer gebeuren,” zei Dagan altijd. “Maar het is al gebeurd,” voegt Moreh toe.
Wat zou Dagan denken van 7 oktober? En van wat Israël daarna deed in Gaza? Moreh liet de vraag hangen. De stilte was een antwoord op zichzelf.
Herdenken is niet genoeg
Never Again wordt steeds weer met voeten getreden. Hij sprak over de normalisering van haat, over antisemitisme dat wereldwijd oplaait “zoals Goebbels het gewild zou hebben”. Over Joden die opnieuw twijfelen aan hun veiligheid. Over Iran, waar mensen geen kant op kunnen. Over internationale wetten die worden genegeerd. Over macht die geen verantwoordelijkheid kent.
Aan het einde citeerde hij Judah Bauer van Yad Vashem, die ooit een archeologische inscriptie liet zien: “Bescherm de weduwe, de wees en de slaaf, dat is de wens van de koning.”*
*(red.) Uitspraak wordt toegeschreven aan de Sumerische koning Ur-Nammu (ca. 2100 v.g.j.). In de Tora (bijv. Exodus 22:21) komt deze uitspraak terug en wordt dan niet toegeschreven als de wens van een aardse koning, maar is een direct gebod (mitswa) van Ha’Shem om voor deze groepen te zorgen.
“Laten we onszelf niet voor de gek houden,” zei Moreh. “Herdenken is niet genoeg. We moeten werken. Strijden. Waken.”
Toen hij de prijs in ontvangst nam, zei hij dat hij de verantwoordelijkheid voelde. De zaal voelde het met hem mee.
En ergens, tussen de wiegeliederen van het begin en de waarschuwingen van het einde, lag de vraag die boven alles hing: Hoe vaak kan ‘nooit meer’ nog worden uitgesproken voordat het zijn betekenis verliest?
cover: Auschwitz Herdenking 2025, foto Bloom
Dank voor de mooie weergave van de Nooit Meer Auschwitz lezing, waar ik gisteren bij was. U stelt aan het eind de vraag hoe vaak ‘nooit meer’ nog uitgesproken kan worden voordat het zijn betekenis verliest. Misschien is de vraag wel: hoe vaak moet ‘nooit meer’ uitgesproken worden voordat de werkelijke betekenis doordringt en opdracht wordt!