Eerlijkheid en een scène vol spanning 

Wajigash 5784

beeldmerk Parasja

Parashat Wajigasj vormt het sluitstuk van het verhaal van Joseef en zijn broers.

De spanning die al sinds hun verkoop van Joseef naar Egypte onder de oppervlakte suddert, bereikt hier haar morele en existentiële hoogtepunt. Centraal staat niet alleen verzoening, maar vooral de vraag wat echte boetedoening en eerlijkheid betekent.

De parasha opent met een scène vol spanning. De broers zijn opnieuw naar Egypte gekomen om voedsel te kopen. Op uitdrukkelijk verzoek van de onderkoning (eigenlijk Joseef, maar dat weten ze niet) hebben ze ditmaal Benjamin bij zich. Na dit lang te hebben tegengehouden, stemde Jaakov er met grote tegenzin in toe dat ze Benjamin meenemen. 

Bij het weggaan had hij zijn zonen al gewaarschuwd dat Benjamin geen ‘ongeluk’ mocht overkomen – een bitter ironische opmerking die verwijst naar Joseefs vermeende dood. Het suggereert dat Jaakov nooit werkelijk geloofde dat Joseef echt door een ongeluk om het leven was gekomen.

Beker met magische krachten

In Egypte herkennen de broers Joseef wederom niet. Ze kopen graan en na hun aankoop vertrekken ze weer, niet wetend dat Joseef dit keer zowel hun geld als zijn beker – waaraan magische krachten worden toegeschreven – in het geheim in de zak van Benjamin heeft laten stoppen. 

Wanneer ze zijn vertrokken, worden de broers achterhaald door dienaren van de Farao die op zoek gaan naar de beker. Wanneer de beker vervolgens wordt ’gevonden in Benjamins zak, dreigt deze jongste broer als slaaf te worden meegenomen. Daarmee lijkt precies het rampscenario uit te komen waar Jaakov voor vreesde.

Het is een beslissend keerpunt in de morele ontwikkeling van de broers.

Erkenning schuld

Het zou niet ondenkbaar zijn geweest als de broers alleen zichzelf hadden gered. Dat was niet heel moeilijk geweest – ze hadden Benjamin op kunnen offeren en mee kunnen geven aan de Egyptenaren, zoals zij jaren eerder met Joseef hadden gedaan. 

Ze hadden dan waarschijnlijk de woede van hun vader moeten doorstaan, maar niet veel meer. Echter, ze kozen een andere weg. Ze gaven Benjamin niet mee aan de Egyptenaren en erkennen collectief schuld: “Wat kunnen wij zeggen, hoe kunnen wij ons rechtvaardigen, nu Gd de zonde van uw dienaren ontdekt heeft?” 

Het is opmerkelijk dat ze nu bereid zijn verantwoordelijkheid te dragen voor een misdrijf dat zij niet hebben gepleegd, terwijl ze destijds geen verantwoordelijkheid wilden nemen voor een misdaad die zij wél begingen. Het lijkt op boetedoening – een volledige catharsis. Toch blijkt dat nog niet genoeg. 

Lange smeekbede van Jehoeda

De broers zijn solidair met Benjamin en samen gaan ze terug naar het hof van Pharao. Daar volhardt Joseef dat hij Benjamin als slaaf wil houden. Daarop treedt Jehoeda naar voren met een lange smeekbede. 

In de smeekbede blijkt de inkeer van de broers toch nog niet helemaal compleet. In zijn betoog herhaalt Jehoeda het verhaal dat hij al een aantal keer verteld heeft: Joseef is dood, Benjamin is de enige zoon die Jaakov nog rest van zijn moeder Rachel. Maar dit is een bewuste onwaarheid – Jehoeda heeft geen reden om aan te nemen dat Joseef echt dood is. 

Wat Jehoeda niet beseft, is dat degene tegen wie hij spreekt – Joseef zelf – die leugen doorziet. Zijn beroep op medelijden met Jaakov klinkt daardoor hol, juist omdat hij nooit eerlijk is geweest over wat Jaakov werkelijk is aangedaan.

Ik ben Joseef! Leeft mijn vader nog?

Dit vormt de achtergrond van Joseefs dramatische openbaring: “Ik ben Joseef! Leeft mijn vader nog?” Deze vraag is opvallend, omdat Joseef eerder al naar Jaakovs welzijn heeft geïnformeerd. 

Volgens Midrash Rabba is dit geen neutrale vraag, maar een scherpe terechtwijzing. Midrash Rabba leest hierin een moreel oordeel: als de broers werkelijk bezorgd waren om hun vader, hoe konden ze dan al die jaren in leugen leven? 

De Bet Halevi, Joseph Dov HaLevi Soloveitchik, verdiept dit punt. De woorden “Leeft mijn vader nog?!” zijn geen verzoek om informatie, maar een confronterende uitroep: “Leeft hij ondanks alles wat jullie hem hebben aangedaan?” 

Joseef ontmaskert de innerlijke tegenspraak in Jehoeda’s woorden. Zolang de leugen over Joseef blijft bestaan, blijft ook de morele breuk bestaan.

Herstel en een uitgestoken hand

Pas in de volgende zin, wanneer Joseef expliciet zegt: “Ik ben Joseef, jullie broer, die jullie naar Egypte hebben verkocht”, is de catharsis compleet. Nu worden de broers weer als broers aangesproken. 

De waarheid wordt niet langer omzeild, maar uitgesproken. En precies daardoor wordt verzoening mogelijk. De parasha eindigt zo met een diepe morele les. 

Werkelijke groei begint pas wanneer we bereid zijn zonder uitvluchten in de spiegel te kijken en de tegenstrijdigheden in ons eigen leven onder ogen te zien. Wie eerlijkheid aandurft, ontdekt – zoals de broers – dat er aan de andere kant geen vernietiging wacht, maar nabijheid, herstel en een uitgestoken hand.

Over Joel Erwteman 14 Artikelen
Joel Erwteman is getrouwd met Natalya Godschalk en vader van Avigdor, Joeda, Froukje en Shai. Hij spreekt wekelijks in AMOS op vrijdagavond over de parasja. In een grijs verleden haalde hij een graad aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium, tegenwoordig vult hij zijn dagen met het bestuderen van de Daf Yomi. In zijn vrije tijd is hij advocaat ondernemingsrecht.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*