Het is inmiddels een week geleden dat we thuiskwamen en nog steeds heb ik last van mijn jetlag. Ik word heel vroeg wakker, soms al rond drie uur. Iedere dag dwing ik mezelf om wat langer in bed te blijven en langzaam maar zeker wordt het tijdstip waarop ik wakker word iets later.
Vanochtend hield ik het tot ongeveer half vijf vol.
Ik ben nogal ongeduldig als ik wakker in bed lig en niet meer kan slapen. Maar eigenlijk ben ik tot de conclusie gekomen dat het misschien helemaal niet komt doordat ik niet kán slapen. Volgens mij ben ik gewoon blij om mijn bed uit te gaan.
Ik zal proberen uit te leggen waarom.
Een van de mooiste dingen van ons appartement is de prachtige omgeving waarin we wonen. Bijna iedere ochtend als ik wakker word, maak ik een kop koffie, ga op het balkon zitten en geniet van wat er om me heen gebeurt.
Er is geen mooier moment dan het ochtendgloren in deze stad. Je ziet en hoort zoveel.
Rond half vijf begint de muezzin op te roepen tot het gebed. Duidelijk, maar met een beschaafd geluid worden moslims door de hele stad opgeroepen voor hun ochtendgebed.
Maar in de zogenaamde ‘apartheidsstad’ Yerushalayim hoor je in de ochtend ook de kerkklokken. Ook de kerken laten weten dat hun dag begint.
Vanaf mijn balkon zie ik ondertussen tientallen mannen richting de Kotel lopen, zodat ze op tijd zijn voor de vroege ochtenddienst.
Langzaam zie je de zon boven de Oude Stad opkomen. Het licht reflecteert in ons huis en geeft de huiskamer een prachtige warme kleur. De stad is vredig.
Op dat moment staan de verschillende religies samen op. Ieder op zijn eigen manier, ieder met zijn eigen gebed. En heel even laat deze stad zien dat mensen met verschillende religies gewoon naast elkaar zouden kunnen leven.
De stad is schoon, stil en bijna idyllisch.
En van dát uitzicht kan ik dus niet slapen. Het is simpelweg te mooi om niet mee te maken.
Zeker wanneer je drie weken niet thuis bent geweest, word je opnieuw verliefd op die vredige rust. En eigenlijk hoop ik dat het nooit went.
Wat maakt me daar nou zo gelukkig van?
Misschien omdat dat beeld in de vroege ochtend voor mij laat zien hoe het óók kan. Iedereen is onderweg naar zijn eigen sjachariet, zijn eigen ochtendgebed. De een naar de moskee, de ander naar de kerk, weer een ander naar de Kotel.
Het kan dus echt.
Een paar uur later is dat gevoel grotendeels verdwenen. De straten zijn vol, overal staan files en Yerushalayim is weer een echte, drukke Midden-Oosterse stad.
En ik?
Door mijn gebrek aan slaap val ik later op de ochtend soms weer even in slaap.
Maar dat heb ik er graag voor over. Want misschien is het helemaal geen jetlag meer.
Misschien vind ik Yerushalayim in de vroege ochtend gewoon te mooi om doorheen te slapen.
cover: Talma Joachimsthal
Geef als eerste een reactie