In tegenstelling tot alle andere Joodse feestdagen in de Tenach heeft Sjawoe’ot merkwaardig genoeg geen vaste datum.
Pesach, Rosj Hasjana, Jom Kippoer, Soekot en Sjemini Atseret hebben allemaal specifieke data. Maar Sjawoe’ot wordt berekend in relatie tot de weken die volgen op Pesach: “Zeven weken zult gij tellen… daarna zult gij het feest van Sjawoe’ot vieren.” (Devariem 16:9; Wajikra 23:15)
Dit is betekenisvol omdat het de bevrijding uit de slavernij, die begon met Pesach, tot voltooiing brengt.
Daarom wordt Sjawoe’ot in de Talmoed ook Chag Ha’Atseret genoemd, het Afsluitende Feest. (Talmoed, Rosj Hasjana 16a)
Het centrale thema van Sjawoe’ot is de ‘Gave van de Tora’, Z’man Matan Torateinoe bij de berg Sinaï. Dat Pesach afsluiting nodig heeft, impliceert dat het ‘Feest van de Vrijheid’, Z’man Cheroeteinoe, dat de Uittocht bij Pesach markeert, in zeer belangrijke zin onvolledig is.
Vrijheid behouden is een nog grotere uitdaging.
Vrijheid verkrijgen is één ding – geen geringe prestatie. Maar vrijheid behouden is een nog grotere uitdaging. Wat bereikt werd door de bevrijding uit de slavernij kan op de lange termijn alleen behouden blijven wanneer het door de Israëlieten wordt geïnternaliseerd via de inzichten en discipline van de morele, ethische en spirituele levenspraktijken die de Tora biedt.
Dit idee wordt verbeeld door Rabbi Jehosjoea ben Levi, een rabbijnse wijze, in zijn iconische interpretatie van de Twee Tafelen waarop de Tien Geboden gegraveerd stonden: “het schrift was het schrift van God, gegraveerd – charoet – op de tafelen” (Sjemot 32:16).
In een typisch rabbijnse hermeneutische uitleg predikte Rabbi Jehosjoea: Lees het niet als charoet, wat ‘gegraveerd’ betekent, maar als cheroet, wat ‘vrijheid’ betekent. Met andere woorden: men is niet werkelijk vrij wanneer men niet betrokken is bij de Tora (Pirkei Avot 6:2).
Deze ogenschijnlijk speelse verandering van klinkers is gebaseerd op de traditie dat de Tora oorspronkelijk niet gevocaliseerd was. Volgens Nachmanides in zijn inleiding tot zijn commentaar op de Torah (dertiende eeuw) lagen alleen de letters vast.
Meerdere betekenissen
De klinkers moesten door de wijzen worden bepaald op basis van hun wijsheid en intuïtie. Afhankelijk van de vocalisatie en interpunctie lagen meerdere betekenissen impliciet in de woorden besloten. De wijzen kregen – of namen – aanzienlijke rabbijnse vrijheid om de overgeleverde tekst te interpreteren. De traditionele literatuur van Talmoed, midrasj en responsa getuigt van deze ‘heilige’ vrijheid.
Rabbi Nathan Lopes Cardozo werkt in zijn boek Jewish Law as Rebellion: A Plea for Religious Authenticity and Halachic Courage (2017) de vrijheid uit die deze mogelijkheden tot interpretatie het hedendaagse Jodendom biedt.
Wanneer wij deze vrijheid gebruiken om de Tora te interpreteren, komen wij tot een nog dieper antwoord op het raadsel van deze datum-loosheid. Uit het vers: “In de derde maand na de Uittocht… op deze dag kwamen zij aan in de woestijn Sinaï” (Sjemot 19:1), leidt Rasji (twaalfde eeuw, verwijzend naar de Talmoed Berachot 63b, vijfde eeuw), af:
‘Op deze dag’ in plaats van ‘op die dag’ leert dat ‘de woorden van de Tora ervaren moeten worden alsof zij vandaag zijn gegeven.’
Aha! Nu kunnen wij op een nog dieper niveau begrijpen waarom Sjawoe’ot geen vaste datum heeft. Hoewel wij het formeel vieren vijftig dagen na Pesach, is Sjawoe’ot – anders dan alle andere feesten die aan specifieke tijden gebonden zijn – in wezen bedoeld om elke dag, elk moment van het jaar te worden gevierd.
Sjabbat is de climax
Ja, inderdaad. Ook andere mitswot zijn bedoeld om invloed uit te oefenen op ons voortdurende leven. Zo begint in de dagelijkse liturgie de psalm voor iedere weekdag met de verklaring: “Dit is de eerste, tweede, derde enzovoort dag van Sjabbat.”
De Sjabbat is de climax of hoogste doel van de week is. Al de dagen leiden na de Sjabbat. Alleen Sjabbat heeft een naam. De andere dagen zijn nummers in rank orde tot Sjabbat.
Dat betekent dat wat wij hebben geleerd dat uit de ervaring van Sjabbat, onze spirituele houding de rest van de week moet beïnvloeden.
Evenzo verplicht de Tora ons om tweemaal per dag de uittocht uit Egypte te gedenken; dit wordt vervuld door de dagelijkse recitatie van de parasja van Tsietsiet (Devariem 15:36–41), waarin daarnaar verwezen wordt.
Verspilling van tijd
Hier zit de kern. Deze ervaringen worden gemotiveerd door specifieke tijdsgebonden gebeurtenissen: Sjabbat en Pesach. Sjawoe’ot daarentegen wordt nooit voorgesteld als een gebeurtenis die op een vast tijdstip plaatsvindt. Het is eerder een tijdloze openbaring die besloten ligt in de betrokkenheid bij de Tora, op ieder moment. Er is geen tijdslimiet. In de jesjivawereld van intensieve Talmoedstudie geldt het zinloos verspillen van tijd – bitoel Tora – tijd die gebruikt had kunnen worden voor Torastudie, als de ernstigste overtreding.
Wanneer begint het leven?
Een Joodse grap vat dit perfect samen. Een katholieke, protestantse en Joodse moeder bespreken wanneer het leven van hun kind begint. De katholieke moeder zegt: bij de conceptie. De protestantse moeder: bij de geboorte. De Joodse moeder: wanneer hij of zij promoveert.
De typisch Joodse drang tot studie en onderzoek, tot vooruitgang en innovatie, vindt haar oorsprong in deze bijzondere feestdag zonder datum: Sjawoe’ot, ofwel ‘de woorden van de Tora’ die 24 uur per dag, zeven dagen per week beschikbaar zijn.
cover: beeld collage Bloom, 2021
Geef als eerste een reactie