Jij bent niet buiten Elohiem – je bent er deel van

Hertaling Beresjiet #3

Genesis / Beresjiet 1:2
Klassieke vertaling: En de aarde was woest en leeg, en duisternis was over de oppervlakte van de diepte, terwijl de geest van God zweefde over de oppervlakte van de watermassa.

Hertaling
En de aarde was eerst woest en leeg geweest; en duisternis is aan de oppervlakte van het diepe water en Elohiems geest zweeft als wind voortdurend over de oppervlakte van de watermassa:

De aarde was geschapen. Eerst woest en leeg – een kale ruwe bol die nog niets weg had van de wereld die we kennen. Hier begint de beschrijving van hoe deze planeet leefbaar werd gemaakt. Want het verhaal keert zich nu volledig naar de aarde zelf: naar de voorbereiding van een plek waar leven kan ontstaan, groeien, ademen.

Inmiddels zijn ongeveer negen miljard jaar verstreken sinds dat eerste, niet te vatten begin – dat we oerknal noemen. Stelsels zijn gevormd, sterren geboren en gestorven, en ergens in een uithoek van het heelal koelt een nieuwe wereld langzaam af: onze aarde.

IJskometen

En dan … begint het geweld.

Onze planeet wordt bestookt door reizigers uit de verre randen van het heelal die in duizelingwekkende bogen neerstorten op het jonge aardoppervlak. Iedere inslag is een vuurzee, een botsing van kosmische krachten. Maar in dit geweld ligt iets verborgen: water.

Tonnen, triljoenen tonnen.

De regen van ijskometen brengt een diepe laag water over de hele aarde als een sluier die alles bedekt.

Een oceaanwereld. Een lege, maar veelbelovende diepte.

Het is een groot bouwproject van Elohiem – waarschijnlijk niet het eerste: een planeet waar leven ooit kan ontstaan, voorbereid met het fundamenteelste ingrediënt van allemaal.

Geest is Wind

Dan klinkt een woord dat tegelijk oeroud en verrassend helder is: roe’ach.

Wij vertalen het vaak als ‘geest’, maar in het Hebreeuws betekent het evengoed wind. En dat is veelzeggend.

Wind is onzichtbaar – maar onmiskenbaar aanwezig. Je ziet haar niet, maar je voelt hoe ze beweegt, duwt, draagt, verandert. Zo is roe’ach een kracht die niet vast te pakken is, maar alles beroert.

En de tekst doet nog iets subtiels. 

Het lidwoord ontbreekt.

Er staat niet: ‘de geest van Elohiem’, alsof Elohiem een bezit heeft, een afzonderlijke entiteit, een soort losstaande kracht naast Elohiem zelf. Want Elohiem is alles. Alles wat bestaat, bestaat binnen die kracht.

Eén Geest

Als we ‘de geest’ zouden lezen, lijkt het alsof er iets buiten Elohiem om bestaat – alsof geest een object is dat je kunt aanwijzen. Maar zo werkt de Hebreeuwse tekst niet.

Roe’ach Elohiem wijst op een enkele, allesomvattende ademtocht.

Eén bron.

Eén beweging.

Eén kracht waar zowel Elohiem als mens, zowel het denkbare als het nog ondenkbare, uit voortkomen.

De schepping van het universum en de evolutie van Elohiem zijn daardoor met elkaar verweven.

Niet als maker en maaksel, maar als twee aspecten van hetzelfde eeuwige ‘zijn’.

Een kosmische wisselwerking die nooit stopt. Daarom blijft de universele kracht oneindig in beweging – en alles in, op en buiten de aarde beweegt mee in dat ritme: sterren, planeten, moleculen, oceanen, cellen, gedachten.

Het is een beeld dat de scheiding tussen Elohiems geest en menselijke geest laat vervagen.

Alsof de tekst fluistert:

Er is maar één adem, één bron. Jij bent niet buiten Elohiem – je bent er deel van, voortgekomen uit dezelfde onzichtbare wind die over die oer-oceaan bewoog.

Zo begint de aarde vorm te krijgen: niet alleen door water en steen, maar door een kracht die beweegt, draagt en leven in de kiem al voelbaar maakt – nog voordat het zichtbaar wordt.

Grammaticale en tekstuele onderbouwing

Hajeta (היתה) — ‘zij was geweest’

Het werkwoord hajeta, de vrouwelijke vorm van ‘zijn’, staat in de voltooid verleden tijd; ha’arets (de aarde) is vrouwelijk.

De voltooid verleden tijd wordt gebruikt in een context die zelf al in het verleden speelt, en dan specifiek om een gebeurtenis aan te duiden die in een nog verder verleden heeft plaatsgevonden.

Wat hier niet staat

De (onvoltooid) verleden tijd wordt in de Torah doorgaans gevormd in combinatie met het voegwoord ו – de zogenoemde omkeer-waw. Bekende voorbeelden zijn amar (‘hij had gezegd’) en wa’jomer (‘en hij zei’).

In deze zin staat nadrukkelijk niet wa’tehie – ‘en zij was’.

Deze constructie met de omkeer-waw is kenmerkend voor een verhalende voortgang. Zij zet het verhaal stap voor stap in beweging, volgens het principe van: ‘en toen … en toen …’

De vorm is daarbij bijzonder: jomar (‘hij zal zeggen’) is de basisvorm, die met de omkeer-waw verandert in wa’jomer (‘hij zei’). Voor moderne lezers voelt dit als een omkering van tijd.

De afwezigheid van de omkeer-waw laat hier zien dat dit zinsdeel beschrijvend is en niet verhalend: een stilstaand beeld, dat dient als achtergrond waartegen het verdere gebeuren zich zal ontvouwen.

Plaats in de structuur

Hiermee sluit Genesis 1:2 aan bij Genesis 1:1, dat eveneens terugblikt op een voorliggende periode (‘had geschapen’).

Pas in Genesis 1:3 begint de verhalende voortgang, met werkwoorden die wel de omkeer-waw dragen (wa’jomer, wa’jehie).

Hajeta markeert zo bewust het einde van de terugblik en bereidt de overgang voor naar het proces waarin de schepping actief wordt beschreven.

Merachefet (מרחפת) — ‘zij zweeft’

Dit werkwoord gebruikt de pi‘el-vorm die vaak een actieve handeling aanduidt, maar hier juist een voortdurende aanwezigheid beschrijft. De beweging is zacht en dragend, zonder ingrijpen.


Zie ook de andere delen van deze serie
Hertaling van het eerste hoofdstuk van Bereshiet
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7


cover: fragment uit schilderij Marc Chagall: man met Torarol, beeldproductie Bloom

Over Simon Cohen 12 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

5 Comments

  1. “Want Elohiem is alles. Alles wat bestaat, bestaat binnen die kracht.” Zijn we hier, waarde Simon Cohen, beland bij Spinoza?

  2. Beste Ron, Dank je wel voor je vraag en terecht dat je die stelt. Ik ben geen specialist op het gebied van Spinoza, maar ik wil graag reageren op enkele kernpunten die je aanraakt. Spinoza benadrukt de onderlinge verbondenheid van alles en redeneert sterk vanuit oorzaak en gevolg. Dat herken ik tot op zekere hoogte in de oproep van het Sjema “Hoor, Israël… JHWH is één”. De naam JHWH, het tetragram, verwijst naar hajah, howéh en je’hiejéh: verleden tijd, tegenwoordige tijd en toekomende tijd. In die zin kan “JHWH echad” worden verstaan als ‘de Eeuwige, alles is één’. Ook bij het thema synchroniciteit zien we iets soortgelijks terug: toeval bestaat niet. Vanuit dat perspectief kan de uitspraak ‘Elohiem is alles; alles wat bestaat, bestaat binnen die kracht’ worden begrepen.
    Toch wil ik hier nuanceren wanneer Spinoza stelt dat Hasjeem samenvalt met de natuur. Wat Spinoza hier precies mee bedoelde, is voor mij onduidelijk. Als dit als pantheïsme wordt opgevat dan word ik voorzichtig. In zo’n visie zijn God en natuur identiek, waarbij ‘natuur’ niet alleen flora en fauna omvat, maar alle materie. In andere religies en levensbeschouwingen zie ik hoe aan materiële vormen krachten of waarden worden toegekend, wat een volgende stap richting atheïsme kan zijn. Hij wordt vaak wel aangeduid als pantheïst of zelfs atheïst. Daarom betwijfel ik of de uitspraak ‘Elohiem is alles. Alles wat bestaat, bestaat binnen die kracht’ werkelijk betekent dat we bij Spinoza zijn uitgekomen.
    Voor zover ik begrijp, wees Spinoza de openbaring op de berg Sinaï af en zag hij de Torah niet als het onfeilbare woord van Hasjeem. Dat raakt aan een kernpunt waar onze wegen uiteenlopen. Zelf gebruik ik het woord ‘God’ bewust niet, om personificatie van Hasjeem te vermijden. Tegelijk bevat ook de naam Elohiem meerdere lagen. In El herkennen we een andere naam van Hasjeem; de klank en vocalisatie wijzen op een dynamiek van ‘tot’, ‘naar’ en ‘zijn’. Hee verwijst naar Hasjeem, iem is meervoud – een beweging, een voortdurende wording.
    Ik las dat Spinoza’s ‘weg naar het zijn’ wordt gezien als een filosofische levenskunst die leidt tot innerlijke vrijheid, wijsheid en blijmoedigheid, gebaseerd op rationeel inzicht in de universele natuur. Juist bij dat uitgangspunt – het rationele fundament en met name de uitleg daarvan – scheiden onze wegen zich.
    Ik hoop dat dit een niet al te complex antwoord is op je vraag. Daarbij blijft gelden: wij zijn aangewezen op vertalingen van Spinoza’s werk, zoals de Ethica, en weten niet altijd hoe precies zijn gedachten in alle nuances zijn weergegeven.

  3. Beste Simon, hartelijk dank. Ja, het is allemaal duidelijk, maar toch… Het aantrekkelijke van Spinoza’s leer is naar mijn indruk het feit dat deze kan worden herleid tot een algemeen begrijpelijke (!) kern: Goddelijk kan alleen het samenhangende ALLES zijn. (Nee, een pantheist, alleen gericht op „de natuur“ was hij mijns inziens zeker niet.) En wat kan Spinoza’s „alles“ anders zijn dan wat jij „een beweging, een voortdurende wording“ noemt? Wat zou het verschil zijn? Wat Spinoza met „de openbaring op de berg Sinaï“ afwijst is de menselijke, al te menselijke voorstelling van een reële historische gebeurtenis. En alhoewel je het lijkt ter ontkennen, wijs ook jij indirect het geloof aan een openbaring op de berg Sinaï af: ‘de Eeuwige, alles is één’ („verleden tijd, tegenwoordige tijd en toekomende tijd“, dus tijdloos!). Of vindt de openbaring op de berg Sinaï nog steeds en elke dag plaats? Ook dat zou radicaal van de verhalen in de Torah afwijken! Die spelen zich af in de tijd. Jouw duiding van het Sjema lijkt mij daarvan ver verwijderd! En tot slot wat het fenomeen ‚vertaling‘ betreft: In mijn kleine Jiddisje bibliotheek bevindt zich een mooie uitgave (natuurlijk in oysjes, ik transcribeer): „baroech (benedikt) shpinoza: der teologish-politisher traktat. folshtendik ibergezetst doerch n. perelman. farlag m. yankovitsh, 179 a. brodwey. n.y. “ (1923).

  4. Beste Ron, Dank je wel voor je tweede reactie.In veel van Spinoza’s gedachten herken ik mij. In tegenstelling tot jouw conclusie omarm ik juist wel de realiteit van de openbaring op de berg Sinaï, volledig zelfs. Een langdurige persoonlijke ervaring, die ongeveer veertig jaar geleden plaatsvond, heeft mij daarin diepgaand bevestigd. In mijn meest recent verschenen boek ‘Ik mag er zijn. Leven in de tuin van Eden’ heb ik hierover uitvoerig geschreven. Op vrijdagavond 2 december jl. is hierover een recensie verschenen in De Vrijdagavond.
    Jouw reactie heeft mij aan het denken gezet en geprikkeld. Dit leidt ertoe dat ik meer wil weten over zijn gedachtengoed. Om te kunnen begrijpen waarom hij door ‘deskundigen’, kennelijk ten onrechte, vaak wordt getypeerd als atheïst of pantheïst. Dat brengt mij tot de vraag: welk boek over Spinoza zou jij aanraden?

  5. Beste Simon, de literatuur over Spinoza vormt een oceaan zonder grenzen. Ik raad je aan, zelf met de bronnen te beginnen! Wat zou je zeggen van het postuum (in de 19de eeuw) in het Nederlands verschenen „Korte verhandeling van God, de mensch en deszelfs verstand“? Jouw genoemde boek ga ik lezen! Dank voor deze correspondentie!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*