Lopend door de oude steegjes van Zwolle, kwam een oude herinnering bij mij op over mijn eerste bezoek aan deze oude stad met een tas vol juwelen.
De aanleiding was de eerste nationale bijeenkomst van de stichting Netwerk Joods Erfgoed Nederland in de mooie oude Sjoel in de Samuel Hirschstraat.
Ik was lang niet in Zwolle geweest.
Toen ik in mijn jonge jaren begon te reizen met een collectie juwelen bestonden er nog geen computers en waren er geen referentieboeken met adressen van juweliers.
Ik reed met mijn auto een stad of dorp binnen, zocht een parkeermogelijkheid en parkeerde mijn voertuig. Daarna wandelde ik door de stad op zoek naar een juwelier. Soms liep ik een winkel binnen die een mooie collectie damesmode voerde en vroeg – zo brutaal als ik was – of ze me naar een top juwelier konden verwijzen.
Luttekestraat
In Zwolle liep ik door de oude stad totdat mijn oog viel op een hoekpand met antiek en juwelen. Het was op de Luttekestraat
naast het pand van de belastingdienst. Ik liep met mijn attaché case naar binnen. De winkelbel luidde hard. Er verscheen enige minuten later een charmante oude dame met grijs haar en een bril op haar neus. De stem verraadde dat ze uit Zwolle kwam met dat speciale accent dat ik nooit eerder had gehoord.
Zo jongeman, jou heb ik nog niet eerder gezien, zei de zachte, enigszins, hese stem. Wat kan ik voor u betekenen? Mijn naam is Ephraim Goldstoff, ik kom uit Amsterdam en heb een kleine collectie bijzondere juwelen die ik u wil laten zien.
Anita van den Bergh, zo stelde zij zich voor, kijkt mij onderzoekend aan. Ook lid van de familie? Ja, zeg ik. Laat me even kijken wat je hebt. Ik leg mijn koffertje op een van de toonbanken en haal daar een collectiedoos met ringen tevoorschijn. Dat is erg mooi, was haar eerste reactie.
WIZO-dames
Ik zit nu in een WIZO-vergadering met verschillende betoegde dames. Kom met me mee naar boven, je kunt verkopen wat je wilt, tien procent is voor mij. Ik bevestig dat dat in orde is. Als de dames geen geld bij zich hebben, zal ik alles voorschieten, voegde ze er nog aan toe.
We gaan het kleine trapje op naar haar privékantoor.
Anita stelt mij voor als een belangrijke leverancier van haar die een hele bijzondere collectie voert met heel goede prijzen. Een uur later vertrek ik met zesduizend gulden op zak. Het werd een begin van een jarenlange vriendschap.
Ik leerde haar zoon Fred kennen die in Eindhoven woonde en een hoge functie bekleedde bij Philips. Ik kwam iedere maand in Zwolle. Ik kreeg een kamer om daar te kunnen overnachten, Anita was als een moeder voor mij. Ik was begin twintig en zij in de zeventig.
Op enig moment komt Fred terug naar Zwolle om zijn moeder bij te staan in de zaak. We werden vrienden. Op een zekere dag vertelde Fred mij het volgende verhaal.
Hoge belastingaanslag
Mijn moeder krijgt een enorm hoge belastingaanslag. Hij begrijpt er niets van. Fred zit er erg mee in zijn maag. Het is vol zomer en hij zit op een stoel voor de deur van de winkel te piekeren over die aanslag.
Goedemorgen mijnheer, zegt een oude stem. Bent u de zoon van mevrouw Van den Bergh? Ja, zegt Fred. Hij denkt, ga toch weg ouwe, ik heb nu ff geen geduld voor je. Ik ben een oude kennis van je moeder. Leeft uw moeder nog?
Ja meneer, maar ze is nu nog niet aangekleed. Maar u kunt wel even plaatsnemen in de winkel, ik zal een kopje koffie voor u halen. Was u een collega van mijn moeder? Collega?
Cognac erbij?
Ik was als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Utrecht, Belastingrecht. Ach, meneer wilt u ook misschien een glaasje champagne of cognac bij de koffie? Fred gaat naast de oude baas zitten en komt in gesprek. Weet u professor, ik zit met een probleem.
Mag ik u een belastingaanslag laten zien? Ik zit hier erg mee in mijn maag. De professor begon te lachen en zegt: De Hoofdinspecteur van de belasting van Overijssel die deze aanslag heeft ondertekend was een oud-student van mij.
Ik zal de aanslag meenemen en ik stuur je een brief die jij moet overnemen op je eigen briefpapier, je zult niets van de inhoud begrijpen. Die stuur je naar de inspecteur. Dan ontvang je binnen een week antwoord. Dat antwoord stuur je naar mij.
Dan stuur ik je een tweede brief. Die stuur je naar je accountant die moet mijn brief overnemen op zijn papier en doorsturen naar de inspecteur. Daarna zul je een uitnodiging krijgen om met de inspecteur om de tafel te gaan zitten. Dan geef ik je de laatste instructies. Alzo geschiedde.
Hoofdinspecteur
Vier weken later zit Fred op het prachtige privékantoor bij de hoofdinspecteur achter de grote ramen die uitkijken over de straat met een kop koffie. Kijk eens wat een mooie vrouw, zegt de ambtenaar, terwijl hij uit het venster staart. Fred kijkt de man aan. Neemt u mij niet kwalijk, ik ben doodzenuwachtig, mijn kop staat niet bij vrouwen. Wat doe ik hier?
Wie heeft die brieven geschreven? Vraagt de inspecteur. Ikzelf, antwoordt Fred. En die van de accountant?
Waarom stelt u deze vragen?
Ik sta schaakmat, antwoordde de inspecteur. Wie heeft die brieven geschreven? Werd met klem gevraagd. Uiteindelijk vertelt Fred wie de briefschrijver is. Ik had het kunnen bedenken. Mijn naam is Hans, zullen we maar tutoyeren?
Fred, doe mij een bod op de aanslag. Ik kan die aanslag niet vernietigen zoals de hoogleraar voorstelt en mijn gezicht verliezen tegenover mijn ambtenaren. Op de aanslag staat ruim een ton. Fred doet een bod van vijfduizend gulden.
Vriendschap
Mazzel en Brooche was zijn antwoord. De zaak was gedaan. Er ontstond een vriendschap tussen beide heren.
Terug naar november 2025. De bijeenkomst van de Stichting Joods Erfgoed Nederland was gedaan. We stonden met een glas wijn, nadat we een fantastische en leerzame bijeenkomst hadden.
cover: Françoise Nick
Geef als eerste een reactie