Mokum aan de gracht
Professor Zelig Zelmanovitch

‘Van Gelder, dit is maar spel. Wacht maar tot het echt zo ver is’.

Mokum op de Gracht is een roman van Lody van de Kamp die in feuilletonvorm verschijnt op De Vrijdagavond Deel 19 Donderdag 23  maart 1939 Het is al dagen onrustig. Werkelozen, mensen die of over de brugleuning hangen of op de markt rondscharrelen omdat ze de godganse dag toch niets beters te doen hebben, protesteren onophoudelijk tegen de verlaging van de steun die ze krijgen. Zondag kwamen de mensen van de diamantbond op het Waterlooplein … [Lees verder]

Mokum aan de gracht
Professor Zelig Zelmanovitch

Weer sta ik stil voor de hertenkop. Ik grijns.

Mokum op de Gracht is een roman van Lody van de Kamp die in feuilletonvorm verschijnt op De Vrijdagavond Deel 18 Maandag 21 november 1938 ‘Kijk, op dat muurtje. Daar zit ze’. Ik herken de vrouw aan haar groene hoed met de brede rand.  We lopen langzaam naar haar toe. ‘Ze zit precies op de plek waar we haar man uit het water hebben gevist.’ Het verhaal van Luuc heeft me behoorlijk van streek gemaakt. … [Lees verder]

beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip
Parasja

Mozes: jullie zijn te ongeduldig, we zijn er nog niet

parasja Choekat, Bemidbar 19:1-22:1 Het was een bovennatuurlijk bestaan. Het driehoofdig leiderschap van Mozes, zijn broer Aaron en oudere zuster Mirjam zorgt voor bijzondere verdiensten na de uittocht uit Egypte. Vanwege de speciale status van Mirjam verkreeg het Joodse Volk de hele veertig jaar haar drinkwater uit een bron die als het ware met hen meereisde door de woestijn. De meerwaarde van Mozes zorgde voor de dagelijkse portie manna die niet uit de grond kwam maar … [Lees verder]

Mokum aan de gracht
Professor Zelig Zelmanovitch

“Met knuppels en ijzeren staven togen de raddraaiers ook door de armste buurten van de stad”

Mokuk op de Gracht is een roman van Lody van de Kamp die in feuilletonvorm verschijnt op De Vrijdagavond Deel 17 Luuc de Zeeuw, mijn brandweerman, schuift iets naar achteren. ‘Het ijzer is koud aan mijn benen, dat zit niet goed’. Luuc en ik staren in het water naar de dobber die al een hele tijd stil hangt. ’Waarom zit je dan ook op de boot, Luuc? Op de kademuur is het een stuk gemakkelijker … [Lees verder]