Terwijl men in Nederland een sjabbes avonddiner heeft en de volgende ochtend gewoon naar sjoel gaat, is het hier in Chicago min negentien graden.
Zó koud dat ik vanochtend niet eens naar sjoel ben gegaan. Een beetje een slappeling voel ik me wel. Ik moest denken aan de Russische refuseniks die in Siberië met gevaar voor eigen leven hun Jodendom in stand hielden. En ik? Ik blijf thuis vanwege de kou…
De sjoel waar ik normaal gesproken naartoe ga – de enige in de wijde omgeving – is een enorme, inclusieve gemeenschap. Er zijn prachtige initiatieven. Zo heeft de bima, het middenstuk in de sjoel, een helling zodat ook mensen in een rolstoel voor de Thora kunnen worden opgeroepen.
Door de week komen er opvallend veel vrouwen davvenen. Er zijn zelfs twee of drie vrouwen die tefillien leggen. Voor iemand die dat niet gewend is: je schrikt even, maar het went snel. Ik zie het eigenlijk niet eens meer.
Elke ochtend komt daar ook Joel. Een jongeman van een jaar of dertig, met lang rastahaar. Altijd vriendelijk, maar met ogen waarin een diepe droefheid zit. Elke keer als ik binnenkom, komt hij naar me toe en geeft me een hug.
Soms is hij uitbundig blij, soms juist heel stil. Ik vermoed dat hij medicijnen gebruikt. Hij is er elke dag zonder uitzondering, maar doet niet actief mee met de dienst.
“Ik ken het uit mijn hoofd,” zei hij.
Eén keer zat hij naast me terwijl we uit de Thora lazen. Ik schoof mijn choemasj naar hem toe om samen te kijken.
“Ik ken het uit mijn hoofd,” zei hij.
Ik lachte, maar hij keek me bloedserieus aan.
“Ik ben opgegroeid in een chassidisch gezin. Iedere week laaiende ik. Ik voel er niets meer voor, maar ik kan zo invallen.”
Nieuwsgierig vroeg ik: “Wat doe je dan hier, elke ochtend?”
“Toen mijn vader stierf,” zei hij, “beloofde ik hem dat ik mocht leven zoals ik wilde – maar dat ik wel elke ochtend naar sjoel zou komen. Het eerste jaar zei ik kaddisj. En nu blijf ik komen. Het geeft me rust.”
Anderen doen yoga in de ochtend – ik doe mijn tefillien om.
Ik moest glimlachen.
“Waarom lach je?” vroeg hij.
“Een vriend vroeg me laatst waarom ik, waar ik ook ben, elke ochtend naar sjoel ga. Ik zei hem: anderen doen yoga in de ochtend – ik doe mijn tefillien om. En mijn beste ideeën krijg ik vaak juist tijdens de dienst.”
Hij lachte van oor tot oor. Alsof hij wilde zeggen: ik begrijp je. En met een brede grijns gaf hij me een boks.
cover illustratie Talma Joachimsthal
Geef als eerste een reactie