Arnold Schönberg emigreerde in 1933 naar de VS. In 1938 componeerde hij zijn Kol Nidrei. Ik denk dat daarin motieven uit zijn persoonlijke en maatschappelijke leven verwerkt zijn.*
Over de tekst van het Kol Nidrei is veel te doen geweest, wel is bekend dat in joodse kring de uitleg luidt dat die woorden alleen betrekking hebben op de verplichtingen van iemand jegens God.
*zie ook het inleidende verhaal: Eigenzinnige en verrassende versie van Kol Nidrei van de ‘teruggekeerde jood’ Arnold Schönberg
Schönberg en de Marranen van het Iberisch schiereiland
Voor ons verhaal is interessant dat het gebed in verband is gebracht met de ‘Marranen’: joden op het Iberisch schiereiland die gedwongen werden tot bekering tot het christendom. In hart en huis hielden een aantal van hen de joodse traditie levend.
Verondersteld is dat de tekst van het Kol Nidrei aan Marranen de mogelijkheid bood om alvast vergeving te vragen voor de gedwongen toetreding tot het christendom. Met het gebed bevestigen ze de band met de joodse gemeenschap.
Het komt me voor dat Arnold Schönberg zich in een vergelijkbare situatie bevond: formeel gezien christelijk, maar van binnen in toenemende mate joods. Dit leidde tot zijn officiële terugkeer in 1933 naar de joodse gemeenschap en traditie.
Schönberg in de nieuwe wereld
In het kielzog van de emancipatie van de negentiende eeuw zochten joodse gemeenschappen in de Verenigde Staten naar eigentijdse vormen van het jodendom. Het Kol Nidrei kreeg daarbij veel aandacht. Er werd met wisselend succes aan de tekst gesleuteld. De melodie bleef zó geliefd dat er zelfs een machzor (gebedenboek) is met wél de melodie maar zonder tekst.
Schönberg en het Kol Nidrei: muziek én tekst
De Duits-Amerikaanse rabbijn Jacob Sonderling (1878 –1964) was hiermee druk in de weer. Hij vroeg Arnold Schönberg in 1938 om een versie van het Kol Nidrei te componeren. Schönberg heeft hier hard gewerkt. In eerste instantie heeft hij flink aan de tekst geknutseld. Daarnaast gaf hij een rabbijn, met een spreekstem, het podium.
Gebruikelijke setting van Kol Nidrei
Eenvoudig weergegeven bestaat het gebruikelijke Kol Nidrei uit de volgende delen:
- Een citaat uit het Bijbelboek Psalmen (Ps. 97:11a): ‘Licht is gezaaid voor de rechtvaardige.’
- Een uitnodiging aan joden die andere wegen zijn ingeslagen in het leven om zich te voegen bij de biddende joodse gemeenschap.
- Dan volgt er een korte passage in het Hebreeuws waarin de hemelse rechtbank en die van de aarde eensgezind besluiten dat mensen die de gemeenschap verlaten hebben ( ‘afvalligen’) uitgenodigd worden om deel te nemen aan de gebeden van Grote Verzoendag.
- Het Kol Nidrei zelf.
Nieuwe setting
Bij Schönberg zijn deze elementen terug te vinden. Hij voegde er echter ook elementen aan toe. Hij deed dat – ongetwijfeld onbewust – volgens een procedé dat kenmerkend is voor veel rabbijnse teksten: teksten worden gelardeerd met uitleg en overwegingen. Zo deed Schönberg het ook.
Voorafgaand aan het Psalmencitaat voegt Schönberg de gedachte toe vanuit de joods-mystieke traditie dat het licht – nadat God het had geschapen – direct versplinterd werd. Het psalmencitaat zou dan uitdrukken dat de vrome (letterlijk: de rechtvaardige) die splinters van licht kan zien.
Alle vromen? Nee, hovaardige, arrogante, zelfingenomen vromen krijgen niks te zien, zo stelt Schönberg. Dat ligt totaal anders voor de ‘afvallige jood’ die wil terugkeren aan de boezem van de joodse traditie, dát is juist zo iemand die de splinters van licht kan zien.
Vromen en afvalligen zien gezamenlijk het licht.
Zo zag Schönberg zichzelf wellicht. Als een ‘afvallige’ die christen was geworden, maar die steeds meer oog en oor had gekregen voor het ‘licht’ van de joodse tradities.
In het traditionele Kol Nidrei volgt een passage waarin de joden die andere levenspaden zijn gaan bewandelen, worden uitgenodigd om zich te voegen bij het gebed en daarmee terug te keren naar de boezem van de joodse gemeenschap.
Met de terugkeer van de afvallige wordt de gemeenschap weer één. Dan zien vromen en afvalligen gezamenlijk het licht dat voor hen gezaaid is.
Dit is een interessante passage. We bespraken dat Schönberg in 1933 een formeel ritueel had om formeel terug te keren tot het jodendom. Strikt gezien was dat niet nodig. Het interessante aan de oorspronkelijke passage uit het Kol Nidrei is dat het laat zien hoe eenvoudig die terugkeer kan zijn. Die speciale ceremonie in 1933 was helemaal niet nodig: Schönberg had voor zijn terugkeer de uitgestoken hand van de joodse gemeenschap kunnen grijpen. Uiteindelijk heeft hij dat ook gedaan.
De rabbijn reciteert het Kol Nidrei in het Engels. Schönberg laat er geen misverstanden over bestaan: het Kol Nidrei gaat over vergeving voor misstappen jegens God. Zijn doop is Schönberg wellicht als een misstap gaan ervaren.
Vervolgens legt hij uit waaruit de afvalligheid kon bestaan:
Be it he was unfaithful to Our people, because of fear, or misled by false doctrines of any kind out of weakness or greed we give him leave to be one with us in prayer tonight.
Afgezien van greed (hebzucht) is elk van die voorbeelden uit Schönbergs leven gegrepen.
De compositie sluit af met een gezamenlijk We repent! Nadat in het voorgaande stuk dissonanten bepaald niet gemeden waren (wat past bij de atonale muziek aan de wieg waarvan Schönberg stond). Uiteindelijk spreken koor en orkest met één stem: een stralend G-groot-akkoord als slotnoot.
De compositie
Met dat akkoord sluit hij zijn Kol Nidrei af. Schönberg heeft er een mooie en toegankelijke compositie van gemaakt met enkele programmatische trekken.
Het meest opvallend is dat het koor grotendeels unisono zingt (iedereen zingt dezelfde noten, maar op verschillende toonhoogtes). Dat begint direct al bij de koorinzet en houdt aan tot aan de laatste noot als afvalligen en vromen gezamenlijk bidden.
Alleen in de passage die de verwarring uitdrukt wanneer de gemeenschap uit elkaar valt, geeft Schönberg stemmen die wild in verschillende melodische en ritmische lijnen uitwaaieren.
Een ander voorbeeld is dat hij de schepping van het licht schetst met flitsende melodische lijnen tot in alle uithoeken en gaten van het orkest.
Traditie die naar voren leeft
Heeft Schönberg helemaal afstand genomen van de geliefde melodie van het Kol Nidrei? Bepaald niet!
Het is even luisteren, maar wie het eenmaal gevonden heeft, hoort het op allerlei plekken. Vlak voor de aanvang van het mondelinge Kol Nidrei spelen de houtblazers de eerste maten van de geliefde melodie, later neemt het koor het op, tot en met de woorden van dat stralende einde: We repent! Dat heeft Schönberg heel mooi gedaan.
Terugkeer en Tesjoeva
We repent: dat is ook wel weer interessant. De Tien Ontzagwekkende Dagen tussen Rosj Hasjana en Jom Kippoer staan in het teken van tesjoeva, een woord met een zeldzaam rijk spectrum aan betekenissen. Het werkwoord sjoev betekent: terugkeren. Tesjoeva is ook een terugkeer naar de kern van wie je bent.
Indringende introspectie: wat maak ik van mijn leven? Er zit ook iets van berouw en inkeer in: terugkeren op je schreden. Tesjoeva zou je ook kunnen opvatten als: antwoorden, ingaan op de uitnodiging vanuit de joodse gemeenschap om zich weer in haar midden te begeven.
Schönberg noemt het woord tesjoeva niet expliciet. Maar eigenlijk is de hele compositie ermee doordrenkt: het is van toepassing op de reis die Schönberg in zijn leven heeft gemaakt. Daarom zou je met een knipoog Schönberg een baäl tesjoeva kunnen noemen: iemand die in de loop van het leven op geheel eigen wijze terugkeert naar de joodse traditie en gemeenschap.
Een uitgebreide versie van de twee artikelen over het Kol Nidrei van Schönberg is te vinden op mijn blogwebsite Mijmerminiaturen.
cover: collage met portretArnold Schönberg
Geef als eerste een reactie