Het woord teroema betekent ogenschijnlijk gewoon een donatie of bijdrage, maar het woord komt eigenlijk van het woord leharím.
Dat betekent omhoog tillen of opheffen, op basis van dezelfde wortel als de woorden ram (hoog) of maróm (hoogte). Wij kunnen het dus ook begrijpen in de context van het mystische idee van ma’alin bi-kdoesja – men brengt omhoog in heiligheid.
Wij verhogen een materieel voorwerp door het te gebruiken voor heiligheid. Een stuk voedsel wordt omhoog gebracht door het feit dat we het gebruiken om een brakha uit te spreken. Een klein stuk perkament neemt een hogere gedaante aan als een mezoeza-klaf. Een groter stuk perkament kan zelfs deel van een Sefer Tora worden.
Parasjat Teroema begint met een hele lijst stoffen die werden ingezameld om de Mishkan te bouwen en in te richten, de draagbare tempel die de Israëlieten meenamen door de woestijn.
“Zeg tegen de Kinderen van Israël dat zij voor mij een donatie zullen meenemen. Van elke man met een gul hart hem … goud, zilver en koper, hemelsblauw, purper, scharlaken, fijn linnen en geitenhaar; roodgeverfde ramsvellen, dassenvellen en acaciahout; olie voor de verlichting, specerijen voor de zalfolie en voor het welriekende specerijen; sardonyx stenen en vervullende stenen voor de efod (een priesterkleed) en voor de borstlap.”
Het doel van het bouwen van de Mishkan wordt meteen vermeld: “Dan zullen zij een heiligdom voor Mij maken, zodat Ik te midden van hen zal wonen.” De Aramese vertaling van Onkelos zegt het iets voorzichtiger: “zodat Ik Mijn Aanwezigheid (Shekhinti) tussen hen zal laten blijven”.
Het volk wordt dus geroepen om een instelling te bouwen door middel van een gemeenschappelijk project waarmee iedereen betrokken moet zijn – iedereen wiens hart hem gul zou maken: asher yiddevenno libbó. De wortel van het woord yiddevenno is dezelfde als van het woord nadiv, een genereuze filantroop.
Rashi legt het uit met het woord nedava – een vrijwillig geschenk vanuit een goede wil.
Die goede wil van iedereen als individu en van de gemeenschap als geheel moet de basis vormen van de instelling die het heiligdom – de Heilige Aanwezigheid – binnen het volk zal zijn.
Dit is een les die we kunnen meenemen om onze huidige gemeenschapsinstellingen te steunen. Onze aanwezigheid en goede wil maakt het bestaan en de bloei van sjoels en scholen mogelijk. Dit is iets dat we moeten doen in de eerste instantie als individuen, maar waarin de essentie is dat we het samen – als project van een gemeenschap – moeten doen.
In het Joodse jaar kan de timing van Parasjat Teroema gezien worden als een bericht aan ons. Feestdagen naderen waarin we optreden zowel als individu, als huishouden en als gemeenschap. Daarin speelt generositeit een belangrijke rol.
Onze tijd en tsedaka geven we niet alleen aan de gemeenschap, bijvoorbeeld ook maken we gebruik van de gelegenheid om cadeaus te geven aan kennissen (misjloach manot), tsedaka te geven aan individuen (matanot la-evyonim) en indien mogelijk mensen uit te nodigen voor een Seider. Of jouw aanwezigheid mee te nemen naar een Seider.
Op zo’n manier zorgen we ervoor dat ook hier, ver van de woestijn tussen Egypte en Israël, de Heilige Aanwezigheid thuis in ons midden is.
Shabbat shalom en alvast Poeriem Sameach
Geef als eerste een reactie