Parasja

Brachot als spiritueel gereedschap (en bron van gedoe)

Deze parasja, het slotdeel van Bereesjiet (Genesis), beschrijft de laatste zeventien levensjaren van aartsvader Ja’akov.  Ja’akov is de derde (en laatste) aartsvader. Hij wordt ook Jisraël genoemd, zijn tweede naam. In deze jaren zou hij pas echt hebben geleefd, zonder grote zorgen. Eigenzinnige geestelijke erfenis De familieverhoudingen zijn al sinds Awraham complex: liefde, voorkeuren, spanningen, onenigheid, vaak de uitkomst van opvoedingsperikelen. Er is lang niet altijd onvoorwaardelijke liefde, maar wel erkenning en dankbaarheid. De oude uitdrukking … [Lees verder]

Parasja

Juda en het wonder van de verzoening met Jozef

Een waar wonder wordt opgetekend in Juda’s transformatie van hardvochtige broer van Jozef (die deze broer als slaaf verkocht) naar meelevende broer van Benjamin als Juda zich voor hem opoffert.  “Laat alstublieft uw dienaar als slaaf van mijn heer blijven in plaats van de jongen, en laat de jongen teruggaan met zijn broers” (Gen. 44:33). Tegenover dit beroep kon Jozef, de machtige opzichter van Farao, zichzelf niet langer beheersen en “maakte hij zichzelf bekend aan … [Lees verder]

Nieuws

Sufganiot van Kazze op Bezalel

Chanoeka 5785 in Jeruzalem  Deze week begint Chanoeka. Een van de simpelste vragen uit de Gemara is Mai Chanoeka, wat is Chanoeka? Vaak is het zo dat met makkelijke vragen de langste antwoorden komen. Het verhaal is bekend, maar toch even in het kort: de Hellenisten (Grieken) hadden het land bezet. De Makkabeeën, een groep geleerden, pakten de strijd op. Het waren er een stuk minder dan de Hellenisten, maar ze wonnen toch door een … [Lees verder]

Parasja

Naamspelingen

Joseef de onderkoning krijgt in onze parasja twee ‘kadootjes’ van Farao: Een nieuwe naam en een nieuwe vrouw. ‘Farao gaf Joseef de naam Tzafnat-Pane’ach, en hij gaf hem als vrouw Asenath, de dochter van Potifera, priester van On.’  De erenaam Tzafnat-Pane’ach lijkt Egyptisch te zijn, al is de betekenis niet geheel duidelijk. We zien wel vaker dat heersers hun onderdanen een inheemse naam gaven. Zo gaf de officier van Newoechadnetzar de profeet Daniel de Babylonische … [Lees verder]