Professor Zelig Zelmanovitch

Wij zijn thuis Joods. Wij doen daar niets aan

18 december 1941 ‘Wat doen jullie op de Zondag’? ‘Op de zondag? Wat zouden we voor bijzonders op de zondag doen? Gewoon. Eerst ga ik met mijn vader naar de synagoge. Daarna begint om half tien de Joodse les. Die duurt tot half een. In de middag gaan we wel eens uit, vroeger  kwam er wel eens  een vriendje spelen of ging ik bij een vriendje thuis spelen. In de zomer gingen we vaak naar … [Lees verder]

Professor Zelig Zelmanovitch

Als die zuiplap maar niet te veel heeft gezegd. En mijn naam maar niet is gevallen.

26 oktober 1941 ‘Dirk, je klompen! Zomaar de mooie kamer in? Hier, ga zitten. Onder je stoel staan je pantoffels. Karel, zet jij oom Dirks klompen even in het gangetje.’ Tante Aatje pakt de koffiepot op en schenkt de mok van haar man in. Een schep verse room komt er boven op. ‘Jij nog een bakje Karel?’ Ik hoef niet eens ja te zeggen. Ook mijn kop wordt bijgevuld. Tante Aatje schuift naast oom aan … [Lees verder]

Professor Zelig Zelmanovitch

Nooit mag je zeggen dat je een jodenkind bent.

15 oktober 1942 De rust die ik voelde toen ik terug in het dorp was duurde maar even. Natuurlijk voel ik mij veiliger hier, niemand lijkt naar mij op zoek te zijn. Zo gauw ik in Zeeland uit de trein stapte was ik dat opgejaagde gevoel kwijt. Opgewekt begon ik met mijn koffertje in de hand aan de lange wandeling naar Ouwerkerk. Het weerzien met tante Aatje en oom Dirk was heel hartelijk. Ik had … [Lees verder]

Professor Zelig Zelmanovitch

Het hoogtepunt van de avond, oma’s viskoekjes

1 oktober 1941 Door het gekleurde glas van de ronde ramen naast de Oroun Hakoudesj1 is al duidelijk te zien dat het nu gauw donker gaat worden. Die lange Jom Kippoer is over een uurtje afgelopen. Dat ik de hele dag heb gevast is eigenlijk langs mij heen gegaan. Net als de twee dagen van Rousj Hasjone2, heb ik zo nu en dan even in sjoel gezeten. Helemaal achterin, naast het keukentje met mijn pet … [Lees verder]