‘Steel niet’ staat ook voor ontvoeren en bedriegen

Wa’etchanan

beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip

De sidra van deze week, Wa’etchanan, is zwaar beladen. 

Ik doel op twee belangrijke teksten in onze traditie, die zich hier bevinden. Het gaat om Asseret Hadewariem – de Tien Woorden (Dewariem 5, 6-18), die natuurlijk niet alleen in onze traditie van groot belang zijn. 

Daarnaast is de eerste passage van ‘Het Sjema’ eveneens in onze sidra te vinden (Dewariem 6, 4-9). 

Beide teksten werden ten tijd van de tempel als onderdeel van het tempelritueel gelezen (Misjna Tamid 5,1). Vandaag de dag maken de Asseret Hadewariem, geen onderdeel meer uit van ons dagelijks gebed, alhoewel ze in de sidoer wel zijn afgedrukt. Zoals bekent staan de Asseret Hadewariem ook in het boek Sjemot (20, 2-17), zij het met kleine verschillen.

De Toratekst kan op zeventig manieren worden uitgelegd, aldus de klassieke rabbijnen (onder meer Bemidbar Raba 13, 16), maar over een van de Tien Woorden is er, met uitzonderingen, eenstemmigheid. 

Ik doel op het achtste Woord,  לא תגנב – steel niet. Vertalingen verschillen wel in de wijze hoe zij de Hebreeuwse grammaticale vorm in de doel taal, recht kunnen doen. Over het algemeen echter, wordt stelen (of een equivalent daarvan) gebruikt. De betekenis ervan is het wederrechtelijk afpakken van iemand van een voorwerp of geld. 

Nu is het interessant te zien dat Rasji (1040-1105; in navolging van Mechilta Bachodesj 8) dit achtste Woord aldus verklaart: ‘steel niet’ is een waarschuwing tegen het ontvoeren van mensen, terwijl ‘Steelt niet’ (meervoud) (Wajikra 19, 11) betrekking heeft op het stelen van geld… 

Dit kan uit de context worden afgeleid: Net zoals ‘moord niet’ en ‘pleeg geen echtbreuk’ handelen over zaken waarop de doodstraf staat na een uitspraak van het Bet Din, zo verwijst ook ‘steel niet’ naar iets waarop de doodstraf staat na een beslissing van het Beit Din.

Dit woordgebruik van de hebreeuwse wortelletters g-n-w ofwel ‘steel niet’ met de betekenis van ontvoeren, vinden we terug in bij voorbeeld Dewariem 24, 7: “Als wordt ontdekt dat iemand een van zijn volksgenoten, een Jisraeliet, heeft ontvoerd…”. Ook Joseef gebruikt de zelfde betekenis als hij in Egypte in de gevangenis aan de daar eveneens gevangen zittende opperbakker en opperschenker vertelt hoe hij in Egypte beland is (Beresjiet 40, 15): “want eerst ben ik ontvoerd uit het land der Hebreeën…”. 

Stelen van het hart

Een andere betekenis die met met de letters g-n-w (‘steel niet’) wordt gevonden is bedriegen. Hierbij geeft de tekst de uitdrukking lignow et halew – stelen van het hart. Ja’akow wordt hiervan door Lawan beschuldigd (Beresjiet 31, 26-27) en zo wordt het gedrag van Awsjalom de zoon van Koning David beschreven (2. Sjmoe’eel 15, 6). Awsjalom, wist met mooie praatjes het volk te paaien, hun harten te stelen, waarbij zij ontdekten dat deze op niets berusten. 

Deze drie betekenissen van g-n-w hebben niets aan actualiteit verloren. De nieuwsmedia melden ons dagelijks over inbraken, plofkraken en dergelijke waarbij geld en/of goederen worden buitgemaakt. 

Je kan bijna zeggen dat ouderwetse ontvoeringen plaats hebben gemaakt voor de verschrikkingen van mensenhandel. De interpretatie van Rasji van het achtste Woord met ontvoering/mensenhandel, onderschrijf ik. Het behoort in de huidige tijd tot een van de meest verschrikkelijke misdaden tegen de mensheid.  

Voortbestaan in gevaar

Ook de betekenis van bedriegen is iets zonder welke de mens kennelijk niet kan. Bij datgene wat Awsjalom deed, kan ik niet om de associatie huidige politici heen, die hetzelfde doen vandaag de dag als Awsjalom het in de tiende eeuw voor de gewone jaartelling deed. 

Waarmee ze het leven van de inwoners zowel als het voortbestaan van het land zelf in gevaar brengen ten einde de teugels van de macht in de hand te kunnen houden. 

Over menselijk gedrag kunnen we Kohelet citeren (1, 9): “Wat er was, zal er altijd weer zijn, wat er is gedaan, zal altijd weer worden gedaan. Er is niets nieuws onder de zon.”

Sjabbat Sjalom


Over Ruben Bar-Ephraim 8 Artikelen
Rabbijn Ruben Bar-Ephraim (1959, Amsterdam) emigreerde in 1978 naar Israël, waar hij in 1992 zijn studie bijbelwetenschappen (Mikra) en joodse geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit, Jeruzalem voltooide. Een jaar later ontving hij de Master of Hebrew Letters. Zijn Smicha ontving van het Hebrew Union College (1993). Hij diende als rabbijn in Israël voor verschillende liberaal joodse gemeenten, waaronder Nahariya. Hij was rabbijn van de Liberaal-Joodse Gemeente in Den Haag, de Liberaal-Joodse Gemeente Brabant en begeleidde een aantal kleinere joodse gemeenten. In diezelfde periode werkte hij als Joods Geestelijk verzorger voor het Ministerie van Justitie en als docent van de rabbijnenopleiding van het Levisson Instituut in Amsterdam. In 2016 was hij de eerste voorzitter van de European Rabbinic Assembly (ERA) van liberale, progressieve en reform rabbijnen in Europa. Bar-Ephraim was lid van de begeleidingscommissie voor de nieuwe Bijbelvertaling (2004). Sinds 2007 is hij rabbijn van de liberaal joodse gemeente ‘Or Chadasch’ in Zürich. Bar-Ephraim is getrouwd met Sylvia Dym en heeft vijf kinderen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*