“Portugezen eten helemaal geen cheesecake!” “Die hoeden zijn Asjkenazisch!” “In de Esnoga wordt niet gegeten!”
“Mijn grootmoeder zei juist van wel!” Binnen drie uur veranderde een onschuldig Facebook-stukje in een digitaal familieberaad van de Sefardische diaspora, inclusief telefoontjes, correcties, familieherinneringen en minstens drie mensen die klonken alsof zij persoonlijk in 1675 aanwezig waren geweest.
En eerlijk gezegd: ik genoot er enorm van.
Want precies dát is misschien wel het mooiste van de Portugese gemeenschap van Amsterdam: zelfs een discussie over kaastaarten eindigt uiteindelijk in nostalgie, familieverhalen en de vraag waar tegenwoordig eigenlijk nog écht goede cheesecake is te krijgen.
Overlevingskracht diaspora
Na de verschijning van mijn boek Aan tafel bij de Casseres — inmiddels verkrijgbaar in zes talen — schrijf ik dagelijks kleine columns over Sefardische geschiedenis, diaspora, eten, muziek en familieverhalen.
Juist in een tijd waarin het nieuws voortdurend draait om oorlog, conflicten en somberheid, probeer ik ook iets anders te laten zien: de humor, de warmte, de families en vooral de merkwaardige overlevingskracht van de diaspora.
Cheesecake-oorlog
Deze ‘cheesecake-oorlog’ begon met een gesprek met een lid van de Portugese gemeente die zich zichtbaar ergerde aan het verdwijnen van de oude gemeenschapszin. “Vroeger,” zei hij bijna verdrietig, “maakte iedereen alles zelf voor Sjaboengot.”
Even bleef het stil.
Daarna volgde onmiddellijk: “…maar die nieuwe traiteur is wél uitzonderlijk goed.” Door dat gesprek begon ik me onmiddellijk voor te stellen hoe het rond 1675 geweest moest zijn.
De nieuwe Esnoga was net geopend. Nieuwe rijkdom. Nieuwe trots. Nieuwe rivaliteit.
Portugese dames die elkaar compleet gek maakten over wie de indrukwekkendste melkkosttafel van Amsterdam kon presenteren.
En daar ging het fout.
Want in mijn enthousiasme maakte ik van het hele tafereel een soort Kidoesj Games. AI (kunstmatige intelligentie) hielp vrolijk mee door Asjkenazische hoeden, verkeerde hoofddoeken en halve banketten midden in de Esnoga te plaatsen.
Waarna half Joods internet mij opvoedkundig begon bij te scholen. Terecht overigens
Feestmaaltijden thuis
Want zoals mij inmiddels vriendelijk doch streng werd uitgelegd: de feestmaaltijden vonden traditioneel gewoon thuis plaats. Na de dienst volgde thuis de Jom tov-maaltijd, met wijn, brood, vis, vleesgerechten en later in de nacht de beroemde Tikoen Lel Sjaboengot — het nachtelijke leren.
Pas daarna verschenen de melkspijzen, zoetigheden en kaastaarten.
Wat mij uiteindelijk misschien nog het meest ontroerde was dat al die discussies eigenlijk niet gingen over taart. Noch over hoeden. Zelfs niet over AI.
Maar over iets veel groters: het verlangen om herinneringen vast te houden.
En misschien is dát uiteindelijk diaspora: eeuwenlang discussiëren over tradities, maar ondertussen wel samen aan tafel blijven zitten.
Volg gerust mijn Facebook-pagina voor dagelijkse historische reconstructies, humor, diaspora-verhalen, muziek, recepten en een lichte overdosering aan Sefardische familiechaos.
cover: beeld ©auteur, met behulp van ChatGTP
Geef als eerste een reactie