Pianist en dirigent Gerrit van Weezel kwam in 1906 op Gerard Doustraat 162 wonen, rechtstreeks uit Bath en Münster, met zijn vrouw Liesje Schrijver en hun kinderen Rosalie en Jacob.
Gerrit van Weezel (Amsterdam 1882-1942 Auschwitz) ontving zijn eerste muziekonderwijs van zijn oom Andries de Rosa. Gerrit was de oudste zoon van Rachel de Rosa en diamantslijper Jacob van Weezel uit de ‘Jodenkerkstraat’ (Nieuwe Kerkstraat).
In 1889 trad hij voor het eerst met een orkest op in het Paleis voor Volksvlijt. Na zijn opleiding werkte hij als pianist bij verschillende toneelgezelschappen. In 1912 speelde hij nog in bioscoop Nöggerath, maar zijn ambities reikten naar compositie, in eerste instantie van operettes.
Na de veelgeprezen Cultuuratlas van Amsterdam: Oud-Zuid schreef cultuurhistoricus Michel Didier Cultuuratlas van Amsterdam: De Pijp over een bij uitstek joodse wijk en een broedplaats van kunst, muziek en literatuur, van toneel, dans en kunstnijverheid.
Miete-Keetje
In 1910 componeerde hij Miete-Keetje, een operette in drie bedrijven, uitgevoerd in het Rembrandt–Theater, dat een heuse schlager voortbracht, De bruiloft van Mietje. Daarop volgden onder andere De vrouwelijke barbier, De erfenis van Ome Hein en, in januari 1913, De Boerenprins.
In 1911 was Van Weezel met vrouw en drie kinderen al verhuisd naar Tweede Jacob van Campenstraat 151, waar zich nog een zoon aandiende, maar in 1915 verhuisde het gezin naar Den Haag, waar Gerrit in 1920 het aanbod aannam om kapelmeester te worden van de Asta-bioscoop, wat hij tot 1929 bleef. Hij bleef in het Haagse en kreeg er nog een zoon bij.
Olympiade Amsterdam 1928
Landelijk en zelfs internationaal bekend werd Van Weezel met de ‘propagandamarsch’ Op ter Olympiade, ter gelegenheid van de Olympische Spelen in Amsterdam in 1928.
“Deze zeer populaire melodie wordt vanaf deze week gespeeld in alle bioscopen, door de strijkjes in de cafés, dancings en cabarets. Hij komt op de orgels der kermis vermakelijkheden en van de straat op de Odeongrammofoonplaat. Bovendien zal hij door alle radiostations van Europa worden uitgezonden.”
Het Pianolamuseum in de Westerstraat bezit drie muziekrollen van Gerrit van Weezel: Asta Marsch, O, mijn Roosje (uit de Henri ter Hall revue) en de foxtrot Dwaze vrouwen.
Voorts componeerde hij het Koningin Wilhelminalied (1915), de mars London-Melbourne, opgedragen aan de bemanning van de Uiver in 1934, en Gevluchte filmsterren (1936), een kindervoorstelling waarvoor hij ook de teksten en de toneelregie schreef: Betty Boop, Popeye, Mickey Mouse zijn naar Nederland gevlucht en Shirley Temple komt er haar vakantie doorbrengen.
Vier jaar later vonden Van Weezel en zijn dochter Rosalie de dood in de gaskamers van Auschwitz.
In 1938 nam Van Weezel een reclamefilmpje op voor de Gasch Fabrieken in Amsterdam, waarin het gebruik van gas wordt aanbevolen: ‘Gas is niet duur’. Vier jaar later vonden Van Weezel en zijn dochter Rosalie de dood in de gaskamers van Auschwitz. Zijn vrouw en drie zonen overleefden de sjoa.
muziek van Gerrit van Weezel:
Mars Hallo Hilversum!
Gasch is niet duur, 1938. Van Weezel achter de piano. Een Philips-Miller Systeem Reclamefilm uit 1938 van de Gasch Fabrieken in Amsterdam, waarin het gebruik van gas wordt aanbevolen.
Dit is een van de 434 lemma’s in Cultuuratlas van Amsterdam: De Pijp, met 365 afbeeldingen, waarvan 74 in kleur.
Te bestellen bij de auteur-uitgever Tijd/Ruimte.
cover: fragment uit Mathé van der Weiden, Op ter Olympiade, Gerrit van Weezel, 1928
Geef als eerste een reactie