25 november 2011
‘En Naftoli, zullen we na sjabbes toch maar eens kijken of de jesjiewe een plekje voor je heeft?’ Tattie bleef maar aandringen dat ik naar de jesjiewe zou gaan.
Twee dagen later weer hetzelfde: ‘Toen ik jouw leeftijd had, zou ik al drie Mesechtes in de jesjiewe hebben geleerd’. Op een gegeven moment had ik er echt genoeg van. ‘Tatti, zondag mag je me naar de jesjiewe brengen’. Ik dacht, beter dat dan iedere keer dit gezeur.
Nu ik er eenmaal ben, vind ik het eigenlijk niet erg. Met tweehonderd jongens samen in het Beis Hamedrasj. De dagen zijn best lang maar met ons lesprogramma gaat de tijd snel. En vaak is het heel interessant.
Ik stop de gebruikte handdoeken in de wasmachine. Wat zeeppoeder erbij en het apparaat begint te draaien. Met een ferme klik sluit ik ook de deur van de droogtrommel. De handdoeken slingeren in dikke kluwen in het rond. Een stapel schone handdoeken liggen opvouwen klaar voor de volgende bezoekers. Als deze de trap afkomen op weg naar het mikwe stoppen ze het toegangsgeld in het ijzeren busje en geef ik ze een schone handdoek. Zo gaat het de hele vrijdagmiddag door.
Trouwens niet alle mannen komen op erev Sjabbes alleen om zich in het mikwe onder te dompelen. Reb Maier, de mikwebaas, geeft sommigen eerst een knipbeurt. Hij zwaait vervaarlijk met zijn schaar, kam en tondeuse over het hoofd van de man die voor hem in de stoel zit. Deze is even later helemaal kaal, behalve aan de zijkanten boven de oren waar de peijes naar beneden hangen.
De vrijdagmiddag is voor mij een gezellige boel. En ik hou er ook nog iets aan over. Wanneer het bijna sjabbes is en de lekkere geur van de verse kigel uit de oven van de bakkerij naast het mikwe naar binnen dringt, betaalt reb Maier me mijn loon. Dan ga ik zelf het mikwe in, daarna naar huis om me klaar te maken voor sjabbes.
Tattie wilde er niets van weten dat ik reb Maier ging helpen. “Dit hoort niet voor een Rebbese einigle”. Maar uiteindelijk mocht het toch. Ik denk dat hij dit beter vindt dan dat ik na afloop van de jesjiewe op de vrije vrijdagmiddag op straat hang.
Ik hang mijn hoed aan de kapstok en loop de hal van de jesjiewe uit. De stem van rebbe Mattias hoor ik mopperen: “Naftoli, je bent toch al barmitswe geweest! Met alleen maar je keppel op ga je niet naar buiten!” Veel zorgen maak ik me hier niet om. Rebbe Mattias moest eens weten waar ik nu naar toe ga. Het is maar beter dat hij daar echt niet achter komt.
In de bibliotheek is het niet druk. ‘Dag juffrouw Gloria’. Zij kijkt op. ‘Oh, hallo Toli, ik zag je niet binnenkomen. Waar ben jij vandaag naar op zoek?’ ‘Juffrouw Gloria, ik heb niet veel tijd. Ik moet zo direct weer terug naar mijn lessen’. Al pratend grijp ik in de zak van mijn kaftan, ‘ik heb nu voldoende geld opgespaard voor een kaart van de bibliotheek. Met het loon van afgelopen vrijdag ben ik er geloof ik’.
Juffrouw Gloria kijkt me lachend aan. ‘Heeft je baas je betaald? Maar wat voor baantje heb je eigenlijk?’ Gehaast vertel ik wat ik elke vrijdagmiddag doe. ‘De handdoeken stop ik in de wasmachine, daarna in de droogtrommel en dan vouw ik ze op. Wel honderd op een middag’. Ik praat zo vlug dat ik vergeet erbij te vertellen dat ik dat in het mikwe doe bij reb Maier. Maar dat doet er niet toe. Juffrouw Gloria weet niet eens wat een mikwe is. ‘Werk je in het zwembad?’ vraagt ze lachend.
Ik leg mijn geld op tafel. ‘Ja maar Toli, dit is te veel’. Ze geeft mij een paar briefjes terug. ‘Nu moeten je vader en moeder dit formulier nog invullen.’ ‘M’n vader en moeder?’ ‘Ja, jouw vader en moeder. Om lid te worden moet je toestemming hebben van je ouders’. ‘Mijn ouders, vader en moeder?’ Ik moet haar behoorlijk hulpeloos hebben aangekeken. Ze gaat aan haar bureau zitten en pakt een kaartje van een stapel. ‘Vertel maar hoe jij precies heet. Toli wat?’ ‘Toli Berkowitz. Nee, ik bedoel Naftoli Berkowitz’. Juffrouw Gloria krabbelt wat op een papiertje. ‘Naftoli Berkowitz? Zo?’ Ik knik maar, het zal wel goed zijn.
‘Wanneer ben je geboren? ‘Op 25 Menachem Av, dertien jaar geleden.’ ‘Hé? Dat ken ik niet. Welke datum?’ ‘Dat zeg ik toch 25 Menachem Av.’ Juffrouw Gloria denkt na. ‘Dat is dus een Joodse verjaardag. Is dat in de zomer of in de winter?’ ‘Drie maanden geleden ben ik dertien geworden.’ ‘Welke dag?’ ‘ Op een donderdag’. Juffrouw Gloria kijkt op de kalender aan de muur.
‘Dan ben je dus op 28 augustus 1998 geboren. Toli, ik doe nu iets wat eigenlijk niet mag. Ik geef je een kaart van de bibliotheek met jouw naam en geboortedatum. En dat doe ik zonder toestemming van jouw vader en moeder. Zij vinden het denk ik niet zo een goed idee dat jij boeken leest.Tenminste boeken die niet Joods zijn. Heb ik dat goed begrepen?’ ‘Ja, juffrouw Gloria, eigenlijk wel’. ‘
We zien ook bijna nooit kinderen zoals jij in de bibliotheek. Terwijl dit een heel Joodse buurt is’. Juffrouw Gloria zet mijn naam op het kaartje en ook mijn geboortedatum. “Naftoli Berkowitz, geboren 28 augustus 1998”. ‘Zoals ik zei, ik mag dit niet doen maar ik zie dat jij heel geïnteresseerd bent in een heleboel dingen. En daar wil je over lezen. Zoiets vinden wij hier in de bibliotheek heel belangrijk’. Zachtjes klinkt het uit mijn mond: ‘Dank u wel juffrouw Gloria, ik ga heel veel lezen’.
‘Nog even dit Toli. Hier is jouw geld terug. Voor een kaart die eigenlijk niet mag kan ik geen geld aannemen. Doe er maar iets moois mee. Ga je dat doen?’ ‘Ja, ja.’
‘Fijn, nu gauw terug naar je lessen. Ik hoop je binnenkort weer te zien. Met de kaart mag je dan ook boeken mee naar huis nemen.’ Ik vergeet bijna juffrouw Gloria te groeten. Met een paar stappen sta ik buiten. Eerst komt er een diepe zucht. En dan grinnik ik.
Mesechtes Delen van de Talmoed
Mikwe Rituele bad
Erev sjabbes De dag vóór sjabbes, vrijdag.
Kigel Traditionele aardappelkoek die op sjabbes wordt gegeten.
Geef als eerste een reactie