Toli: Moyrehdik, Jiddisje soldaten! Sommigen zelfs met een keppel op hun hoofd

Mijn Eigen weg #16 

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen

16 juni 2012

‘Morgenochtend nemen we met de hele klas nog één keer deze discussie door tussen Rabbi Sjimon en Rabbi Jehoeda over het verplaatsen van de kandelaar op sjabbes. Daarna krijgen jullie nog een uur de tijd om het hele verhaal voor jezelf te herhalen. En dan in de middag na het eten volgt de grote overhoring. Is dat duidelijk?’ 

‘Ja rebbe Mattias’ roepen we in koor. We doen onze Gemores dicht, lopen naar de kapstok, trekken onze kaftans aan en zetten onze hoeden op. Op weg naar buiten praten we nog even na over de meningen van Rabbi Sjimon en Rabbi Jehoeda. Er zijn van die dagen dat de Gemore mij echt fascineert. Misschien ligt het aan de manier waarop rebbe Mattias het uitlegt. De ene keer beter en interessanter dan de andere keer. 

Rebbes hebben waarschijnlijk ook hun buien, net als ik zelf. Hoe dan ook, vandaag was het zo’n dag. Als tattie vanavond thuiskomt en mij vraagt hoe het vandaag in de Jesjiewe was, heb ik hem tenminste wat te vertellen. Vooral waarom Rabbi Sjimon voor de lichtere kant van de wetgeving kiest en Rabbi Jehoeda veel strenger is. 

Maar nu na minche op naar mijn andere wereld. Het is woensdagavond. Tijd voor computerles.

Mijn leraar Jeffrey is een echte computerman. In de Jesjiewe zouden we hem een ‘Bokie’ noemen, een expert. En hij heeft er geloof ook lol in dat ik langzamerhand in zijn wereld thuis raak. Ik schrijf brieven die hij dan weer verbetert. 

Vanavond is mijn derde les in wat ik rekenen noem. Maar dat optellen en aftrekken hoef ik niet zelf te doen. Dat doet het programma op het scherm. Ik heb het woord wel even moeten leren. Jeffrey noemt het Excel. ‘Beste mensen, nu wil ik dat jullie het laatste kwartier van de les zelf op zoek gaan in de computer naar iets wat je interessant vindt. Dat mag voetbal zijn, of muziek of zomaar iets ergens in de wereld. Zo gauw je iets gevonden hebt, schrijf dan op je notitieblok hoe je het hebt gevonden en ook hoe je het volgende keer terug kunt vinden’. 

Ik heb geen kwartier nodig. Al gauw zit ik op de pagina die ik al eerder heb ontdekt. Bovenaan staat de grote wit-blauwe vlag met de Mogein Dovid in het midden. Ik kijk angstvallig om me heen. Aan het einde van mijn rij zit ook een Jid. Ik ken hem niet. Hij is ouder dan ik. Op zijn hoofd heeft hij een keppel. Zo’n kleintje dat eigenlijk met een speldje aan zijn krullen hangt. Gelukkig kan hij vanaf zijn plek niet zien dat ik een zionistische pagina voor mijn neus heb. Ik kijk ook naar de deur. Stel je voor dat tattie om de een of andere reden nu binnen zou komen. Dan is het gauw afgelopen met de computerles. 

“Een chassidische bochur die kijkt naar de zionisten?” Ik hoor het tattie zeggen. Dit is vast een van die “stoute plaatjes” waar tattie het met juffrouw Gloria over heeft gehad. 

Met mijn muis rol ik het scherm naar beneden. Ik kijk naar afbeeldingen vanJeroesjalajim. Maar dan vooral die waar soldaten op staan. Moirehdik! Jiddisje soldaten. Sommigen dragen zelfs een keppel op hun hoofd. Huntsietsies steken uit hun uniform. En dan zo’n groot geweer over de schouder. Natuurlijk weet ik best dat tattie, maar ook de rebbes en de jongens in de Jesjiewe, hier niets van willen weten.Apikorsim noemen ze deze zionisten. Maar ik vind het spannend. Ik schaam me een beetje maar misschien wil ik ooit nog eens een Jiddisje soldaat worden.

‘Mensen, hebben jullie iets gevonden? Zoals ik zei, schrijf het op en dan gaan we volgende keer aan de slag met ieder de eigen pagina. Vergeet niet je computer af te sluiten. Tot volgende week!’

In de gang trek ik mijn kaftan aan en zet mijn hoed op. Grappig, net als in de Jesjiewe wanneer ik naar huis ga. Maar nu dan tussen al deze gojim. ‘Wie heisst di? Wie woinst di? Hoe heet jij? Waar woon jij?’ De jongen met zijn keppel loopt met me mee naar buiten. Ik kijk hem verbaasd aan. ‘Wie heisst di? Wie woinst di?’ Deze jongen spreekt Jiddisj? Hoe kan dat nou? 

Hij steekt zijn hand uit en lacht. ‘Ooit ging ik ook zo gekleed als jij. Mijn vader en mijn broers zien er nog steeds zo uit.’ Mijn mond valt open. Hoe kan dat? De jongen ziet dat ik hem meteen een heleboel vragen wil stellen. Maar hij is me voor. ‘Ich heiss Gedalje’. ‘Ik heeft Toli’. Zonder mij een kans te geven om te vragen wie hij is, waar hij woont en nog veel meer, kijkt hij me nog één keer aan. ‘Tot de volgende keer’. 

En hij gaat de hoek om. Ik zal een week moeten wachten om er achter te komen wie deze Gedalje is. 


Moiredick Indrukwekkend
Tsietsies  Schouwdraden die gedragen moeten worden
Apikorsim Afvalligen 

Over Lody van de Kamp 113 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*