Genesis/ Bereshiet 1:10
Klassieke vertaling: God noemde het droge: aarde, en de verzameling van de wateren noemde hij: zeeën; en God zag dat het goed was.
Hertaling
Elohiem noemde het droge: land. En de verzamelplaats van de watermassa werd zeeën genoemd; Elohiem zag dat goed is.
Eén verzamelplaats, vele zeeën
De tekst zegt het zonder omwegen:
de verzamelplaats van de watermassa staat in het enkelvoud.
Eén plek.
Eén geheel.
Eén wereldzee, door Elohiem als één lichaam gezien.
Maar binnen dat ene lichaam
ontstaan talloze vormen:
stromingen, dieptes, temperaturen,
verschillen in zoutgehalte en beweging.
En dit alles brengt uiteenlopende planten,
vissen en levensvormen voort.
De oude Hebreeuwse tekst – meer dan drie millennia oud – laat beide waarheden naast elkaar bestaan:
één watermassa,
maar zeeën in meervoud.
Eén oorsprong,
maar vele gezichten.
De meervoudsvorm legt de nuances bloot,
de diversiteit die ontstaat wanneer de aarde voor het eerst ademhaalt en land droogvalt.
Hoe het land zijn naam kreeg
Het droge dat zichtbaar werd, kreeg eenvoudigweg de naam land.
Niet gevormd door een nieuwe ingreep,
maar onthuld door het terugwijken van het water.
En dat water zelf?
Het verplaatste zich als één geheel
naar de diepte van de wereld,
naar die verzamelplaats
waar het zich verzamelt als een lichaam
dat zijn rustpunt heeft gevonden.
Waar het water zich terugtrok
en het land zijn contouren toonde,
veranderde de watermassa van karakter.
De diepte drukte stilte in haar oppervlak,
de ondiepten maakten haar licht,
warmte en kou gingen hun eigen weg,
en elke golf kreeg een ander verhaal.
Eén oorsprong –
maar vele eigenschappen,
voortgekomen uit de beweging van de aarde zelf.
Daarom klinkt daarna het woord zeëen – als een reactie op het verschijnen van het land:
één oorsprong,
maar verschillende eigenschappen.
Het meervoud komt niet voort uit chaos,
maar uit orde.
Goed, waarlijk, voor altijd
Dan klinken de woorden:
‘En Elohiem zag: goed.’
Niet als een oordeel van het moment,
maar als een waarheid die blijft.
Goed –
waarlijk,
voor altijd.
Het woord kent geen lidwoord,
omdat het geen grens heeft.
Het is geen eigenschap,
maar een werkelijkheid
die alles doordringt.
Daarom lees je het zo:
dat goed ís.
Zijn ís goed.
Een uitspraak die de schepping draagt,
van het eerste begin
tot de laatste golf
die de kust raakt.
Betekenis en context
Het droge krijgt een naam
Pas wanneer het droge zichtbaar wordt, krijgt het de naam ‘land’. Eerder bestond het land nog niet. Het gaat hier niet om ‘aarde’ in algemene zin, maar om droge grond die onderscheiden is van het water.
Eén verzamelplaats, vele zeeën
De verzamelplaats maakt duidelijk dat de zeeën als één samenhangend geheel worden gezien. Uitleg van de geleerde Rasji wijst erop dat de zeeën, hoewel zij met elkaar in verbinding staan, verschillen in diepte, temperatuur, stroming en samenstelling. Deze verschillen maken het mogelijk dat uiteenlopende planten en vissen ontstaan.
Goed – bevestiging
Na de naamgeving volgt de vaststelling: goed.
Daarmee wordt niet geoordeeld, maar bevestigd dat wat is benoemd, klopt binnen het geheel.
‘Goed’ sluit deze stap niet af, maar laat zien dat de schepping in deze fase verder kan.
Grammaticale en tekstuele analyse
Wa’jikra Elohiem la’jabasjah (ויקרא אלהים ליבשה)
Elohiem noemde het droge
De uitdrukking la’jabasjah bestaat uit le (‘aan’) en jabasjah (‘droog land’ of ‘droge’). Het droge is ha’jabasja, maar le en ha trekken samen tot la en de hee valt weg.
In combinatie met het werkwoord wa’jikra krijgt dit de betekenis: een naam geven aan. Het droge krijgt hier formeel zijn naam.
Erets (ארץ) land
Later wordt in de Torah onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van land, aarde en grond. Zo verschijnt bij de schepping van de mens het begrip adamah, dat verwijst naar vruchtbare aarde: grond die leven draagt.
In Genesis 2:7 wordt gesproken over afar ha’adamah, doorgaans vertaald als ‘stof der aarde’, maar beter te begrijpen als ‘stof van de vruchtbare aarde’, omdat het gaat om aarde met organismen die leven voortbrengt.
Daartegenover staat ka’afar ha’arets in Genesis 28:14, waar het gaat om verstuivend stof, niet om vruchtbare grond. Deze latere onderscheidingen maken duidelijk dat erets hier specifiek het droge land aanduidt.
Oe’lemikwa ha’majiem kara jamiem (ולמקוה המים קרא ימים)
en de verzamelplaats van de watermassa werd zeeën genoemd
Het woord mikwa (verzamelplaats) staat in het enkelvoud, wat aangeeft dat de watermassa als één geheel wordt gezien. De naam jamiem (‘zeeën’) staat echter in het meervoud. Dit grammaticale onderscheid maakt zichtbaar dat binnen die ene verzamelplaats verschillende eigenschappen zijn ontstaan.
De meervoudsvorm benadrukt dus geen verdeeldheid, maar diversiteit binnen één geheel. Het verschijnen van het land brengt deze differentiatie op gang.
Het werkwoord kara staat hier in de derde persoon enkelvoud en zonder omkeer-waw, net als in Genesis 1:5. Dit wijst erop dat de naamgeving van de zeeën niet een nieuwe, zelfstandige handeling is, maar het gevolg van een eerdere vaststelling.
De juiste lezing is daarom niet: ‘Elohiem noemde de watermassa zeeën’, maar:
‘de watermassa werd zeeën genoemd’.
Kie-tov (כי-טוב) dat goed is
De uitdrukking kie-tov betekent letterlijk: ‘dat goed’. Het Hebreeuws kent geen werkwoorden voor ‘hebben’ of koppelwerkwoorden zoals ‘is’; daarom wordt ‘is’ vaak toegevoegd om de zin in het Nederlands leesbaar te maken.
Kie kan verschillende betekenissen dragen, waaronder ‘dat’, ‘want’, ‘waarlijk’. In deze context krijgt het de betekenis ‘waarlijk’, met de strekking van blijvende geldigheid – voor altijd.
Gelaagde lezing
Wanneer de grammaticale, tekstuele en ordenende lagen samen worden genomen, kan de zin als volgt worden gelezen:
Elohiem noemde het droge: land. En de verzamelplaats van de watermassa werd zeeën genoemd; Elohiem zag: goed – waarlijk, voor altijd.
Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het eerste hoofdstuk van Bereshiet
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
cover: Fragment schilderij van Marc Chagall, foto: Bloom
Geef als eerste een reactie