De eerste passage van parasjat Kie Tavo vertelt over de mitswa van het brengen van de Bikoeriem, de eerste vruchten van het land naar het Bet Hamikdasj (de tempel).
Het is een mitswa die specifiek is verbonden aan Israël en die gepaard ging met een specifieke ceremonie waarbij een voorgeschreven tekst moest worden gezegd.
Tegen de priester zeg je dat je bent gekomen om te erkennen dat je naar het land bent gekomen dat God je heeft beloofd. Hij neemt het mandje met vruchten aan, waarna je ten overstaan van God vertelt hoe je voorvaderen naar Egypte kwamen en hoe zij daar werden onderdrukt. Hoe God hun geklaag hoorde en hen uit Egypte haalde en bracht naar het land dat hij had beloofd, het land waarvan je nu de eerste vruchten naar de Bet Hamikdasj brengt.
De vraag die hier rijst is: waarom moet dit hele verhaal gereciteerd worden bij het brengen van de Bikoeriem? Waarom kunnen we niet gewoon zeggen: Hier zijn de eerste vruchten van mijn land?
Regen en zon
De tekst die gereciteerd wordt vertelt over de hand van God in de geschiedenis en het leven van het Joodse volk: over de wonderen waarmee we uit Egypte zijn getrokken, over hoe we overleefden in de woestijn en werden gebracht naar het land dat God al zo lang geleden had beloofd.
Eenmaal aangekomen in het Beloofde Land verbouwt het Joodse volk zijn eigen graan en vruchten. Wanneer je zelf ploegt, irrigeert, wiedt en oogst is het heel gemakkelijk om te denken dat de oogst het resultaat is van je eigen werk. Dan is het makkelijk om te vergeten hoe je daar kwam en wie zorgde voor het vallen van de regen en de opkomst van de zon.
Juist dan is het van belang om je te blijven herinneren dat God ons helpt en voor ons zorgt en te weten dat we voor het oogsten van onze vruchten weliswaar ook zelf moeten werken, maar dat we uiteindelijk onze dank moeten tonen aan de Allerhoogste.
Inkeer
Het is de maand Eloel, de periode in aanloop naar Rosj Hasjana, een tijd van Tesjoewa – inkeer.
We denken na over wie we zijn, hoe we onszelf willen verbeteren en of we nog dingen goed te maken hebben met de mensen om ons heen.
Maar net zoals we met de Bikoeriem naar het Bet Hamikdasj gingen om te erkennen dat we onze oogst niet alleen kregen door hard werk maar ook bij de gratie van God, zo ook moeten we ons in de aanloop naar Rosj Hasjana niet alleen wenden tot onszelf en onze naasten, maar ook tot God.
Ik wens u een Sjana Tova Oemetoeka
cover: collage Bloom, 2021
Geef als eerste een reactie