Jacques Wallage, herinneringen aan een vriend

Ai gegenereerd

Vorige week, op 12 augustus, overleed mijn goede vriend Jacques Wallage. Ik kende hem ruim 65 jaar. We groeiden beiden op in de kleine Groninger Joodse gemeenschap van na de oorlog. Onze ouders waren bevriend. Ik kan me nog goed herinneren dat Jacques weleens bij ons kwam lunchen toen hij op de HBS zat. Hij was een paar jaar ouder dan ik en ik vond hem interessant, want hij wist veel, hij praatte veel en hij had meningen en discussieerde met mijn ouders; waarover weet ik niet meer. 

In de jaren ‘70, toen Jacques op jonge leeftijd al gemeenteraadslid en later wethouder was in Groningen, zagen we elkaar regelmatig. We gingen naar een concert of een film, of even ergens iets eten. We deelden de liefde voor klassieke muziek. Jacques zong in die jaren opera en liederen van Schubert; deze week hoorde ik hem in een interview van jaren geleden zeggen dat hij toch ook wel graag operazanger had willen worden. 

Begin jaren ‘70 was mijn vader burgemeester in Amersfoort en Jacques kwam langs om daarover met ‘oom Maurits’ te spreken. Burgemeester, dat wilde hij ook worden, zei hij.  25 Jaar later werd hij burgemeester van Groningen. Over zijn indrukwekkende loopbaan is deze week veel geschreven in de pers; met veel lof en bewondering ging het over de passie waarmee hij de sociaal democratie probeerde vorm te geven, in de Kamer, als staatssecretaris, fractievoorzitter en burgemeester en over zijn benaderbaarheid, openheid en menselijkheid. 

Met mijn gezin heb ik jaren in het buitenland gewoond, waardoor Jacques en ik elkaar in die periode slechts af en toe zagen, maar sinds ik weer terug ben in Groningen, nu alweer 6 jaar, kwamen we vaak bij elkaar over de vloer. Ik genoot van de gesprekken die we hadden. Over de huidige politiek in binnen- en buitenland, over de sociaal democratie, de fusie van de PvdA en Groen Links, die hij steunde, over boeken die we lazen, over zijn tuin, waar hij heel erg van genoot, over zijn hond en over vroeger. Hij kon zo heerlijk vertellen over alles wat hij had beleefd in zijn tijd in Den Haag en in Groningen. Anekdotes te over, de man had een geheugen waar ik versteld van stond. Ook voor boeken die hij had gelezen; hij haalde de essentie er uit en kon daar gepassioneerd over praten. En dat alles met een geweldige dosis humor. Vaak gingen de gesprekken over zijn ouders, lieve mensen, die ik me heel goed herinner. Zijn rustige vader en zijn geestige moeder, met haar Groningse droge humor en nuchterheid. Jacques vertelde vaak over ze en citeerde hun levenslessen en hun uitspraken, die nogal eens een cynische ondertoon hadden. Voor de oorlog hadden zijn ouders nog een kosjere huishouding gevoerd, maar zijn moeder zei na de bevrijding: “Sinds Onze Lieve Heer tussen ‘40 en ‘45 de andere kant op heeft gekeken, hoeft dat voor mij niet meer..” (uit Jacques’ boek Het Land achter de Heuvels, uitgegeven in 2018). Ze hadden ondergedoken gezeten met hun oudste zoon Leo, die vijf jaar was toen de oorlog uitbrak. 

De geschiedenis van zijn ouders, het verlies van talloze familieleden, het onuitsprekelijke onrecht dat het Joodse volk is aangedaan, dat alles heeft het Joods zijn van Jacques bepaald. En, zo schrijft hij in zijn boek  hun ervaring heeft mij wel scherp gehouden. Ze zorgt ervoor dat ik nooit accepteer dat de een de ander met geweld of intimidatie zijn wil oplegt. Maar bovenal heeft hun lot van mij de homo politicus gemaakt die ik ben geworden….. De politiek biedt de meeste kansen om individuele ervaringen om te zetten in collectief leren. ….. en te werken aan betere tijden.

Sinds ruim een jaar stuurde Jacques bijna wekelijks een paar stukjes naar een groeiende groep belangstellenden, vrienden en vrienden van vrienden, met zijn beschouwingen en analyses over de wereld, de politiek, zijn herinneringen aan zijn loopbaan, anekdotes, vaak ook weer met veel humor. Knap, die stukjes, zoveel kennis en intellect, en zo goed geschreven. In de vele artikelen die er deze week over hem in de pers zijn verschenen, wordt hij geroemd om zijn welsprekendheid en zijn geweldige schrijverschap, en terecht. Heel de Wereld, heetten zijn stukjes, Tikun Olam. In zijn eigen woorden: In het Joodse denken speelt TIKUN OLAM een belangrijke rol. De wereld repareren, de sociale orde versterken, investeren in de ‘civil society’ door onrecht te bestrijden en wat kwetsbaar is te beschermen. Het is de basisgedachte dat menselijk handelen ertoe doet, dat we een rol hebben in het helen van de wereld. HEEL de wereld, dus.                                                                                                                                        Voor deze politieke bestuurder in ruste betekent het ervaringen en inzichten delen met wie daarvoor belangstelling heeft. Daartoe dient deze rondzendbrief. 

Hij stuurde zijn lezers 51 mails met artikeltjes, tot hij begin juli te ziek werd en hij er de energie niet meer voor had.   

In het voorjaar kwam hij altijd met bakjes narcissen of hyacinten langs. Als ze uitgebloeid waren, zette ik de bolletjes in de tuin. Elk jaar komen ze op. Ik zal aan Jacques denken, ik ga hem missen.  

Over Alice Troostwijk 2 Artikelen
Alice Troostwijk is in Groningen geboren en studeerde Nederlandse Taal en Letterkunde aan de RU Groningen. Zij was docent Nederlands in Heerenveen en behaalde haar diploma Tolk/Vertaler Engels. Van 1990 tot 2020 verbleef zij in buitenland waar zij onder meer docent Nederlands was op internationale scholen en docent English as a Second Language. In Lesotho was Alice van 2011 tot 2020 lid van het managementteam van de fabriek African Clean Energy. Sinds ze weer terug is in Nederland schrijft zij onder meer Westerborkportretten voor het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Alice Troostwijk is getrouwd, heeft drie kinderen en een kleinkind.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*