De Parasjot Acharee Mot en Kedoshiem bevinden zich op een kantelpunt van het boek Wajikra.
De eerste 17 hoofdstukken van Wajikra waren vooral gewijd aan regels over de offers en de daarmee verband houdende regels rondom rituele reinheid en onreinheid. Het eerste stuk van Acharee Mot beschrijft ook een offerdienst – de bijzondere dienst van Jom Kipoer. Maar vanaf halverwege de parasja gaat het over kedoesja – regels die het Joodse volk moeten verheffen.
Deze regels worden voorafgegaan door een aantal inleidende pesoekiem: “Gd zei tegen Moshe: Zeg tegen het Joodse volk: ‘Ik ben Gd, uw Gd. Doe niet zoals de manier van doen was in het land Egypte, waar je woonde, en doe niet zoals de manier van doen is in het land Kanaän, waar Ik je naar toe breng.’” (Wajikra 18:1-3)
De context van deze pesoekiem is dat het Joodse volk niet lang geleden Egypte heeft verlaten en niet beter weet dan dat ze op het punt staan om Erets Jisraeel binnen te trekken. Daarom geeft Tora een dubbele waarschuwing. Het volk moet zich niet laten verleiden om terug te vallen in de verderfelijke gewoontes van Egypte. Maar ze moeten óók niet de gewoontes overnemen van het land waar ze heen gaan.
Dit laat een bijzondere nuance zien. De aankomst van het Joodse volk in Erets Jisraeel wordt meestal beschreven als het glorieuze einddoel van de uittocht uit Egypte. Maar het bereiken van dat doel brengt ook een risico met zich mee. Het worden tot een gewoon volk kan makkelijk leiden tot het overnemen van de gewoontes die voor volkeren, zeker in de regio van Erets Jisraeel, gebruikelijk zijn. Dat is niet de weg die Tora ons voorschrijft.
Wat heeft het handhaven van een publieke moraal te maken met het kunnen leven in Erets Jisraeel?
Tora benadert deze spanning ook op een andere manier. Aan het einde van de afdeling die gaat over seksuele moraal zegt Tora: “Bezondig je niet aan deze dingen … dan zal het land je niet uitkotsen zoals het het volk uitkotste dat je voorging” (Wajikra 18:24-28). Maar wat heeft het handhaven van een publieke moraal te maken met het kunnen leven in Erets Jisraeel?
In een essay in Covenant and Conversation (Holy People, Holy Land – Acharei Mot 5771, 5784) adresseert rabbijn Jonathan Sacks deze vraag. Hij schrijft dat het doel van alle mitswot is om een samenleving te creëren met “bewust-zijn van Gd als middelpunt.”
Zolang wij in ballingschap waren, was die missie gemankeerd – het Joodse leven bestreek altijd maar een deel van het leven. Alleen in Erets Jisraeel kunnen we die missie ten volle uitvoeren. Maar dat voorrecht komt met verplichtingen.
Het “gaat hand in hand met de plicht om individueel en collectief te leven naar normen van rechtvaardigheid en mededogen, trouw en vrijgevigheid, liefde voor de naaste en voor de vreemdeling, die alleen onze missie en bestemming vormen: een heilig volk in het heilige land.”
De band tussen het Joodse volk en Erets Jisraeel is niet zozeer mystiek als wel instrumenteel. Het is een plek die ons in staat stelt om meer mitzwot te doen, om een betere samenleving te maken. Dat is een buitenkans. Maar de Tora laat er geen misverstand over bestaan wat er gebeurt als we niet aan die standaard voldoen.
cover: beeldcollage Bloom, 2021
Geef als eerste een reactie