Schilder en beeldhouwer Karl Carvalho huurde vanaf 1952 de derde verdieping van Gerard Doustraat 56b
In 1957 verhuisde Karl (1916-1972) met zijn tweede vrouw naar Altea bij Alicante, om in 1961 voorgoed terug te keren naar ‘de zolder’. Twee jaar later scheidde hij om voor een derde keer te huwen.
Na de veelgeprezen Cultuuratlas van Amsterdam: Oud-Zuid schreef cultuurhistoricus Michel Didier Cultuuratlas van Amsterdam: De Pijp over een bij uitstek joodse wijk en een broedplaats van kunst, muziek en literatuur, van toneel, dans en kunstnijverheid.
In Groningen werd Karl als Karel Frank Carwalho geboren uit zijn Amsterdamse ouders Israel Carwalho* en Saartje Cohen. Hij signeerde zijn werk vooral als Carvalho en zo is hij bekend geworden.
* Israel Carwalho gaf Duitse les op het joods lyceum tijdens de oorlog, aan onder anderen Anne Frank.
Café Eijlders
Karl bracht de nodige tijd door in café Eijlders op het Leidseplein, waar hij een sfeerbepaler was onder de artistiekelingen. Bij Eijlders exposeerde hij zijn droog-expressieve landschappen, dieren, schepen op het strand, portretten en Don Quichots, met Sancho Panza of Dulcinea.
Karl Carvalho, Mansportret, Joods Museum
Hij was ook een van de eerste kunstenaars die mocht exposeren in de gloednieuwe Heineken Galerij om de hoek in de Ferdinand Bolstraat. De laatste jaren van zijn leven – toen hij al zwaar ziek was – stelde hij zijn atelier in de Gerard Doustraat open voor buurtkinderen om er te komen werken.
Blijvend getekend
Carvalho was blijvend getekend door zijn oorlogservaringen, maar bleef trouw aan zijn kunstenaarschap door de wijze waarop hij, buiten de heersende stromingen, als eenzaat en buitenstaander “zijn romantische, innige beelden van mens en dier bleef maken.”
Na zijn dood op 55-jarige leeftijd werd in 1973 in Arti et Amicitiae een herdenkingstentoonstelling ingericht. Beeldhouwer Marius van Beek (1921-2003) en schrijver-psycholoog Manuel van Loggem (1916-98) schreven de catalogusteksten.
NRC Handelsblad schreef dat die tentoonstelling liet zien: “hoeveel kwaliteit er kan schuilen in een kunstenaar die als een ‘gemankeerd talent’ de geschiedenis of de anonimiteit scheen in te moeten gaan.”
Daarom zal Amsterdam ook hem nu – weerbarstig en zachtmoedig – wel nooit vergeten.
Een rouwadvertentie werd getekend door zijn vrienden Egidius van Dun, Van Loggem, Han Wessing, beeldhouwer André Schaller en dichter Harry Brander, die schreef naar aanleiding van het verscheiden:
“Hij was een schilder/van het Spaanse volk/van Frankrijks paimpol/en van zijn eeuwige valleien/van clowns en kinderen/van onvoorstelbaar slanke vrouwen/maar ook de ezels/werden niet door hem vergeten/de magere ezels/met hun dwaas gebalk/misschien werd hij door dit geluid/tot in het diepste/ van zijn schrift gegrepen/want zijn penselen/dwaalden schots en scheef/over het aloude Amsterdam/een kroeg/een meisje/en een moedeloos paard/soms nam hij zijn gitaar/en zong en drink als Breero. Daarom zal Amsterdam/ook hem nu – weerbarstig en zachtmoedig – wel nooit vergeten.”
Aan drie huwelijken hield hij vijf dochters over met de welluidende, toe- en weer afnemend exotische namen Maruscha Saartje Coosje, Myrthe Maria Rozemarijn, Merle Cécile Sébastiane, Manuela Isabella Consuelo en Hester. Zijn jongste dochter Hester Carvalho (Amsterdam, 1964) is een bekende muziekjournaliste.
Dit is een van de 434 lemma’s in Cultuuratlas van Amsterdam: De Pijp, te bestellen bij de auteur-uitgever, Tijd/Ruimte. Met 365 afbeeldingen, waarvan 74 in kleur.
cover: fragment uit Karl Carvalho, Dulcinea, 1960-70, Joods Museum, Amsterdam
Geef als eerste een reactie