De inherente waardigheid van de mens volgens Abraham Joshua Heschel

Abraham Joshua Heschel was een geliefd filosoof en theoloog aan wiens gedachtegoed vele boeken en studies zijn gewijd.

Ook Stichting PaRDeS droeg hieraan bij: op woensdag 26 november vond een studiedag over Heschel plaats, met als thema ‘Het heiligen van de tijd, van het leven en van de Naam’. Tijdens deze dag werd een nieuw boek gepresenteerd met een collectie essays van Heschel uit 1936-1972: Morele moed en spirituele durf.

De studiedag opende met twee plenaire lezingen, gevolgd door een viertal workshops. Ikzelf gaf een workshop over het snijvlak tussen Heschels idee over heiliging en mensenrechten als juridisch concept. Overigens was mijn vader Leo Mock z’’l nauw betrokken bij Stichting PaRDeS. Vroeger ging ik dan ook weleens mee naar dergelijke studiedagen. Hij was een groot voorstander van het samen lernen, de dialoog aangaan en onderzoeken hoe het gesprek ons verder brengt. Zodoende was het eervol om nu zelf een workshop te mogen geven.

De opvatting van Heschel over heiliging vertaalt zich veelvuldig in een streven naar rechtvaardigheid, en sluit daarmee nauw aan bij mensenrechtenthematiek. 

Mensenrechten ontstonden als natuurrecht

Het concept van mensenrechten ontstond aanvankelijk in de vorm van ‘natuurrecht’ waar Robbert Baruch vorige week in De Vrijdagavond in een geheel andere context naar verwees. In eerste instantie kwam dit principe voort uit de klassiek-filosofische hoek waarbij de gedachte heerste dat bepaalde morele normen van nature voor eenieder gelden. Later werd het natuurrecht als zodanig overgenomen in de religieuze hoek, met als ratio dat de mens volgens Genesis is geschapen naar het evenbeeld van God, waaruit inherente waardigheid voortvloeit. Heschel lijkt een soortgelijke visie te delen.

Deze ontwikkelingen leidden uiteindelijk tot het idee van zekere ‘onvervreemdbare rechten’, zoals geformuleerd in de Onafhankelijkheidsverklaring van de VS en later in de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger. Zoals helaas vaker het geval is, bleken deze rechten in de praktijk niet daadwerkelijk universeel of vanzelfsprekend. Zo werden vrouwen en slaven er regelmatig van uitgesloten. 

Radicale nieuwsgierigheid

Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog werd dezelfde terminologie voor het eerst op globaal niveau vastgelegd, namelijk in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en nadien eveneens in internationale mensenrechtenverdragen. Ook in Heschels werk vinden we deze term terug.

Heschels gedachtegoed is niet in een vacuüm ontstaan. Zijn levensloop – met name het meemaken van Tweede Wereldoorlog evenals de gesegregeerde samenleving in de VS – heeft zijn denken sterk beïnvloed. In zijn werk legt Heschel veelvuldig de nadruk op rechtvaardigheid en daarmee op het bestrijden van onrecht, alsook op eerbied voor de Schepping. Die eerbied wordt onder meer gevoed door wat Heschel radical amazement noemt. 

Volgens hem is het onze plicht als mens om rechtvaardig te handelen. Op die wijze kan de mens het leven heiligen en in relatie treden tot God. Heschel voegde zelf de daad bij het woord. Hij heeft zich jarenlang bevlogen ingezet voor de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, voornamelijk in de strijd tegen segregatie maar ook bijvoorbeeld tegen de oorlog in Vietnam.  

We kunnen misschien niet alles oplossen, maar soms gebeurt er een klein ‘wonder’ en kan een kleine inspanning toch veel licht brengen. Leo Mock z”l, Chanoeka 2018

Tijdens mijn workshop stelde ik de deelnemers de vraag: waar zou Heschel zich vandaag de dag hard voor maken? Hierop kwam gevarieerde input zoals uitbuiting van fabrieksmedewerkers in de kledingindustrie, de manier waarop vluchtelingen worden behandeld, dierenmishandeling in de bio-industrie, evenals klimaatverandering. Ook de oorlog in het Midden-Oosten passeerde de revue. 

Heschels boodschap is in die zin helder: wij hebben als mensen de taak om zo goed mogelijk voor deze aarde te zorgen en de Schepping in al haar facetten te respecteren, opdat we ons gedragen naar het evenbeeld van God. Op zich is dat een mooie boodschap, maar helaas is deze niet altijd even makkelijk uitvoerbaar. Net als bij mensenrechten is het concept sympathiek, maar blijkt handhaving in de praktijk vaak ingewikkeld. 

Toch sluit Heschels visie nauw aan bij de klassiek-joodse waarde van tikoen olam. En hoewel dat soms kan voelen als een abstracte, omvangrijke doelstelling – alsof je voortdurend dweilt met de kraan open, is het daarom noodzakelijk om ook ogenschijnlijk bescheiden inspanningen te waarderen. Zoals mijn vader treffend in een Crescas-column uit 2018 over Chanoeka schreef: “We kunnen misschien niet alles oplossen, maar soms gebeurt er een klein ‘wonder’ en kan een kleine inspanning toch veel licht brengen”. 


Zestien essays van filosoof en theoloog Abraham Joshua Heschel (1907-1972), onderdeel van een omvangrijk boek dat zijn dochter Suzannah Heschel in 1996 publiceerde onder de titel Moral Grandeur and spiritual Audacity. De essays zijn geschreven in de periode tussen 1936 en 1972 en vertaald door Bas van den Berg.

Leverbaar vanaf 21 december 2025 bij de boekhandel en uitgeverij Volzin


cover: uitsnede uit bovenstaand boekomslag ontworpen door Marcus van Loopik 

Over Sarai Mock 9 Artikelen
Sarai Mock (1996) studeerde internationaal en Europees recht, met een specialisatie in internationaal publiekrecht. Ook studeerde zij aan het Pardes Institute of Jewish Studies in Jeruzalem. Zij is jurist en was voorheen werkzaam als advocaat in Amsterdam en als docent verbonden aan de Tilburg University.

1 Comment

  1. Mooi om dit te lezen en mee wakker te worden op reis met mijn twee zonen in de ongebreidelde natuur van de Cevennes in Frankrijk. Kleine beetjes extra licht daar is waar het om gaat! Chanoeka Sameach!
    Israël- Tom – Lee Ran

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*