Voor mijn werk reis ik vaak naar Wenen. Het is een prachtige stad, met een zeer actieve Joodse gemeenschap. Ik ben van die stad gaan houden.
Een voorval wil ik met u delen. Begin jaren tachtig was ik voor de eerste keer over sjabbat in Wenen. Tamara en ik hadden een vriendin in Wenen. Sylvia Fischer z’l., een dochter van de zakenpartner van mijn schoonvader.
Sylvia was een zeer charmante en intelligente vrouw. Zij was manager van de Joodse boekenwinkel en zat in het bestuur van de Joodse Gemeente Wenen. Ik nodigde haar uit voor de vrijdagavond in het koosjere restaurant grenzend aan de Sjoel, de Stadttempel.
We spraken af voor de ingang van de sjoel. Het was zomer en zeer warm. We stonden gezellig te kletsen voordat we de sjoel binnengingen. De Stadttempel is prachtig. Er was veel volk. Het was een mooie dienst met een goede Chazzan en koor.
Mensen waren vriendelijk en velen verwelkomden me met een Sholem Aleichem, een warm welkomstwoord voor vreemden, of mensen die van een reis terugkomen.
Sholem Aleichem
Als je zoveel reist als ik en sjoelbezoekers in een ander land komen naar je toe om je welkom te heten met een Sholem Aleichem, dan voelt dat als thuiskomen. Je bent welkom. Ik ervaar dat als zeer belangrijk om je overal in de wereld thuis te voelen, om één te zijn met de plaatselijke Joodse gemeenschap. Dat maakt mijn reizen aangenaam en geeft mij een extra dimensie in mijn leven als Joodse handelsreiziger.
Het diner was uitstekend. We hadden een gezellige avond met toeristen uit de hele wereld, maar ook locals weten het restaurant te vinden. Er heerst een warme sjabbatsfeer en er worden zemirot (psalmen voor sjabbat) gezongen. Iedereen die ze kent, zingt mee en er wordt gezamenlijk gebensjt.
De volgende morgen kwam ik op tijd naar sjoel om de dienst mee te maken. Er stond veel bewaking voor de deur. Verschillende zwaarbewapende militairen of marechaussees stonden in een halve cirkel om de ingang heen. Twee Israëlische jongens stonden me op te wachten. Ze vroegen wie ik was, waar ik vandaan kom, of ik mensen ken in deze sjoel en vele andere vragen.
We spraken Ivriet. Ik beantwoordde al hun vragen. Ik had een oom in Wenen, een bekende apotheker, die kenden zij niet en een zakenvriend kenden ze ook niet. Ik vergat helaas de naam van onze vriendin Sylvia te noemen die in het bestuur zat.
Sjomeer
Ik zei dat ik jarenlang hetzelfde werk had gedaan als sjomeer (bewaker), maar dat ik toch wat sneller tot een beslissing kwam of ik met goed volk te maken heb. Doordat men destijds in Wenen niet mocht dragen op sjabbat had ik geen ID bij me. Ik vertelde in welk hotel ik logeerde en dat ze daarheen konden bellen om informatie over mij. Ik zei dat ik me ging uitkleden op straat, zodat ze konden vaststellen dat ik geen wapen bij me droeg. Na mijn klacht zeiden ze: oké, de laatste vraag.
Ben je wel eens eerder hier in deze sjoel geweest, en zo ja, wanneer was de laatste keer? Ik antwoordde bevestigend. Ik was gisteravond hier voor het laatst. Nee, je was niet hier, was hun antwoord. Ik zei dat ze even bij het restaurant konden informeren, want ik had daar gegeten en mijn naam stond op de gastenlijst. Dat gingen ze niet doen. Toen had ik het wel gehad met ze.
Ik liep op een van de bewapende agenten af om mijn beklag te doen.
Ik vertelde dat ik een Jood was uit Amsterdam, hier op bezoek en dat ze me de sjoel niet lieten binnengaan. De agenten konden niets voor mij betekenen. De beide jongens waren verantwoordelijk voor het toelaten van de gasten.
Toen liep ik terug naar de Sjomriem. En? Heb je wat kunnen bereiken? Vroegen ze. Nee, zei ik en nam zelf het initiatief. Ik duwde de twee jongens uit elkaar en rende de lange gang in naar de deur van de sjoel. Ze haalden me in en trokken me terug naar buiten. Intussen belden ze over hun mobilofoon om hulp. Ik dacht: als ik nu een gevecht begin, wordt er geschoten. Laat ik me maar rustig houden.
Dawwenen
Ik begon voor de deur van de sjoel uit mijn hoofd te dawwenen, mijn gebeden te zeggen. Na een minuut of tien zei een van de Sjomriem: zo, nu ben je rustig en mag je naar binnen. Ik zei dat ze me niet moesten storen. We geven je nu zestig seconden om naar binnen te gaan, anders gaat de deur op slot. Ik droop langzaam af naar sjoel. Ik had me zo opgewonden en mijzelf beloofd daar nooit meer naar sjoel te gaan. Naderhand begreep ik wat het doel was van de extra beveiliging.
Op 28 augustus 1981 vond er een terroristische aanslag op de Stadttempel plaats, uitgevoerd door twee terroristen met een schietpartij en handgranaten. Twee Joden werden vermoord en achttien mensen raakten gewond.
Maar de arrogante houding van de bewakers kon ik toch niet echt waarderen. Ik heb maandenlang last gehad van dit incident.
Handelsreiziger met juwelen
Drie weken geleden was ik weer in Wenen. Het was een doordeweekse dag en ik zou iemand in sjoel ontmoeten. Er stond zoals altijd bewaking. Ik had een tas met juwelen bij me. Ze eisten dat ik op straat mijn spullen moest laten zien. Ik weigerde dat. Gelukkig kwam mijn zakenrelatie net aanlopen. Met heel veel druk van zijn zijde mocht ik in de hal van de sjoel mijn tas uitpakken. Hij wilde alles zien. Daardoor kwam mijn oude herinnering weer naar boven na zoveel jaren.
Mijn advies voor een sjoelbezoek in Wenen is van tevoren een mail sturen met je ID en alle mogelijke informatie en geen tas meenemen.
Ik vertelde destijds over het eerste incident aan mijn oom, de apotheker. Hij was kwaad op me omdat ik niet in zijn sjoel was gaan dawwenen. Zijn sjtiebel (kleine, Asjkenasische sjoel) is ongeveer naast mijn hotel, de Agudas Israel ofwel de Grünangergasse sjtiebel. Daar werd ik opgenomen als een van de vaste bezoekers. Ik kom daar intussen al tientallen jaren met heel veel plezier.
cover: Galerij Wiener Stadttempel, foto IKG/Schmidl, foto’s courtesy Israelitischen Kultusgemeinde Wien
Geef als eerste een reactie