Mikwe en de mannen die stonden toe te kijken

Kindertekeningen bij Tulp

Jullie hebben ze weggejaagd, lieve kinderen. De mannen die stonden toe te kijken. De heren die zoveel macht over mij hadden.

Vanaf de dag dat jullie vader en ik trouwden, ga ik eens per maand naar het mikwe, het ritueel bad. Voor ik daarin mag, moet ik helemaal schoon zijn. Ik leg mijn spulletjes in een rijtje op de rand van het bad in één van de drie badkamers. Nagelschaartje, scheermesje, tandenborstel. Wanneer mijn toilettas leeg is, en de badrand vol, laat ik me zakken in het schuim.

Ik mag er pas uit als mijn handpalmen en vingers volledig verrimpeld zijn. Terwijl ik tijdens het badderen flosdraad om mijn vingers wind, denk ik loom aan de afgelopen periode. Jullie papa en ik keken veel series en gaven elkaar oogknuffels. Twee weken konden we elkaar niet aanraken, geen kusjes om vrede te sluiten. Jullie kregen er daarom extra veel. Vanavond zal het weer voelen alsof papa en ik elkaars lichaam net kennen. Zelfs een warme hand in een nek, een aftastende vingertop zal vannacht weer puberale tintelingen teweegbrengen. 

Ik stap schoon en druppend uit de badkuip. Mijn haren plakken tegen mijn wangen. Ik sla een grote handdoek om me heen. Mijn Joodse naam staat erop, zie ik in de spiegel. Chava. 

Anouk schrijft een autobiografische roman. De Vrijdagavond plaatst verhalen uit het leven van haar personage Ava Baumgarten.

Ik borstel mijn lokken, pluk uitgevallen haren van mijn schouders en druk op de bel. Er gaat een alarm af bij de mikwevrouw. Zij komt naar mij toe, kijkt me vriendelijk aan en pakt mijn gezicht vast. Ze controleert of alle make-up weg is. Dan pakt ze mijn voetzolen. Het is haar taak om vast te stellen dat er niks tussen het water en mijn lichaam zal komen als ik straks in het mikwe zweef. Zelfs nagellak resten moeten weg.

Het is een klein zwembadje, eigenlijk. In sommige steden oogt het sober. Op andere plekken heeft het de allures van een wellness. Overal is het gevuld met levend water: mayim chayim. Natuurwater.

Ik loop het betegelde trappetje af. Eenmaal in het water hangt de mikwevrouw boven mij. Ze controleert tijdens de drie rituele dompelingen of ik helemaal onder ben. Ik trek mijn voeten omhoog als een baby in een baarmoeder. Elke keer dat ik boven kom, beoordeelt de mikwevrouw of de dompeling koosjer is. Koosjer, dat multi-inzetbare woord. Goed genoeg, geheiligd. 

Ik moest bij het horen van dat woord nog altijd mijn best doen om niet de zware stemmen te horen van de mannen die mij voor het eerst goed genoeg verklaarden. Jullie waren er toen nog niet. Papa en ik waren zelfs nog niet getrouwd. Op die dag werd ik in het mikwe Joods geboren.

Na zes jaar in de wacht te hebben gestaan, was het op een krakend koude ochtend in januari eindelijk zover. De afspraak stond. Toch, ik was op mijn hoede. Ik wist niets zeker na die jaren. Met naar angstzweet ruikende oksels en een trekkende huid stond ik in de vrieskou voor de grote synagogedeur te wachten op de rabbijnen.

portret Anouk Dorfmann
Anouk Dorfmann

De mannen die mij zonder schaamte uren konden laten wachten in de jaren daarvoor. Met klamme oksels op een zwarte nepleren bank in de grauwe hal van een Joods cultureel centrum, wachtend op een voortgangsgesprek. Starend naar systeemplafonds, nep-palmbomen met lagen stof op de bladeren en posters van de klaagmuur. Terwijl anderen koffie kregen, vulde ik mijn flesje water bij de toiletten en probeerde de rabbijn nogmaals te bellen. Meestal werd ik afgepoeierd met een SMS van drie woorden: maak nieuwe afspraak

De rabbijnen kwamen ook toen te laat. Ik groette ze door naar beneden te knikken. Een klein meisje van midden twintig: meer was er niet van jullie moeder over.

De ruimte waar ik me moest verkleden rook naar schimmel en was tochtig. Te tochtig voor naakt. Ik zag, door het matte glas heen, de ijssterren op het kleine kiepraam. Op een oud bureautje lag een vergeelde, geplastificeerde checklist. Bloot liep ik die na. Nagels, tanden, neus snuiten. Ik snoot mijn neus.

De mikwevrouw klopte op de deur. Toen ze me zag, draaide ze haar gezicht weg. Alsof mijn blootje niet om aan te zien was. Nu weet ik dat dat uit discretie was. Alle mikwevrouwen doen dat. Ze hielp mij kalm en stil in een vale badjas. Met veiligheidsspelden werd deze van mijn enkels tot mijn sleutelbeenderen gesloten. 

Eenmaal aan de rand van het ritueel bad liet ik mijn tenen eerst kennismaken met het water. IJskoud. Ik keek de mikwevrouw verward aan. Dat hoorde toch niet? De verwarming bleek stuk te zijn. 

‘Wil je het uitstellen om een beetje kou?’ bitste de dame.

Voor ik het wist stond ik in het levende ijswater, met mijn rug naar de deuropening. Drie mannen met baarden en hoeden stapten met dominante tred de galmende ruimte binnen. Ik keek ze even aan. De oudste sommeerde me direct me om te draaien. Met de badjas om mijn gekromde schouders voelde ik me een gigantische, bibberende schietschijf.

Ondanks dat die mannen me nu niks meer kunnen maken, zag ik ze nog jaren staan kijken als ik de betegelde trap betrad.

Mijn laatste bezoek aan het ritueel bad veranderde dat. Ditmaal controleerde een man of er niets onder mijn nagels zat. Er was in Maastricht een mikwe, maar geen mikwevrouw. We waren een weekend weg en papa mocht de honneurs waarnemen. Jullie sliepen nog niet. Daarom had ik, naast papa, plots vier kleine mikwevrouwtjes.

Ik stapte het bad in. Het water omhelsde me tot mijn kin. Ik zag jullie grote ogen over de rand kijken. ‘Ja?’ vroeg ik. ‘Mag ik?’ 

Ik nam een hap lucht. Eenmaal onder voelde ik me deelgenoot van een lange traditie. 

Met elke duik voelde het alsof er meer ballonnen in mijn hart werden opgelaten.  

En toen ik na de derde dompeling het trappetje betrad, waren de hoeden en de baarden nergens te zien. Jullie gestippelde pyjama’s hadden de zwarte pakken de deur gewezen. 

‘Koosjer,’ riepen jullie.


cover: kindertekeningen, familie-archief Dorfmann

Over Anouk Dorfmann 4 Artikelen
Anouk (1989) is zangeres en theatermaakster. In 2006 won ze de publieks- en juryprijs van het Concours de la Chanson in De Kleine Komedie, Amsterdam. Ze studeerde in juni 2013 af aan de academie voor cabaret, Den Bosch.​ Anouk zong bij het kleinkunst-ensemble Andermans Veren en speelde samen met Johan Hoogeboom een ode aan het Franse lied in haar programma Parler aux Canons. ​Momenteel speelt Anouk, samen met multi-instrumentalist Martijn Bos, een nieuw Frans liedjesprogramma. Daarnaast speelt ze met het Charivari trio een Joodse muziektheatervoorstelling. Anouk schreef een twaalfdelige serie voor het NIW over haar gioer, het toetredingsproces tot het orthodoxe Jodendom.

8 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*