Krakau, een van de mooiste steden in Europa, met een fatale geschiedenis

Krakau fascineert me. Mijn vader werd er geboren en onze familie leefde er een paar honderd jaar. 

Voor de Tweede Wereldoorlog was Krakau een belangrijk joods cultureel centrum. Ongeveer een kwart tot een derde van de stadsbevolking was joods (60.000 tot 75.000 mensen).

Het kloppende hart van deze bloeiende gemeenschap was de historische wijk Kazimierz. 

Eeuwenlang functioneerde Kazimierz als een min of meer autonome stad naast het katholieke Krakau, met een rijke mix van seculiere en joodse tradities.

De wijk telde talrijke synagoges en Schtieblech, kleine sjoeltjes met hun eigen rebbes, niet te vergelijken met rabbijnen: zij waren afgestudeerd aan het seminarium en hadden veelal ook profane studies gedaan. 

De Rebbes kwamen uit een dynastie van chassidim of kabbalisten, vaak van vader op zoon, en werden aanbeden door hun volgelingen.

Mijn familie stamt ook af van belangrijke Rebbes, zowel via mijn moeder, Sala Kleinberger uit Nowy Sacz van de Sanzer Rebbe Halberstamm, als via mijn vader, de Boroech Taam, de Leibniker Raw, Boruch Frenkel-Teomim (ca. 1760-1828). 

Hij woonde in Rymanov en later in Lemberg (Lviv), Leibnik of Lipnik, een stad in Tsjechie. Hij was Raw van Leibnik, genoemd naar de responsa die hij schreef over de Talmoed: De Boruch Taam was de naam van zijn boek. Dat werd dan ook zijn roepnaam. Hij was de schoonzoon van de Sanzer Rebbe.

Dat speelde zich allemaal af in Galicië. Daar komt ook onze traditie vandaan. Wij zijn Gallicianer Joden.

Terug naar Krakau

In Kazimierz bevond zich ook de imposante Oude Synagoge, de Remuh-Synagoge en de historische begraafplaats. In de Oude Grote Synagoge had mijn grootvader, Ephraim Goldstoff, het grote voorrecht om op de Hoge Feestdagen, Rosh Hasjana en Jom Kippoer te mogen lajenen, voordragen uit het Sefer Tora.

Hij dawwende het hele jaar in zijn Sjtiebel, maar dat privilege was hem gegund om Baal Koreh te zijn in de belangrijkste Sjoel van Krakau.

Tijdens mijn reis naar Krakau was deze Oude Sjoel het Joods museum geworden. Kazimierz was een levendige stad die in de Middeleeuwen aan Krakau werd toegevoegd. Vanaf de vijftiende eeuw was Kazimierz een bruisend Joods centrum. 

Het Joodse leven floreerde rond de Szerokastraat en het Nieuwe Plein, (Nowy Plac) vol koosjere restaurants, markten, Jiddisje theaters, scholen en drukkerijen.

Tempel-Synagoge, Kazimierz, Krakau. De Tempel-synagoge (1860–1862) is een negentiende-eeuwse synagoge, ontworpen door Ignacy Hercok in een combinatie van neorenaissance- en Moorse revivalstijl. Het geldt als een van de fraaiste synagoges van Midden-Europa.

Getto van Krakau

In maart 1941 werden de Joden gedwongen om van Kazimierz naar de wijk Podgórze te verhuizen. Dit zwaar overbevolkte gebied werd hermetisch afgesloten als het getto van Krakau, waarna het merendeel van de joodse bevolking tijdens de Sjoa in concentratiekampen werd vermoord.

Mijn grootvader verliet tijdig Krakau met zijn gezin: mijn oma, mijn vader en zijn twee zusters, Edda en Fella. Zij vertrokken naar hun vakantiehuis in Wisnicz, in de buurt van Bochnia. De beroemde Winznitzer Rebbe kwam daar vandaan.

Gewapende opstand december 1942

In december 1942 vond de gewapende opstand van Krakau plaats. Het verzet werd geleid door jonge zionistische en socialistische leiders. Er fuseerden twee verzetsgroepen tot een joodse gevechtsorganisatie, de ZOB. Er stonden vier man aan het roer. Dolek Liebeskind, hoofdleider van Akiba, de coördinator van de spectaculaire aanval op het Duitse café Cyganeria in december 1942.

Hij kwam kort daarna om het leven in een vuurgevecht met de Gestapo. Heshek Baumiger via Hashomer Ha’tsaier vocht tot zijn dood tegen de nazi’s. Abraham Leibowitz, werkte nauw samen met Liebeskind voor het plannen van gewapende acties.

Mijn achterneef Szymon Draenger was verantwoordelijk voor de logistiek, de vervalsing van documenten en de communicatie. Samen met zijn vrouw Gusta Dawidson-Draenger leidde hij ook de partizanenstrijd in de bossen rondom Krakau.

In tegenstelling tot Warschau kozen deze leiders in Krakau voor een strategie om de nazi’s aan te vallen buiten het getto, om te voorkomen dat de Duitsers wraak zouden nemen op de Joden binnen het getto.

Dagboek van Justyna

Gusta schreef in de gevangenis het beroemde Dagboek van Justyna op toiletpapieren die werden verstopt onder de grond en zijn na de oorlog teruggevonden. Het is een zeer aangrijpend boek met een emotionele liefdesgeschiedenis van Gusta met Szymon. 

Het levensverhaal van Gusta is een van de meest indrukwekkende en tragische kronieken van joods verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

Dagboek van Justyna door Gusta Davidson Draenger

Ze werd in 1917 in Krakau geboren in een orthodox-joods gezin en groeide op tot een gepassioneerde, intellectuele leidster. Bij de Zionistische beweging Akiba ontmoette ze haar grote liefde Szymon of Marek Draenger . Zijn broer, die iets jonger was, overleefde de Shoah. Dat was Jurek. Hij werd mijn lievelingsoompje. Jurek was getrouwd met Margot en zij kregen een zoon, Lulu Arieh.

Jurek en Margot woonden in Antwerpen, waar ze zijn overleden. Mijn absolute lievelingsneef Lulu maakte alya en overleed in 2021. Hij sprak een tiental talen en was superhumoristisch.

Gewapende verzetsbeweging

Toen de nazi’s in 1939 Polen binnenvielen, werd Marek Draenger al snel gearresteerd. Gusta toonde haar onvoorwaardelijke trouw door zich vrijwillig aan te melden om bij hem te kunnen zijn in het kamp. Nadat zij bewakers had omgekocht, trouwden zij in 1940. Zij keerden terug naar Krakau om de gewapende verzetsbeweging He-Chaluts Ha-Lochem op te richten.

In januari 1943 werd Marek opnieuw opgepakt. Gusta gaf zichzelf weer aan. Zij werd opgesloten in de beruchte Montelupich-gevangenis. Tussen de verhoren en folteringen begon zij haar memoires op te schrijven in haar cel op gesmokkeld papier en wc-papier, terwijl haar celgenoten op de uitkijk stonden voor de nazi-bewakers. Omdat haar vingers soms door folteringen te zwaar beschadigd waren, dicteerde ze delen aan haar medegevangenen. 

Spectaculaire ontsnapping

Op 29 april 1943 wisten Gusta en Marek onafhankelijk van elkaar op spectaculaire wijze te ontsnappen tijdens het transport. Ze vonden elkaar terug in de bossen van Wisnicz bij Krakau. 

Daar zetten zij hun strijd onvermoeibaar voort. Ze richtten een verzetskrant op en coördineerden partizanenacties vanuit de bossen. 

Hun pact bleek uiteindelijk fataal. Marek werd opgepakt op 8 november 1943. Toen Gusta dit hoorde, gaf zij zich vrijwillig aan. Kort daarna werden beiden door de nazi’s geëxecuteerd. 

Gusta was pas 26 jaar oud. Vijftien van de twintig hoofdstukken van het Dagboek van Justyna hebben de oorlog overleefd.


cover en beeld: Tempel-synagoge (Synagoga Tempel) in Kazimierz, Krakau; beeld uit Gmina, Jewish Community, Krakau.

Over Ephraïm Goldstoff 107 Artikelen
Ephraïm Goldstoff (1949) groeide op in de oude Joodse Plantagebuurt tegenover Artis. Na het Maimonides volgde hij verschillende opleidingen in de diamantwereld. Goldstoff vervult vele bestuurlijke functies onder meer voor Bnei Akiwa, Oost-Joods Verbond, OSE (Organisation Secours aux Enfants), Young Leadership CIA, The Feuerstein Institute (Jerusalem). Hij is bestuurslid van Maccabi tennis en van de RAS (Rav Aron Schuster Synagoge) en de Stichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg. Goldstoff is voorzitter Stichting Naleving Washington Principles, raadslid NIHS, lid ledenraad Joods Maatschappelijk Werk, voorzitter Stichting Dutch Friends of The Feuerstein Institute. Ephraïm Goldstoff is zelfstandig ondernemer in oude en antieke juwelen en edelstenen. Nog steeds werkzaam en kantoorhoudend in de Diamantbeurs.

1 Comment

  1. Mijn familie komt ook uit Krakau, aan moeders kant. Mijn grootvader Mendel Mayer Ressler z”l werd geboren in Nowy Sacz, maar bracht zijn hele jeugd door in Kazimierz. Waar overigens niets romantisch aan is. Mijn moeder z”l herinnerde zich dat zij vreselijke dingen zag als ze bij haar grootouders op bezoek gingen: bedelaars zonder ledematen, vuil en ongedierte. Het was een zeer armoedig ghetto.
    Mijn grootmoeder Anna Mehl z”l groeide op buiten het ghetto, na het zeer jong overlijden van haar broertje als enig kind.
    In verband met werk verhuisde het gezin van mijn grootouders vaak. Halverwege de jaren 1920 kwamen zij terecht in Berlijn, toen het culturele centrum van Europa. Mijn grootvader was kunsthandelaar, vandaar. Tegen het einde van de jaren twintig, begin jaren dertig werd het steeds moeilijker. Mijn moeder, toen middelbare scholiere, werd in de klas apart gezet, en de algehele sfeer werd zeer vijandig. Uiteindelijk zijn ze eind 1933 teruggegaan naar Krakau. Dat was niet veel beter… Al voor de bezetting door de nazi’s hadden de Polen anti-Joodse economische boycott-wetten. Mijn grootvader zag de oorlog aankomen en besloot met zijn gezin naar Nederland te verhuizen, omdat het een neutraal land was en ook buiten de Eerste Wereldoorlog was gebleven. Goed bedacht, maar helaas. Mijn grootouders en mijn moeder hebben op twee aparte onderduikadressen in Amsterdam de oorlog overleefd. Van de zeer grote uitgebreide familie in Krakau helemaal niemand.
    Ik was in 1989 en 1991 in Krakau en zeer verontwaardigd over het Joodse Disneyland dat van Kazimierz was gemaakt. Mijn moeder, die de eerste keer mee was, vond het ook verschrikkelijk.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*