‘Joods-christelijke traditie’ een onbruikbare term?

schilderij met links opengeslagen Torarol en rechts Jezus die dew rol vasthoudt, schilderij van Marc Chagall

Het begrip ‘Joods-christelijke traditie’ is in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog met oprecht goede bedoelingen omkranst.

Het staat voor veelsoortige ontmoetingen tussen Joden en christenen, vooral in zogeheten ‘leerhuizen’, in een poging elkaar na eeuwen Jodenvervolging en discriminatie beter te leren kennen. Daarbij ging (en gaat) het vooral om de kennismaking met de door christenen vergeten Joodse wortels van het christendom en om het zoeken naar wat de beide tradities gemeenschappelijk hebben.

Er is een ‘Stichting Joods-ChristeIijke dialoog’ ontstaan vanuit de werkgroepen ‘Kerk en Israël’ van de Protestantse Kerken. En een ‘Katholieke Raad voor het Jodendom’. Op de website daarvan staat deze quote van de Duitse rabbijn Joshua Ahrens, uit 2024:

“We leven werkelijk in historische tijden: nooit eerder zijn Joden en christenen zo dicht bij elkaar geweest als nu, nooit eerder hebben ze nauwer samengewerkt en nooit eerder is er een grotere kans geweest om samen te werken, in partnerschap, als broers en zussen in de wereld, geloof in de ene God, de wereld ‘om er een betere plek van te maken’. Tegelijkertijd is het dialoogwerk echter ‘niet voorbij’, maar ‘nog maar net begonnen’, omdat er sprake is van een generatiewisseling bij de dialoogpartners.” 

De grote vraag bij deze nogal optimistische stelling is wie er met wie samenwerkt en dialogiseert. Het gaat daarbij doorgaans om een zeer beperkte groep religieus geëngageerde leken, rabbijnen en theologen, niet om een breed gevoerde dialoog aan de basis, in parochies en gemeenten. Die generatie raakt steeds meer uitgedund en van een generatiewisseling is vooralsnog geen sprake. 

Humane gevoeligheid

Volgens de Joodse geleerde David Flusser (1917-2000) ontstond er enkele eeuwen voor het begin van onze jaartelling, getuige schrijvers als Ben Sira (Jezus Sirach) en in andere wijsheidsboeken, iets wat hij ‘een nieuwe humane gevoeligheid’ noemt.

Of die ‘humane gevoeligheid’ wel zo nieuw was of een opleving was van het oude profetische pathos van gerechtigheid, is de vraag. Maar volgens Flusser was Jezus in onze eerste eeuw, naast beroemde Joodse leraren als Hillel en diens kleinzoon Gamaliël, een belangrijke vertegenwoordiger van die ‘gevoeligheid’.

De beweging die zij ontketenden speelde zich af binnen het toenmalige, veelkleurige Jodendom. Van ‘het’ Jodendom als een min of meer uniforme religie is dan nog geen sprake en al helemaal niet van het ‘christendom’. Wat wel het ‘oerchristendom’ wordt genoemd – ook al een problematische term – lag toen nog geheel in zijn Joodse luiers. Volgens vooraanstaande godsdiensthistorici profileert het christendom zich pas in de loop van de derde eeuw als zelfstandige religie naast en tegenover het Jodendom, als het zijn luiers volledig is ontgroeid en zijn afkomst als beweging binnen het Jodendom steeds meer heeft verdrongen en verraden.  

Onbruikbaar?

Inmiddels is het begrip ‘Joods-christelijk’ behoorlijk sleets. Het wordt steeds vaker ontdaan van zijn oprechte mantel der liefde en misbruikt als wapen tegen alles waar die traditie voor zou moeten staan, kortweg: ‘humane gevoeligheid’.

Het staat door velen nog altijd voor de bedoeling om recht te doen aan die afkomst. Maar beide delen daarvan zijn in de loop der geschiedenis dusdanig onscherp, algemeen en meerduidig geworden dat voortdurend moet worden toegelicht, aangescherpt, gepreciseerd wat men ermee bedoelt en over welk Jodendom en welk christendom het gaat. En dat gebeurt zelden of nooit.

Daardoor wordt de term nietszeggend en geeft aanleiding tot misbruik voor politieke en moralistische doeleinden, waaraan elke ‘humane gevoeligheid’ ontbreekt. En daarmee rijst de vraag of die aanduiding niet onbruikbaar is geworden. 

Profetische kritiek

Hoewel dat wel degelijk hier en daar wordt bepleit, is het in toenemende mate onmogelijk om de discussie rond Israël als staat buiten de religieuze dialoog te houden, zeker zolang die staat haar recht op bestaan (en territoriale uitbreiding) religieus motiveert.

Daarmee wordt onrecht gedaan aan het ‘kosmopolitische’ of ‘almenselijke’ wezen van het Jodendom, zoals dat in Tenach en Talmoed op talrijke wijzen is omschreven. De afdeling bijbelboeken over de antieke koninkrijkjes Israël en Juda heet niet voor niets ‘Profeten’.

Die bijbels-profetische kritiek geldt het oude Israël en Juda, maar raakt indirect alle vormen van nationalisme, dus ook van het huidige Israël, net zo goed als het islamitische Iran, het orthodoxe Rusland, het christelijke Amerika. Die kritiek eist hoe dan ook zijn plaats op binnen de dialoog. 

Onopgeefbare verbondenheid

Een ander begrip, dat vooral in protestantse kringen een rol speelt en steeds meer weerstand oproept, is de belijdenis van de ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’. De liberale dominee Jan Offringa pleit ervoor die belijdenis uit de kerkorde van de PKN te verwijderen. In Trouw van 31 oktober 2024 schrijft hij: ‘Dit omstreden artikel mist in mijn ogen een goede onderbouwing en iedereen kan het anders uitleggen.’ Offringa heeft ook bezwaren van heel andere aard:

“Met de gezonde aandacht voor het Jodendom, die ik nog altijd heb, sloop er in christelijke kring ook iets anders mee naar binnen. Dat had te maken met schuldgevoel over wat de kerk Joden door de eeuwen heen heeft aangedaan. Dat is inderdaad geen fraai verhaal. Van de weeromstuit kwamen theologen nu met voorstellen dat het christendom meer Joods moest kleuren. Net als in het Jodendom zou de Tora – de vijf boeken van Mozes – een centrale rol moeten krijgen in de kerk. En het Oude Testament zou voortaan Tenach genoemd moeten worden, naar de Hebreeuwse afkorting van Tora, Profeten (Neviïem) en Geschriften (Ketoebiem).”

Dat is minder onschuldig dan het lijkt. Het suggereert dat het Nieuwe Testament, na de Profeten en de Geschriften, een derde schil vormt om de Tora als dominante kern. Dat is in de kerk nooit zo geweest en moet ook niet veranderen. De kerk hecht waarde aan het Oude Testament, maar ziet in het Nieuwe Testament, met Jezus in de hoofdrol, een onmisbaar vervolg.

Zweven in een liberale kosmos

Offringa suggereert dat de door hem gewraakte theologen met hun ‘van-de-weeromstuit-pleidooi’ voor een grotere rol voor Tenach. Zij beschouwen het ‘Nieuwe Testament’ niet als een ‘onmisbaar vervolg’ op het ‘Oude’. Maar zij hoeven, aldus Offringa, het christendom helemaal niet ‘Joods te kleuren’.

Hun punt is nu juist dat Jezus’ ‘hoofdrol’ onlosmakelijk verknoopt is met en gekleurd door de Tora (‘Mozes en de Profeten’). Als die knoop wordt losgemaakt, gaat Jezus zweven in een door andere religieuze modes gekleurde liberale kosmos. Wie dat niet wil, zal al gauw te gemakkelijk heenstappen over het anti-judaïsme, ‘inderdaad geen fraai verhaal’ en over ‘het schuldgevoel over wat de kerk Joden door de eeuwen heeft aangedaan’. Misschien moeten we het begrip ‘Joods-christelijk’ toch nog maar even aanhouden om niet te vergeten.

Het omstreden PKN-belijdenis-artikel van ‘de onopgeefbare verbondenheid met het volk van Israël’ is oorspronkelijk gebezigd in directe relatie met de nalatige houding van de kerk ten aanzien van de Sjoa en het antisemitisme. Met de beste bedoelingen dus.

Maar misschien zou dat – vanwege de onvermijdelijke identificatie met de staat die de naam van dat volk draagt – gewijzigd moeten worden in een onopgeefbare verbondenheid met alle onderdrukte, naar vrijheid en autonomie strevende volkeren.  Men hoeft niets af te doen aan de ongekende diepte en omvang van de Sjoa om zo recht te doen aan al die andere – vaak inheemse – volkeren en volksstammen die ooit werden en nog altijd worden uitgemoord. 

Gezamenlijke wortels in de Hebreeuwse bijbel

Een tweede wijziging zou dan kunnen gaan over de onopgeefbare, want onverbreekbare verbondenheid van joden en christenen die in principe (‘in den beginne’) gegeven is met hun gezamenlijke wortels in de Hebreeuwse bijbel, mits die uiteraard als zodanig wordt erkend en ervaren. Het joods-christelijke gesprek zou zich dan kunnen concentreren op de ‘humane gevoeligheid’, oftewel de diepe menselijkheid als kern van beide tradities, of die nu religieus of seculier worden verstaan en verwoord.


cover: schilderij Marc Chagall, gezien en gefotografeerd in Roubaix; Bloom, 2024

Marc Chagall, Jezus met Torarol, foto Bloom, 2024
Over Kees Kok 37 Artikelen
Kees (C.G.) Kok (1948) is onafhankelijk theoloog en sinds 1980 verbonden aan Ekklesia Leerhuis Amsterdam; vertaler (Duits) en uitgever van het werk van Huub Oosterhuis; voorzitter van de Stichting Huub Oosterhuis Fonds. De rode draad in zijn theologie is de veelal geloochende en verraden joodse oorsprong van het christendom. Hij schrijft veel over joodse literatuur en vertaalde Duits-joodse poëzie onder andere van Hilde Domin. Hij is gehuwd, heeft drie kinderen en vijf kleinkinderen.

17 Comments

  1. We leven inmiddels in een multi religieuze samenleving en we zien hoe de drie familie godsdiensten jodendom, christendom en islam nog steeds vreemden zijn voor elkaar en de opdracht: wordt een zegen voor elkaar en voor de wereld niet tot hen schijnt door te dringen. We zien in de wereld van vandaag antisemitisme, christenvervolging en moslimhaat en we zien eveneens dat joden, christenen en moslims kennelijk niet in staat zijn om gezamenlijk hier tegen in actie te komen, het wordt een zegen, wordt nog steeds niet gerealiseerd. Inmiddels zijn wij een groep die bestaat uit joden, christenen en moslims begonnen met elkaar elke maand te ontmoeten en samen te eten en te drinken, praten en discussieren bidde te eten, drinken, prsten discussieren en te bidden. Helaas buiten synagoge, kerk en moskee om, die staan echt niet te trappelen. Wij geloven in de kracht van het gebed en bidden tegen antisemitisme, christenvervolging en moslimhaat en voor een wereld war het goed wonen is voor al wat leeft.

  2. . Ik ben de dochter van ds. Kleys Kroon en woon al meer dan 60 jaar in Israel. Ik ken deze problematiek maar al te goed en
    dank je zeer voor dit atikel.

    • Beste Annelien,
      Wat goed van je te horen. Ik heb heel mooie herinneringen aan je vader, die ik ooit portretteerde als een ‘onomstotelijke dominee’. Het ga je goed in dat ‘hete’ land, dat volgens de jiddische dichter Abraham Sutzkever (1913-2010) wel wat sneeuw uit Siberië (waar hij geboren werd) kan gebruiken.

  3. In dit artikel komt veel aan de orde dat nadere uitwerking en discussie verdient. Ik noem slechts enkele dingen die mij opvallen.

    (1) De term joods-christelijke traditie heeft volgens mij historisch wel degelijk zin zodra het om de traditionele joodse en christelijke ethiek gaat. Zowel Jodendom als Christendom zijn vormen van ethisch monotheïsme. Let wel, dit geldt alleen voor de traditionele ethiek.

    (2) De ondermijning van de christelijke moraal (zelfs binnen de Christelijke Kerk), is in feite een poging tot een nieuwe vervangingstheologie. Nadat het Christendom het Jodendom en de rituele aspecten van de Torah in de IVe eeuw voor ongeldig had verklaard, is er nu een poging aan de gang — vooral op het gebied van de sexuele moraal — om de morele geboden van de Torah voor ongeldig te verklaren. Dit is een poging tot verdere ontjoodsing van het Christendom, een poging die volgens mij zal leiden tot paganisering. Hier is de term joods-christelijk dus inderdaad zinloos.

    (3) Het artikel heeft geen oog voor de orthodox-joodse visie op de joodse toekomst in het Messiaanse Rijk als een concreet politiek rijk, voorzegd door de Profeten, een Torah-cratie, zogezegd, onder de leiding van de Messias. Dit vind ik merkwaardig, omdat deze orthodoxe visie door vele Christenen grotendeels wordt gedeeld en hier dus ook de term joods-christelijk zin heeft, zelfs ondanks het conflict over de identiteit van de Messias.

  4. Volgens mij is “Joods-christelijk” tegenwoordig vooral een politieke term die gebruikt wordt om moslims buiten te sluiten en moreel te diskwalificeren. Je kunt er wel positieve dingen in zoeken, maar het blijft voor mij een besmet begrip.

    • Het gedoe over deze term is inderdaad onderdeel van het huidige culturele debat over de identiteit van het Westen geworden. Historisch en theologisch gezien zijn er evenwel goede redenen voor de term joods-christelijk, want de positie van de Islam als onderdeel van die westerse identiteit is pas een betrekkelijk recente kwestie.

      Het Christendom was oorspronkelijk een joodse sekte en heeft dat karakter behouden totdat de vervangingstheologie opkwam als het kerkelijke antwoord op de vele ruzies die er in het begin waren over de plaats van de Joden en de Torah en waarvan we de neerslag vinden in de gecompliceerde discussies die de achtergrond zijn van Paulus’ brieven. De Kerk heeft later de knoop doorgehakt door Torah observantie te ontmoedigen, het joodse volk verdere heilsbetekenis te ontzeggen en de profetische beloften over de uiteindelijke terugkeer naar het Heilige Land en de komst van het Messiaanse Rijk te vergeestelijken en zo deze dingen van de Joden af te pakken. Daarmee heeft de Kerk enorme fouten begaan en de grondslag gelegd voor het latere antisemitisme.

      De Islam heeft van de Kerk afgekeken en de vervangingstheologie versterkt door de leer dat er een nieuwe openbaring nodig was (in de gestalte van de Koran) omdat de Joden en de Christenen de heilige boeken vervalst zouden hebben. Dit gegeven impliceert opnieuw dat de term joods-christelijk wel degelijk zin heeft, want het Christendom heeft wel de heilige boeken van het Jodendom geaccepteerd, maar de Islam heeft niet de joodse en christelijke heilige boeken geaccepteerd.

      • Ter Horst, u draait de zaak om. De Islam is eeuwenlang zeer tolerant geweest voor joden en christenen; dit in tegenstelling tot het Europese christendom, waar antisemitisme schering en inslag was.
        Die Europese cultuur van haat wordt nu tegen de Islam gericht.
        Doordat er nu een Joodse staat gesticht is ten koste van Palestijnen zien Westerse racisten nu Joden als hun bondgenoten. Vergis u echter niet: de term Joods-Christelijk is een wapen tegen moslims, en zij accepteert Joden niet echt als Joden, maar als gelegenheids-bondgenoten.

        • Ik ben alleen ingegaan op de theologische kant van de zaak en heb duidelijk gesteld dat de vervangingstheologie van de Kerk de grondslag heeft gelegd voor het latere antisemitisme. Dit wil niet zeggen dat deze vervangingstheologie de afdoende verklaring is van dit antisemitisme, dat eerst later, vooral na het eerste millennium, uitdrukkelijk wordt en samenhangt met de zich dan in het Katholicisme ontwikkelende godsmoord-theologie. In de Islam heeft zich een dergelijke theologie niet ontwikkeld, om de voordehand liggende reden dat de persoon van Jezus daar een andere status heeft.

          Tegen het feit van de historisch tolerantere houding jegens het joodse volk gedurende de bloeitijd van de Islam heb ik niets in te brengen. Dit neemt echter niet weg dat de Islam een sterker aangezette vervangingstheologie huldigt dan het Christendom, en in de huidige situatie minder mogelijkheden heeft tot theologische dialoog, want er zijn geen gemeenschappelijke gezaghebbende teksten.

          Wat de actuele politieke constellatie betreft, waar u steeds op aanstuurt, kan het wel zijn dat de term joods-christelijk nu functioneert als wapen tegen de invloed van de Islam, maar daarmee heb ik geen moeite. In deze kwestie liggen mijn belangen kennelijk anders dan de uwe en politiek is nu eenmaal het behartigen van je belangen. Ik heb geen enkel belang bij de Islam. Politiek gezien ben ik nogal machiavellistisch ingesteld en mijn belangen liggen om allerlei redenen nu eenmaal bij Israel en het Westen.

          Ik ben niet van mening dat de stichting van de Staat Israel per se ten koste is ging van de Palestijnen. Als de Arabieren het verdelingsplan van 1947 hadden geaccepteerd, wat best gekund had, was er een hoop ellende voorkomen.

          Tenslotte, bedenk wel dat de volledige erkenning van Joden als Joden, waar u het over heeft — wat dus insluit de volledige erkenning van de joodse religie — uiteindelijk ook behelst de erkenning van het Heilige Land met Tempel en al. De joodse religie kan alleen volledig uitgevoerd worden in het Heilige Land! Dit laatste kan echter niet door politieke middelen tot stand worden gebracht maar blijft een zaak voorbehouden aan HaShem.

  5. Ter Horst, ik heb belang bij Islam, noch Christendom, noch Jodendom (alhoewel ik ze allen respecteer), maar wel bij mensenrechten.
    Als het zionisme de mensenrechten van Palestijnen zou respecteren zou de ellende waar u op doelt er helemaal niet zijn.

    • Ik denk dat de Palestijnen vooral vooruit zouden gaan als ze zichzelf zouden bevrijden van hun eigen dictatoriale leiders, waaronder ze helemaal geen rechten hebben. Zielig doen en naar “de Zionisten” wijzen is misplaatst. Bij een normale samenwerking met Israel zouden ze al veel verder geweest zijn. Hun situatie hangt echter samen met het gegeven dat niemand in de Arabische wereld, waaraan ze zich spiegelen, ook maar enige rechten heeft. Al die landen en staten worden dictatoriaal geregeerd. Afgeven op Israel en de Joden is daar het gemakkelijkste recept voor politiek succes en het grote excuus voor de eigen lamlendigheid. In Europa dreigt het dezelfde kant op te gaan. Daar zou nog van alles over te zeggen zijn maar dat zal ik niet doen omdat dit het eigenlijke onderwerp: de (on)bruikbaarheid van de term ‘joods-christelijke traditie’ verre overschrijdt.

      Over dit laatste wil ik nog slechts opmerken dat de term ‘joods-christelijk’ ook zinnig is ter correctie van het grote misverstand dat het Christendom een zelfstandige religie zou zijn. De Apostel Paulus heeft die tendens tot verzelfstandiging vroegtijdig onderkend en zich ertegen gekeerd in zijn Brief aan de Romeinen. Zijn waarschuwingen hebben echter niet geholpen. Ze hebben zelfs een nieuw misverstand in de wereld geholpen, namelijk dat zijn conceptie van het samengaan van de in Jezus gelovende Joden en niet-Joden in de éne christelijke gemeente de afschaffing van de Torah zou impliceren. Het lijkt mij de hoogste tijd, nu het kerkelijke Christendom overal op instorten staat, dat Christenen de anti-joodse en syncretistsche vormenwereld van deze kerkelijkheid en de daaraan verbonden misverstanden achter zich laten en terugkeren naar de Torah als het eigenlijke en oorspronkelijke raamwerk van hun identiteit.

  6. Ter Horst: u probeert het Israelische racisme goed te praten door op andere kwaden te wijzen. Israel is een omvolkingsproject dat zich schuldig maakt aan etnische zuivering, apartheid en genocide. Dat goedpraten met een whataboutisme is een vorm van anti-Palestijns racisme.

  7. Ik ben het volslagen maar dan ook volslagen met u oneens. In de eerste plaats is Israel geen omvolkingsproject maar de terugkeer van de Joden naar hun vaderland, dat hun altijd toebehoorde sinds 3500 jaar. De Romeinen, die de Tempel verwoestten en de Joden verdreven waren de eerste omvolkers van het Heilige Land. Daarna kwamen de Moslims, daarna de Kruisvaarders, daarna de Turken en daarna de Britten. Allemaal kolonisten. Maar toen kwamen, uit de as van de Tweede Wereldoorlog herrezen, de Joden terug en namen hun eigen land weer in bezit. Een groot wonder geschiedde daar.

    Bovendien hebben Joden in Israel, vooral in en rondom Jeruzalem, 3500 jaar in continuiteit, ondanks alle ballingschappen en kolonisaties, gewoond. En zij zouden geen recht hebben op dat land? Als enige volk ter wereld zouden de Joden geen staat mogen hebben? Wat een verschrikkelijke gotspe. Wie is hier nu racist en uit op etnische zuivering?

    Israel zou bovendien de Palestijnen mensenrechten en een staat moeten geven? Israel zou dus mensenrechten moeten geven aan een groep die daar totaal niets van moet hebben en zich spiegelt aan de Arabische despoten rondom? En die groep, die uit is op de vernietiging van Israel, zou een staat moeten krijgen? Dat kan nooit een democratische staat worden, want dan zou die staat veel te veel op Israel gaan lijken en dat willen de Palestijnen beslist niet. Wat ze willen is een staat oprichten die als uitvalsbasis kan functioneren voor de vernietiging van Israel en van alle Israelische Joden.

    Politiek is het behartigen van je belangen. Dit is niet in het belang van de staat Israel en het joodse volk, en je kunt niet van een land of volk verlangen dat het tegen zijn eigenbelang in handelt. En dat wordt ook van niemand verlangd, behalve uiteraard van Israel en van de Joden.

    Uw opvatting drukt uitstekend de totaal ontspoorde mentaliteit uit van het huidige Westen. Weet u nog van 7 Oktober 2023? Hebben zeker ook de Joden gedaan, hè. Ik begin nu te begrijpen wat u bedoelt als u de Joden werkelijk Joden wilt laten zijn.

  8. Het is wel heel duidelijk dat er voor de Balfour-verklaring (1917) erg weinig Joden in Palestina woonden; ongeveer 10% van de bevolking. Het idee dat Joden het recht hadden Palestijnen etnisch te zuiveren omdat het land 2000 jaar geleden Joods was is fundamentalisme. Of het nu joods, christelijk of islamitisch fundamentalisme is, het leidt allemaal tot ellende.
    Het is ook racistisch om te beweren dat Palestijnen niks van mensenrechten moeten hebben. Palestijnen zijn gewoon mensen zoals u en ik. Natuurlijk hebben zij ook liever gelijke rechten voor iedereen. Wie wil dat niet?
    U noemt het voorstaan van gelijkwaardigheid een “totaal ontspoorde mentaliteit uit van het huidige Westen”? Volgens mij draait u de zaken om …

    • Ik heb mijn standpunt meer dan duidelijk gemaakt. Ik zou wel punt voor punt opnieuw op uw argumenten kunnen ingaan om ze te weerleggen, maar dat heeft toch geen zin. U houdt gewoon aan uw standpunt vast, zoals ik aan het mijne.

      Ik zal mij nooit laten overtuigen door wat u te berde brengt, simpelweg omdat het tegen mijn vitale belangen ingaat. Die belangen liggen nu eenmaal aan de Israëlische zijde van het conflict. Daar valt niets aan te veranderen. In Israel heb ik vrienden en ben verbonden met religieuze gemeenschappen van mijn geloofsrichting. Dit zijn sterke banden die de kern uitmaken van mijn bestaan. Die dingen laat ik mij door u niet afpakken.

      Uw politieke filosofie is een andere dan de mijne. U gelooft in allerlei prachtige beginselen zoals mensenrechten en gelijkheid en wie weet wat meer. Ik ben daar volslagen sceptisch over. Ik heb immers al gezegd dat ik van de school van Machiavelli ben. Voor mij is politiek gewoon jezelf redden temidden van alle veranderingen en naar ik weet is dat in de wereldgeschiedenis ook altijd zo geweest. Ook mensenrechten zijn niet blijvend. Ze zijn pas recentelijk uitgevonden en zijn gebonden aan de huidige machtsconstellatie van westerse dominantie en zullen weer verdwijnen als die constellatie verandert. Daar komen geen beginselen aan te pas.

      Politiek is gewoon de strijd om het bestaan en de kunst om dat bestaan voort te zetten. Bijgevolg gaat het in de politiek, zoals ik al eerder gezegd heb, altijd om macht en belangen. Pogingen om iemand ertoe te brengen om zijn belangen op te geven hebben nooit zin en evenmin kun je een volk of een staat ervan overtuigen zijn eigen bestaan op te geven. Dat zou toch ook belachelijk zijn?

      Mijn concrete belangen liggen anders dan de uwe, zo zie ik, en volgens mij kun je daar door argumentatie nooit uitkomen.

    • Wat heeft geloof, of een ideologie zoals racisme, ermee te maken? Politiek is de elementaire kunst om te overleven en jezelf te handhaven. Dat is niet gebonden aan een ideologie. Je handelt stomweg zoals het in de situatie uitkomt. Dat geldt voor iedere politieke actor. Daar zit helemaal geen ideologie achter.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*