Dialoog hoeft niet met woorden 

mensen rond een tafel waarop ook wordt gekookt

‘Bekend maakt bemind’: Amsterdamse stadsdelen krijgen middelen voor dialoog en verbinding. 

Deze kop las ik in het Parool van vrijdag 20 februari 2026. De raadsleden Sheher Khan van Denk en Itay Garmy van Volt werken al enkele jaren samen om de dialoog in de stad te bevorderen. Daar gaat nu een schepje bovenop dankzij een ruimhartige subsidie.

Dialoog, een nobel streven waar niemand op tegen kan zijn. Alleen, zo vroeg ik me af, is dialoog om elkaar te leren kennen door te praten waar bij alles kan worden gezegd wel effectief? Is, met andere woorden, praten de weg naar meer kennis en begrip. Of is dat juist samen dingen doen?

Mijn reactie stond in het Parool van 24 februari. Hier de uitgebreidere versie met wat reacties die ik ontving op mijn visie die ongebruikelijk is in een omgeving waar ‘moeten kunnen praten over alles’ de norm is.

Samen door één deur

In het interview merken Khan en Garmy op: “Het vermogen om met iemand te praten die anders denkt, neemt af”. Het gaat over grote thema’s: Israël en Palestina, lhbtq-rechten, migratie of klimaat. Moedig dat deze raadsleden zo hun best doen om mensen met elkaar te laten praten. 

Maar is dat nodig om plezierig samen te leven? Mogen er geen grote verschillen zijn in religieuze verbondenheid en politieke opvattingen terwijl je toch prima door een deur kan in de stad? 

Het Paroolartikel: ‘In hun sessies leggen ze vaak de nadruk op grondrechten: vrijheid van meningsuiting én het recht om niet te worden gediscrimineerd. Dat gedeelde kader maakt het makkelijker om het gesprek open te houden, zeggen ze.’

De vrijheid van meningsuiting was ooit bedoeld om de pers, schrijvers en dichters te beschermen tegen machthebbers. In onze sociale mediatijdperk is het verworden tot een individueel recht om te roepen wat je wilt en waar je maar wilt. Het lijk erop dat het een ‘verworven recht’ is om agressief te zijn, anderen te bedreigen en te discrimineren. 

Vermijding van conflict

Een dialoog waarbij individuele vrijheid mag bloeien kan niet anders leiden dan tot meningsverschillen. Dat kan soms kwetsend zijn als fundamentele waarden worden aangevallen. Jouw godsdienst schrijft je iets voor dat een ander waardeloos vindt. Wat heb er eraan om dat te horen? Waarom die vrijheid blijven beschermen in plaats van terughoudendheid en vermijding van conflict te stimuleren? 

Dat laatste kreeg ik terug van een ervaren gezinstherapeut gespecialiseerd in gemengde relaties: “In mijn werk met bi-culturele paren heb ik ook geleerd dat vermijding een belangrijke copingstrategie is. Vermijden is niet altijd verkeerd.”

Ik durf de stelling aan:
Als je niemand wilt overtuigen van jouw mening is niet-praten over de verschillen het beste dat je kan doen. 

Wethouder Touria Meliani is heel blij met het project van Sheher en Garmy, zo geeft ze aan in het Parool. Want, aldus de wethouder: “Debatteren is een vorm om tot iets te komen. Maar dialoog is veel ingewikkelder en veel moeilijker. Je stapt over je eigen schaduw heen en voorbij je eigen mening. Je maakt eigenlijk een ander deurtje open; je moet namelijk je hart openen.”
Meliani legt de lat wel heel erg hoog: ‘je hart openen’ en ‘Je stapt over je eigen schaduw heen en voorbij je eigen mening.’ Wie kan dat? Ik denk alleen iemand die al totaal zonder oordelen door het leven gaat. Een niet zo’n verlicht persoon wordt geïrriteerd of zelfs boos als iemand een mening geeft die diametraal staat op de eigen waarden.

Verhalenvertellers

Dat geldt zeker voor die grote thema’s die Sheher en Garmy benoemen: Israël en Palestina, lhbtq-rechten, migratie. Ik bepleit: laat ze met rust deze grote thema’s. Leer jongeren over elkaars werelden door elkaars gebedshuizen te bezoeken – er ging een wereld voor me open toen ik met een groep MBO’ers een synagoge, moskee en kerk bezocht – door te vertellen over elkaars gewoontes en feestdagen. Organiseer een iftar, aanbijt en kerstdiner en nodig verhalenvertellers uit. Luister en geniet, maar houd je mening over die grote thema’s voor je, uit respect voor elkaar.  

Protestantse getuigeniscultuur

Van een kennis met veel ervaring in gemeentelijke overleggroepen kreeg ik de reactie: “Het eindeloze benoemen van verschillen en pijnpunten is een overblijfsel van de dominante Protestantse getuigeniscultuur, dat in verschillende dialoog-verbanden opgeldt doet, maar niet tot meer verbondenheid of begrip heeft geleid.”

Doe samen dingen waarbij de verschillen worden geëerd maar niet worden uitgesproken zoals samen muziek maken, een oud gebouw voorzien van een mooie muurschildering, open een buurtrestaurant waar een ieder voor een schappelijke prijs kan aanschuiven. 

Vooral dat laatste lijkt me een taak voor de gemeente die nog niet zo lang geleden bijna alle buurthuizen heeft gesloten. Organiseer dagelijks aanschuiftafels in bestaande eetgelegenheden. Aanmelden en aanschuiven en voor een schappelijk bedrag samen eten. Met wat spelregels waaronder: houd vooral je mening voor je over onderwerpen waar je niets aan kan veranderen. 

Vredige samenleving

Van een joodse kennis geboren in Paramaribo kreeg ik als feedback: ‘Zo ging het ook altijd in Suriname. En vandaar ook de hoge assimilatie van Joden want er werd niet gediscrimineerd. Maar wel een prachtige, vredige samenleving.’ In Amsterdam hoeven we niet bang te zijn voor gemengde huwelijken of hoge assimilatie, maar we maken ons terecht zorgen over de toenemende agressie in de stad. En over de onbekendheid met elkaars gewoontes en culturen doordat we, laten we eerlijk zijn, in een gesegregeerde samenleving wonen. 

Teken van respect

“Je hoort echt dat mensen thema’s of onderwerpen vermijden,” zegt Garmy. 

Dat lijkt me vaak heel verstandig. En dat is geen teken van ‘niet kunnen samenleven’ maar een teken van respect. Als de grondhouding van een ieder is: “Ik weet dat we anders denken over veel onderwerpen”, maar we gaan wel samen naar school waar we talen, geschiedenis en wiskunde leren. En we kunnen genieten van elkaars eten en muziek, wie weet, zal het in Amsterdam ooit zo zijn als hier in Kochi, Zuid-India waar ik tijdelijk ben neergestreken. 

Kerken, moskeeën, tempels en zelfs een synagoge staan op een paar vierkante kilometer. Mensen nemen elkaars gewoontes over, genieten van elkaars feestdagen, maar blijven hun religie trouw. Praten over de verschillen? Neen, dat doen ze daar al eeuwen niet. En wellicht gaat het daarom in deze Zuid-Indiase havenstad al zo lang goed. 

Ik zou zeggen: leer van samenlevingen waar niet wordt gepraat maar waar men vredig naast en vooral met elkaar leeft. 


cover: samen koken en eten in Esther’s Coockery, foto Bloom, 2018

Over Bloom 196 Artikelen
Achter Bloom gaat Wanda F Bloemgarten schuil. Socioloog en wetenschapsjournalist, onder meer Elsevier Science Publishers. Voor het NIW ontwikkelde ze de academische rubriek Periodica Judaica. Liefhebber van swingende diensten, actuele kunst en minimal music. Lid van NIHS, AMVJ-golf en Maccabi-tennis. Bezoeker van sjoel West, Bendigamos en Alats Libie. Mede-oprichter en eindredacteur van De Vrijdagavond.

4 Comments

  1. Dag, ik ben het vaak niet met u eens maar dit vind ik een verhelderend stuk.ik heb vrienden waar ik gezellig mee kan samen zijn, doordat we niet over verschillen discussiëren maar elkaar respecteren. Was iedereen maar zo. Bedankt

    • dank Heleen, het is geen eenvoudig vraagstuk want ik snap de ‘dialoogbehoefte’ als groepen langs elkaar heen leven. Toch is elkaar respecteren zoals je zegt door niet de verschillen op tafel te leggen, vaak de gulden weg. Ik ben nu wel benieuwd naar waar u het niet met me eens bent…

  2. Hallo Wanda, Ik ben het gedeeltelijk met je eens. Als je het niet over ingewikkelde dingen hoéft te hebben, kun je er beter niet over beginnen. Dus als een ander jou niet dwingt om in zijn God te geloven of zijn politieke voorkeur te volgen dan laat je polariserende onderwerpen liggen. Inderdaad: “Wat heb je eraan om dat te horen? Waarom die vrijheid blijven beschermen in plaats van terughoudendheid en vermijding van conflict te stimuleren?” En small talk is een goede manier om de altijd klaarliggende dreiging van conflicterende meningen te neutraliseren.
    Maar een mens is ook een meningendier. Het ligt in onze menselijke aard om over allerlei dingen na te denken, ik zou er niet voor zijn dat te stoppen. En het ligt nu eenmaal in de aard van onze gedachten dat ze zich niet beperken tot onszelf, die gaan ook over de wereld, over de samenleving en dus, ja, ook over andere mensen. Dan zijn botsende opvattingen onvermijdelijk, zoals jij zegt: “Een dialoog waarbij individuele vrijheid mag bloeien kan niet anders leiden dan tot meningsverschillen.” Ook jij ziet mensen niet zo snel oordeelloos door het leven gaan (al lijk je dat wel een hoogtepunt van verlichting te vinden).
    Maar ik ga verder dan jij. Want jouw stelling: “Als je niemand wilt overtuigen van jouw mening is niet-praten over de verschillen het beste dat je kan doen” kan ik niet onderschrijven. Dat komt omdat ik niet geloof in het genoemde uitgangspunt van niemand te willen “overtuigen van jouw mening”. Ik vind dat onrealistisch omdat ik denk dat, net zoals denken niet te stoppen is, ook de bijbehorende illusie van het denken maar heel gedeeltelijk te beperken is. De illusie namelijk dat wat logisch is voor jou, meteen voor iedereen die redelijk denkt logisch is. Als vanzelf denken wij ook voor anderen, en menen we te weten wat goed is voor een ander. Op een of andere manier is dat (helaas?) inherent aan denken. Gelukkig krijgt een mens ook vaak genoeg het signaal dat hij met zijn goede bedoelingen bij de ander over de grens is gegaan, en weet hij de grensoverschrijding op tijd te stoppen.
    Los daarvan: niet iedereen kan zich bezighouden met het maken van een mooie muurschildering of muziek. Er moeten beslissingen genomen worden over allerlei gevoelige onderwerpen zoals cartoons in de klas, burgerschapsonderwijs, en er moeten grenzen gesteld worden aan theocratische tendenzen. Daar moét je wel over nadenken en over praten, het liefst ondersteund door maatschappelijke debatten daarover.
    In het vermijden van debat en dialoog als strategie voor de-polarisatie kan ik dus niet echt geloven. Wél in het bewaken van het respect en de omgangsvormen waarmee je met elkaar praat. En afwisseling met andersoortige activiteiten is altijd goed.
    Groet,Naud

    • Deze week schrijft rabbijn Katzman in de ‘droosje van de week’ (onderaan homepage deze krant): ‘Thuis is de plek waar je helemaal jezelf kunt zijn’. Hij doet het in een andere context, maar ik zie een zekere terugkeer naar dit wat ouderwets aandoende adagium wel zitten. Want ‘het recht om alles, overal, hoe en wanneer je maar wilt’ te uiten, heeft in deze social-media-tijd een dermate grof-gruwelijke vorm aangenomen, dat het stimuleren van ‘Thuis is de plek waar je helemaal jezelf kunt zijn’ mij een goed medicijn lijkt. Natuurlijk heb je gelijk Naud dat er allerlei meningen bestreden moeten worden, ‘wij van de media’ doen niet anders, maar in de publieke ruimte, op scholen en universiteiten, op de socials, zou ik wat minder uitingen van frustraties, boosheid en meningen van harte toejuichen. Ik leer van culturen waarin niet het aller-individueelste (en het hebben van een ‘eigen mening’) het hoogste goed is, maar waar soepel samenleven hoger staat aangeschreven. Dus het ‘bewaken van respect en de omgangsvormen waarmee je met elkaar praat’ zou wat mij betreft even een hogere prioriteit mogen hebben dan de vrijheid om overal ‘helemaal jezelf te kunnen zijn’.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*