Is een rabbijn nodig voor ‘de preek van de week’?

beeldmerk Joodse Vernieuwing in NL
Print Friendly, PDF & Email

25 anekdotes

naar aanleiding van

25 jaar Beit Ha’Chidush

Tijdens de eerste diensten van Beit Ha’Chidush vertelde m’n Amerikaans-Amsterdamse vriendin Sauci Bosner met veel bravoure het Toraverhaal van de week.

Bosner kende ik van een clubje ongeorganiseerde Joden die elkaar ontmoetten in een chavurah. Een vriendenclub waar we maandelijks het wel en wee van ons (veelal seculiere) Joodse leven bespraken en waar de in New York opgegroeide Sauci een spiritueel element aan toevoegde. Zo kwamen de Hollands-Joodse jongeren (meest 20ers en 30ers) uit seculiere of atheïstische gezinnen in aanraking met iets anders dan ingewikkeldheden in Israel of de nawerking van de oorlog. Bosner was en is een heel spiritueel persoon met de prachtige bedrijfsnaam Miracles by Appointment. Ik genoot van haar bijdragen, kende het van de progressieve sjoels in de Verenigde Staten, maar de aardse intellectuelen en Hollands-nuchtere nieuwsgierigen van het eerste uur luisterden er met bevreemding naar. Giechelden als Sauci vroeg hand in hand te zitten, of mee te chanten. Ik chant nog steeds, nu in de vorm van kirtan (spirituele spreuken in het sanskriet zo vaak herhalen met repetitieve opzwepende muziek erbij, dat je vanzelf een beetje omhoog gaat en je dagelijkse besognes vergeet). Echter, in het nuchtere Nederland heeft niet iedereen dit ‘religie-gen’. 

‘Religie-gen’ is een woord van Bloeme Evers z”l. Zij gebruikte het om de vatbaarheid te omschrijven voor het hogere. Of het Hogere, zoals men wil. Hoewel Bloeme, de modern orthodoxe feministe avant la lettre, dokter in de pedagogiek, schrijfster van vele boeken, levenslang docent Joods leven, moeder van vijf en leidsvrouw van sjoel West, niet naliet te zeggen: “religie komt van religare, dat verbinden betekent”. Verbinden, het woord dat nu te pas en te onpas wordt gebruikt, vond ik zó mooi, het was precies wat ik zocht – wetend hoe kaal en kil het fanatieke atheïsme kan zijn dat ik kende uit mijn opvoeding. 

Bloeme was de eerste persoon, buiten het kernteam van de startup Beit Ha’Chidush, die ik vroeg de drasha te geven. Ik kende haar van Deborah, de vrouwengroep die het traditionele Joodse ‘kerkgenootschap’ een beetje opener wilde maken voor de kwaliteiten van vrouwen. Dat lukte. Bloeme Evers-Emden (Amsterdam 1929 – Herzliya 2016) maakte nog mee dat Deborah zich ophief wegens behaalde successen. Zij was een trouw lid van van de NIHS* werd beschouwd als de moeder van de (modern) orthodoxe sjoel West en was sjomer sjabbat. Vooral dat laatste bracht uitdagingen met zich mee.

Bloeme zei zonder te aarzelen ja op mijn vraag ‘wil je de droosje geven voor het ‘Huis van Vernieuwing’. Ontzettend moedig want ik merkte inmiddels dat de traditionele Joodse gemeenten niets moesten weten van een ‘ongebonden sjoel’. Religie was hun terrein. Daarnaast mochten duizend bloemen bloeien, maar het monopolie op religie (dus bepalen wie rabbijn is, wat die mag doen, welke rituelen en minhag – gewoontes – worden gevolgd en vooral wie Joods is en wie niet), dat was duidelijk afgebakend in Nederland en rigoreus verdeeld tussen de liberalen en orthdoxen. Totdat BHC op het toneel verscheen. Achteraf begrijp ik beter hoe verstorend dat moet zijn geweest – zomaar een sjoel, met diensten, met gastrabbijnen, met al spoedig zoveel bezoekers dat de ruimte (waar hooguit dertig mensen konden zitten) te klein werd, ja dat werd gevoeld als een bedreiging. Niet als een leuke nieuwe loot aan de stam zoals ik in al mijn naïviteit verwachtte. 

Bloeme Evers trok zich er niets van aan wat ‘men’ vond. Integendeel, ze vond het wel leuk dat jongeren iets ondernamen op het gebied van ‘religare’.

Bloeme, moeder van de orthodoxe rabbijn Raph Evers, was sjomer sjabbat – zij hield zich strikt aan de orthodoxe sjabbatvoorschriften. Een ieder uit haar kring zou ‘neen’ zeggen uit angst iets nieuws te erkennen als legitiem, om ‘geen regels te overtreden’ of wat dan ook, maar Bloeme zei ja. En vertelde me wat nodig was om sjomer te blijven die sjabbes in het voorjaar van 1996. Ik kocht eten bij Mouwes, richtte m’n zolderkamer op vier hoog (allemaal trappen) in op hoog bezoek, scheurde een WC-rol tot een stapeltje losse vellen, deed voor de avond viel alle lichten aan en de volgende ochtend liepen we naar de Gerard Dousjoel (zo’n vijf kilometer verderop). 

Bovenal zette ik met een grote glimlach de komst van Bloeme Evers in het NIW bij de berichten over de sjoeltijden van de traditionele gemeentes. Dat kleine berichtje maakte indruk, een gezaghebbende orthodoxe vrouw die een droosje geeft bij die rare club op de Keizersgracht, het kan niet waar zijn. Maar het was waar. Bloeme gaf nooit een droosje op sjabbat, dat kon niet in haar eigen sjoel want daar mocht de vrouwenstem niet klinken op de bima – de heilige plek voor de Tora en de mannen. Bloeme deed het wel en zeer geleerd, de mensen hingen aan haar lippen.

De volgende ochtend namen we alle tijd, al lopend naar de Gerard Dousjoel, om onze ervaringen te bespreken – en ik ging het sjomer (bewaken of houden aan) van de sjabbat meer waarderen, want lopend dwars door het drukke Amsterdam op een zaterdagochtend zonder maar even te verlangen iets te kopen of te proeven, was een indrukwekkende ervaring. Bloeme’s droosje, haar moed, deze hele bijzondere sjabbat, het is een dierbare herinnering uit het eerste jaar van een poging een frisse wind te laten waaien in de wat stoffig geworden Joodse gemeenschap in NL.

*Hoofdsynagoge, ofwel de regio Amsterdam van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, ofwel NIK. K van Kerkgenootschap – in de 19de eeuw ingevoerd om te integreren in een land vol kerken.

Over Bloom 35 Artikelen
Achter Bloom gaat Wanda F Bloemgarten schuil. Socioloog en wetenschapsjournalist. Mede-oprichter Beit Ha'Chidush, Villa Mazzelsteijn en Cohen&Co. Liefhebber van Carlebach-stijl diensten, street-art en minimal music. Lid van NIHS/Amos en drie tennisclubs. Eindredacteur van dit online magazine.

2 Comments

  1. Een ontroerende herinnering aan ’toen’.
    Misschien schrijf je ook nog eens over de ‘jesjieve bocher’ uit die tijd?

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*