beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip
Parasja

In het Jodendom is geen enkel voorwerp of persoon inherent heilig

Ki Tissa bevat een van de merkwaardigste passages in de Tora.  Een aantal weken geleden lazen we: “Maak geen beeld of afbeelding van iets dat boven in de hemel is, daaronder op aarde, of in het water onder de aarde – kniel daar niet voor neer en aanbid het niet.” (Shemot 20:4)  We zagen later dat het Joodse volk deze instructie enthousiast aanvaardde: “We zullen alles wat God zegt doen, er goed naar luisteren!” (Shemot … [Lees verder]

beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip
Parasja

Laven aan de echokamer van ons eigen gelijk

In de parasha Wajeshew komt het sluitstuk van het verhaal van de Awot, onze voorvaderen, op stoom.  Vanaf deze week is het verhaal van Tora niet langer een verhaal van individuen, maar een verhaal van een steeds groter wordende familie, die zich langzaam ontwikkelt tot een volk. Deze ontwikkeling gaat bepaald niet zonder slag of stoot.  We lezen aan het begin van de parasha dat de jongste zoon van Ja’akow, Joseef, moeite heeft om een … [Lees verder]

beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip
Parasja

Mogelijk is niet iedereen van de stad schuldig. Noach 5785: een mens in zijn tijd

Het woord genocide is een term die we dezer dagen te pas en te onpas horen. Het is een politiek statement, een makkelijk verwijt dat naar zijn aard afschuw oproept.  Maar door het gratuite geroep dreigt de werkelijke betekenis van dit woord te verdwijnen: handelingen gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen (Artikel II van het … [Lees verder]

beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip
Parasja

Onze herinneringen wekken een sterk gevoel van behoren op – Rosh Hashana 5784

In parashat Haazinoe, die wij aankomende shabbat, Shabbat Shoewa (de naam van de shabbat tussen Rosh Hashana en Jom Kippoer) zullen lezen, geeft Moshe, in de vorm van een gedicht, een aantal laatste aanwijzingen aan het Joodse volk. Hij houdt ze voor dat er moeilijke tijden zullen zijn, waarin ze זכר ימות עולם :Gd mogelijk zullen vergeten. Als tegengif voor dat vergeten zegt hij tegen het Joodse volk Denk aan de dagen van vroeger, de … [Lees verder]