‘Je bent een zionist! Een zionist,’ schreeuwen de Satmar-jongens naar me

mijn eigen weg #35 

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen

24 februari 2014

“Besjitas koifrim ein anoe ma’aminim, besjitas koifrim ein anoe ma’aminim.”
“Wij geloven niet in de weg van de afvalligen, wij geloven niet in de weg van de afvalligen.“

Dit refrein klinkt regelmatig door de straten van Jeruzalem uit de monden van de Satmar-chassidim. Ik kijk daar niet van op. De zionisten zullen iets van zich hebben laten horen, in de buurt of misschien wel op de radio. En dan volgt er vanzelf weer een of andere demonstratie waarbij deze woorden luidkeels door de smalle straatjes schallen.

“Besjitas koifrim ein anoe ma’aminim, besjitas koifrim ein anoe ma’aminim.” De stemmen komen dichterbij. 

En dan ineens staat er een groepje van zo’n vijf of zes jongens van de jesjiewe om me heen. “Wij geloven niet in de weg van de afvalligen, wij geloven niet in de weg van de afvalligen.” 

Er wordt aan mijn jas getrokken. ‘Zionist, zionist!’ M’n hoed wordt van mijn hoofd geduwd. Deze valt op straat. Auw! Ik krijg een klap in mijn gezicht. Nu sla ik er ook op los. Maar tegen zo’n grote groep kan ik niet op. Weer een klap. Ik struikel. 

Onderhand klinken de woorden luid. ‘Je bent een zionist! Een zionist!’ Ik grijp mijn hoed en zet het op een lopen in de richting van de jesjiewe. De jongens zijn er dus achter gekomen waarmee ik me bezighoud.

Besjitas koifrim ein anoe ma’aminim, besjitas koifrim ein anoe ma’aminim, klinkt onderweg door mijn hoofd. 

Hoe vaak heb ik het zelf niet luidkeels meegeroepen! Ook in Stamford Hill in sjoel of als klein jochie nog in het cheider. Vaak samen met tattie.

Ik sta stil. Op de stoep zie ik mijn koffer staan. M’n beddengoed hangt eroverheen. Ook de kleren en mijn schoenen uit mijn kast liggen op de grond. Boven uit het raam schalt het hard over het plein: “Wij geloven niet in de weg van  de afvalligen, wij geloven niet in de weg van de afvalligen.”

Satmar jesjiewe, bron Satmar op X

Ik ben dus niet langer welkom hier. Ze hebben me uit de jesjiewe gegooid. Toli, de zionist. Voel ik me verdrietig? Boos? Nee, eigenlijk helemaal niet. Ik heb tattie toch iets beloofd? Dat ik altijd iets zou moeten doen voor de zionisten, maar toch vroom zal blijven. Ik voel me eigenlijk een beetje trots. 

De spullen prop ik in mijn koffer. Mijn studieboeken haal ik later wel op als ze er dan tenminste nog staan. Ik steek het plein over tot op de hoek van de straat bij het parkje. Daar val ik neer op een van de bankjes. Wat nu? Ik heb honger en voel me moe. Nu moet ik wel zorgen dat ik in ieder geval voor vanavond een dak boven mijn hoofd krijg.

‘Mimme Feigel, mag ik vanavond naar jullie toekomen in Arad?’ ‘Ja natuurlijk Toli. Je weet dat je altijd welkom bent. Maar hoezo vanavond? Moet je niet in de jesjiewe zijn?’ ‘Eigenlijk wel. Maar ik zal het vanavond wel uitleggen.’ ‘Lieverd, is alles goed met je? Moeten we ons zorgen over je maken? Zal vetter Eli je van de bus ophalen?’ ‘Nee mimme. Alles is goed. Fijn dat ik mag komen.’

Het is best een gesleep met die koffer. Maar eenmaal in het busstation koop ik een falafel voor mezelf en wacht bij de halte tot de bus komt die me naar Arad gaat brengen. Elke keer wanneer ik met de bus moet voel ik me nog steeds onzeker. De hele tijd kijk ik om me heen of ik geen vreemde verdachte figuren zie lopen die de bus op zouden kunnen blazen. Ik zie wel veel beveiligers rondlopen, maar toch is er na die aanslag van toen angst. Misschien vergis ik me maar het voelt of veel meer mensen dat bange gevoel hebben wanneer ze de bus instappen. 

‘Heb je alle spullen van de jesjiewe meegenomen? Ga je niet terug? Is er wat gebeurd?’ Mimme begrijpt dat er iets aan de hand is. Maar ze voelt ook aan dat ik het moeilijk vind om het allemaal te vertellen. 

‘Kom, ga zitten, hier is eerst een kop soep.’ Natuurlijk kan ik mimme en vetter niet vertellen wat tatti mij heeft toevertrouwd, dat hij heel erg tegen de zionisten is, net als de Rebbe. Maar dat hij wel graag wil dat ik altijd iets voor de zionisten blijf doen. Omdat die toch ook zijn leven hebben gered.

In mijn verhaal voor tante en oom, houd ik het erop dat ik ambulances schoonmaak voor Magen David Adom. En dat dit niet van de jesjiewe mag omdat dit te zionistisch zou zijn. 

‘Narrisjkeit’ roept vetter Eli. ‘Hoe vaak heb ik jouw vader al verteld dat ook hij ook eens op moet houden met dat Satmar gedoe!’ Ik haal m’n schouders op. ‘Wat ga je nu doen Toli? Ga je op zoek naar een andere jesjiewe? Misschien moet je hier in Arad iets zoeken.’  

‘Ik weet het nog niet mimme, ik wil in ieder geval terug naar Jeroesjalajim.’ ‘Hoe dan ook, hier staat een bed voor je klaar. Denk er maar eens goed over na’. ‘Trouwens wat heb je een nare kras op je gezicht? Ben je gevallen? En onder je oog zit ook een blauwe plek.’ Ik grinnik een beetje. ‘We hebben wat gestoeid, voordat ze me hebben weggestuurd.’ Met ongeloof in hun ogen kijken mijn oom en tante me aan. ‘Het is niks bijzonders.’ Gelukkig wordt er niet verder gevraagd. 

Ik val maar niet in slaap. Ik zie de vechtpartij weer voor me. Nu ben ik wel boos. En ook verdrietig. Wat heb ik nou helemaal verkeerd gedaan? Die ambulances die ik help schoonmaken worden toch ook gebruikt voor Satmar-Jidden die ze soms nodig hebben? En die soldatentraining is toch ook voor de veiligheid van alle chassidim in Erets Jisroeil? 

Door het raam kijk ik uit op de nachtelijke woestijn. De woestijn van Judea met daarboven die enorme sterrenhemel. Dit land heeft Hasjeim ons ooit beloofd. 

Waarom kunnen we hier niet met z’n allen samen in vrede wonen? Ik ril voor het open raam door de koude woestijnwind en kruip toch maar weer onder de dekens.


Mimme tante
Vetter oom
Hasjeim De Eeuwige

Over Lody van de Kamp 132 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*