Toli, zorg ervoor dat je altijd verbonden blijft met onze Jiddisje wereld, met de generaties voor ons

Mijn eigen weg #30

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen

28 september 2013

Ik tel de maanden. Kisleiw, Teiweis, Sjewat. En nu is Tisjri al bijna voorbij. Het is dus tien maanden geleden dat ik naar Erets Jisroeil vertrok. 

Toch heb ik het gevoel alsof ik gisteren hier in Stamford Hill nog op straat liep. Gisteravond was Jomtof afgelopen. In sjoel zat ik op die dagen braaf naast tattie. Tijdens het eten zorgde ik ervoor dat ik een dewar-toire klaar had om te vertellen. Of kon herhalen wat we tijdens de sjioer in de jesjiewe aan chidoesjim hadden gehoord. Iedere keer keek tattie me tevreden aan. Ik zag dat hij  trots was op zijn zoon. En dat gaf mij dan weer een opgewekt gevoel. 

De leukste momenten in deze week thuis waren wel in de keuken en aan tafel met mammie. ‘Naftoli, eet de cake nu maar op. Het hele schoteltje is helemaal alleen voor jou.’ Zou mammie nu echt denken dat ik in de jesjiewe niets te eten krijg?

Mammie kijkt me peinzend aan. ‘Naftoli, ik begrijp jou wel. Wat tattie en ik van jou verwachten was misschien toch wat te hoog gegrepen. Ook als je geboren wordt binnen een chassidische familie betekent dat niet meteen dat je die weg ook altijd gaat volgen. En als je een nazaat bent van een grote Rebbe wil dat niet altijd zeggen dat je ook zelf een Rebbe gaat worden. Maar je weet dat dit tatties droom was. Jij bent de oudste van de kinderen. Toen jij in de wieg lag was het eerste wat tattie zei “Nu krijgen wij weer een nieuwe Rebbe”. 

‘En al die jaren had hij zijn hoop op jou gevestigd.’ Ik knik. Aan de ene kant voel ik mij schuldig. Tattie moet in mij dus wel heel erg teleurgesteld zijn. En dan weet tattie nog niet de helft van wat ik mammie vanochtend heb verteld. Over de vrijdag-jesjiewe in Ma’ale Adumim, mijn baantje bij de ambulances. En natuurlijk mijn bijna wekelijks gang op Moitse Sjabbos naar de Koisel. 

Maar nu ik zo tegenover mammie zit, voel ik me ook heel warm van binnen. Dat ik een moeder heb aan wie ik alles durf te vertellen. Ook dingen die heel erg ingaan tegen hoe zij tegen die buitenwereld, die ik de afgelopen tijd heb ontdekt, aankijkt. 

‘Naftoli, of misschien moet ik maar gewoon Toli zeggen. Natuurlijk zal ik dit niet delen met tattie. Ik zal dit allemaal heel moeilijk vinden. Jouw vader is een groot Talmied chochom. Maar jij begrijpt nu wel als geen ander dat hij wat afgesloten van de buitenwereld leeft. Zoals wij dat in onze kringen allemaal een beetje doen. Kun me mij één ding beloven?’ 

Ik voel dat mijn handen beginnen te trillen. Wat verwacht mammie van mij? ‘Hoe jij ook verder gaat, in de chassidische gemeenschap of misschien daarbuiten, zorg voor één ding. Dat je altijd verbonden blijft met onze Jiddisje wereld. Sjabbes, leren, kasjroes. Dat je altijd verbonden blijft met de generaties voor ons. Dat je altijd de Rebbe ook recht in de ogen kunt blijven kijken.’ 

Mammie pakt mijn trillende handen, trekt mij over de tafel naar zich toe en drukt mij tegen zich aan. Zoals alleen een moeder dat kan doen met haar eigen kind. We blijven een paar minuten zo zitten. ‘Toli, drink je thee op. Anders wordt het koud. Ik ga nu eerst naar de slager en ook jouw schoenen ophalen. Hopelijk zijn ze al klaar’. 

Lief zusje, maak je geen zorgen om mij. Het is fijn om thuis te wonen en mammies eten te krijgen. Maar in Erets Jisroeil is het ook heel goed. 

‘Maar vind je het dan niet erg dat je niet thuis slaapt? En dat je mammies lekkere soep niet te eten krijgt? En vind je het niet erg dat je de volgende week weer weg moet?’ Ik knijp in Chayele’s hand. ‘Nee lief zusje, maak je geen zorgen om mij. Het is fijn om thuis te wonen en mammies eten te krijgen. Maar in Erets Jisroeil is het ook heel goed. Ik leer heel veel in de jesjiewe. En ik heb daar allemaal nieuwe vrienden. Ook ga ik bij onze tante mimme Feigel en oom vetter Eli op bezoek.

Tante Feigel maakt net zulke lekkere soep als mammie. Wist jij dat mimme Feigel en mammie zusjes zijn?’ 

We lopen langs de vijver verder het park in. ‘Hier heb ik een keer een nieuwe vriend gekregen. Hij heette Oliver. En hij speelde hele mooie muziek voor mij.’ ‘Was hij aardig?’ ‘Hij was heel aardig. Hij speelde speciaal Joodse muziek toen ik langskwam.’ ‘Ik wil Oliver zien. Komt hij hier ook vandaag ?’ We kijken om ons heen. ‘Nee, ik zie hem niet.’

Bijna elke dag ben ik deze week samen met Chayele gaan wandelen. We hebben samen boodschappen gedaan. We zijn naar de speeltuin geweest en hebben net als vandaag heel veel samen gekletst. Zoals voordat ik naar Jeroesjalajim ging.

Samen zijn met mijn zusje, dat waren waarschijnlijk wel de mooiste momenten van deze week thuis. 

‘Toli! Toli, kom binnen. Wat heb ik jou lang niet gezien!’ Juffrouw Gloria, de bibliothecaris springt op van haar stoel en loopt op me af. Mensen die achter de lange tafels zitten te lezen kijken bijna verschrikt op. ‘Kom, kom even mee naar mijn kantoortje.’ ‘Hoe is het? Ga zitten. Studeer je nog in Israël?’ 

Ik ga zitten en vertel haar over de jesjiewe in Jeruzalem. Maar ook over mijn computerlessen die ik daar nog steeds volg. En hoe ik nu goed Engels kan lezen en ook verder gevorderd ben met andere schoolvakken waarvan ik hier in Stamford Hill eigenlijk niet zoveel heb meegekregen. ‘Dat heb ik natuurlijk ook aan u te danken.’ Juffrouw Gloria glundert. ‘Weet u nog, die eerste boeken uit de bibliotheek die ik stiekem van u meekreeg? En mijn geheime lidmaatschap?’ ‘Natuurlijk, Toli. En ook die boze vader van jou.’ Juffrouw Gloria schatert het uit.

Met een goed gevoel loop ik naar huis. Ik heb vandaag precies gedaan wat ik me had voorgenomen. Praten met mammie, wandelen met mijn Chayele en langsgaan bij de bibliotheek. Het leukste komt misschien nog. 

Vanavond naar de club. Hopelijk spreek ik Gedalje en Jaffa daar. Tegelijk komt er wel een beetje sombere gedachte bij mij op. Overmorgen vertrek ik weer naar Jeroesjalajim. Maar dan samen met tattie. Ik kan dan niet naar Ma’ale Adumim gaan. En ik heb ook al doorgegeven dat ik in die tijd niet kom werken op de ambulance. 

Tattie wil natuurlijk ook dat ik mee ga naar de Rebbe. Nou vooruit, dat moet dan maar. Er komt dus een weekje aan waarin ik mij voorbeeldig ga gedragen. Voorbeeldig in de wereld van tattie.


Dewar-toire: Een uitleg op een vers uit de Tora
Chidoesjim: Exegeses over een citaat uit de Talmoed
Talmied chochom: Schriftgeleerde 


Over Lody van de Kamp 127 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*