“Wie de notulen uit 1940 leest, ziet vooral wat er niet staat. Die stilte is geen toevallige leegte, maar een keuze. En het is een stilte die hier, in deze zaal, nog altijd voelbaar is. Niet als rust, maar als een echo van woorden die hadden moeten klinken en nooit zijn uitgesproken.”
Op zondag 30 november 2025 zei ik dit in Hotel The Grand, in de statige raadszaal van het voormalige stadhuis van Amsterdam.
Daar werd voor het eerst officieel stilgestaan bij het ontslag van de dertien Amsterdamse raadsleden die in 1940 uit hun functie werden gezet. Omdat zij Joods waren of communistisch. Wat hen werd aangedaan, werd destijds niet benoemd. Hun namen verdwenen uit de notulen, hun lege stoelen bleven onbesproken. De stad zweeg, en dat zwijgen duurde 85 jaar.
Zwijgen doorbreken
Samen met Lian Heinhuis nam ik het initiatief om dat zwijgen eindelijk te doorbreken. In aanwezigheid van nabestaanden, raadsleden en vele betrokkenen brachten we de verstoten raadsleden symbolisch terug naar de plek waar ze thuishoren: het hart van de Amsterdamse democratie.
Lian Heinhuis, fractievoorzitter van de PvdA, verwoordde het vrijwel unanieme zwijgen zo:
“Tijdens onze voorbereiding kwamen we een moment tegen dat mij diep heeft geraakt. Dit moment is beschreven door een van de raadsleden van de SDAP, voorloper van mijn partij, die wist dat hij uit de raad zou worden gezet: Ben Sajet, Zijn dochter Danielle is vandaag aanwezig en zal zo ook spreken.
Ben beschrijft de laatste fractievergadering in 1940 waar hij en de andere joodse raadsleden bij waren. Een fractievergadering zoals ik zelf ook iedere maandagavond heb. Wetend dat hij en de andere joodse fractiegenoten uit de gemeenteraad worden gezet vanwege hun identiteit, vraagt hij, als niemand er verder ook maar iets over zegt, om één enkel woord van medeleven. Een simpele erkenning van wat hem en de andere drie joodse fractiegenoten werd aangedaan. Van de andere elf fractieleden reageert dan alleen Jan Bommer met sympathie. Fractievoorzitter Schmitt antwoordde: ‘Nou eenmaal niet sentimenteel te willen zijn’. De overige negen raadsleden bleven stil. Zeiden niets. En men ging over tot de orde van de dag.”
Burgemeester Femke Halsema sprak over het morele falen van de stad in 1940. Danielle Sajet maakte de geschiedenis van haar vader Ben Sajet persoonlijk voelbaar. Schrijver Arnon Grunberg deelde zijn reflecties op de betekenis van herdenken.
Uitblijven solidariteit
In onze toespraak benadrukten we dat deze geschiedenis niet alleen gaat over het onrecht dat deze dertien raadsleden werd aangedaan, maar ook over het uitblijven van solidariteit van hun collega’s. Juist de mensen die aan dezelfde tafels zaten en dezelfde verantwoordelijkheid droegen, zwegen toen hun Joodse en communistische fractiegenoten werden weggestuurd. Het laat zien hoe een democratie niet verdwijnt door één klap, maar door talloze kleine stiltes.
Ik formuleerde het zo:
“Aan de nabestaanden: wij willen zeggen dat uw familieleden ertoe deden. Dat hun namen thuishoren in deze zaal. Dat hun bijdrage aan de stad niet vergeten mag worden.
Aan onze stad willen we zeggen: democratie is geen gegeven. Het is een dagelijkse oefening in moed. En als wij iets leren van deze dertien mensen, laat het dan dit zijn: dat wij nooit denken dat het beter is om stil te blijven dan om te spreken. Dat wij nooit voorbijgaan aan onrecht, omdat het ingewikkeld is om het te benoemen. En dat wij beseffen dat verantwoordelijkheid vandaag vraagt om handelen in vrijheid. Een vrijheid die hen toen werd ontnomen.”
Herdenken is alleen zinvol wanneer het de verantwoordelijkheid van vandaag scherper maakt. In een tijd waarin uitsluiting en wantrouwen opnieuw terrein winnen, vraagt volksvertegenwoordiging om morele moed: om te spreken wanneer stilte gemakkelijker is, om zorgvuldig met taal om te gaan, om te luisteren voordat er geoordeeld wordt, en om alert te blijven op patronen die groepen mensen uitsluiten.
Permanente vorm van herinnering
Tegelijkertijd kijken we vooruit. We onderzoeken samen met de gemeente hoe een permanente vorm van herinnering kan worden gerealiseerd, onder andere met een plaquette bij de nieuwe raadzaal die momenteel in het stadhuis wordt verbouwd. Zo blijft hun verhaal zichtbaar voor toekomstige raadsleden en voor iedereen die het huis van de Amsterdamse democratie betreedt.
Met deze herdenking kregen de dertien raadsleden hun plaats terug in het geheugen van de stad. Hun namen en hun verhalen horen bij Amsterdam. De belofte die we deze middag uitspraken is helder: zij zullen niet opnieuw verdwijnen.
cover: Herdenking raadsleden, The Grand, 30 november 2025, foto’s Bloom
Well done Itay, eindrlijk na zoveel jaar wordt er weer iets rechtgezet. Deze 13 Joden hebben veel betekend voor onze stad. Je ziet de Sjoa is nog onder ons. Never a dull moment. Nu is het de raad dan het Gemeentelijk Vervoersbedrijf dan weer Justitie met de Hooge Raad . Ik weet zeker dat Sjmoeel ,mijn goede vriend,je grootvader trots op je is wat je allemaal doet voor de gemeenschap.
Ephraim, de dertien door de Duitse machthebbers ontslagen gemeenteraadsleden waren communisten en/of joden. Bij de ontslagen CPN’ers waren ook niet-joden. Allemaal worden gelijkwaardig herdacht door de huidige gemeenteraad.
Ik verwachtte tenminste de namen hier te zien.
Itay noemde alle namen in zijn vorige artikel in dit blad. Hierbij nogmaals want u heeft gelijk: laten we hen noemen, zo vaak mogelijk.
Het gaat om de raadsleden:
CPN
• David Wijnkoop
• Nicolaas Beuzemaker
• Louis Jansen
• Johan Hinrik Janzen
• Esther Teeboom-van West
• Leendert Seegers
• Johan van Brederode
RSAP
• Henk Sneevliet
SDAP
• Ben Sajet
• Alida van Blitz-Bonn
• Alida de Jong
• Jonas Jacob van der Velde
Onafhankelijk
• Maurits de Hartogh
Wanda je hebt natuurlijk gelijk dat geldt natuurlijk ook voor de niet- Joodse raadsleden.