Hoe de naam van Rabbi Jehuda Halevi verdween uit het Jeruzalemse straatbeeld

schidelrij met in rood Spanje en daarvoor oude man met witte baard voorstellend Jehuda HaLevy

Wie op zoek gaat naar een straat in Jeruzalem vernoemd naar de beroemde dichter Jehuda Halevi komt bedrogen uit.

Dit wekt des te meer bevreemding omdat het juist deze Joodse dichter is die sinds de opkomst van het moderne Zionisme een grote populariteit geniet in academische en religieuze kringen. 

Jehuda Halevi (1075-1141, acroniem Rihal) is zowel breed gewaardeerd zowel om zijn religieuze als ook profane gedichten. Bovendien is hij de auteur van de Kuzari, een beroemd filosofisch werk.

Overigens: in het centrum van Tel Aviv is de Jehuda Halevistraat een van de centrale wegen, terwijl er in Caesarea een standbeeld van hem staat.

Gouden Eeuw

In de jaren twintig van de vorige eeuw besloot het wijkcomité van de Jeruzalemse wijk Rechavia om de hoofdstraten van de wijk te benoemen naar de beroemde Spaans-Joodse geleerden die leefden in de zogeheten Gouden Eeuw: Samuel Hanagid, Ibn Ezra, Ibn Gvirol, Maimonides, Nachmanides en Jehoeda Halevi. 

Arabische ruiter

Juist Jeruzalem, een stad met een duidelijk godsdienstig karakter, volstaat met een steegje van een paar treden die van de Jewish Quarter naar de kotel leiden. Dit steegje wordt ‘De opgang van Rabbi Jehuda Halevi.’ Het herinnert aan de beroemde legende die door historici in twijfel wordt getrokken dat Rihal, die via Alexandria aankwam, uiteindelijk in 1141 in Jeruzalem arriveerde, de stenen van Jeruzalem kuste en, bij het reciteren van Zion, ha-lo tisjali, vertrapt werd door een Arabische ruiter. Deze fabel wordt onder andere door Heinrich Heine beschreven.

Klaagzang voor Tisj’a Beav

Een door Rihal geschreven klaagzang, die deel uitmaakt van de hedendaagse liturgie van Tisj’a Beav (de negende van de maand Av, de vastendag wegens de verwoesting van de Tempel) begint met de woorden:

?ציון, הלא תשאלי לשלום אסירייך

Zion, zul je niet om het welzijn van jouw gevangenen vragen?

In deze klaagzang beweent de dichter de verwoesting van de tempel in Jeruzalem en geeft uiting aan zijn droom naar de Verlossing.

Een andere bekende tekst, waarin de dichter zijn verlangen naar het Heilige Land verwoordt, luidt:

Mijn hart is in het oosten, maar ik ben in het uiterste westen. Hoe kan ik nog genieten van mijn eten; wat vind ik daar nog aan? Hoe zal ik wat ik gezworen en beloofd heb nog realiseren, terwijl Zion nog steeds in de boei van Edom is geslagen en ik in Arabische ketens vastzit? Het lijkt me gemakkelijker om de goedheid van Spanje te verlaten en kostbaarder om het stof van de verwoeste tempel te aanschouwen.

De Kuzari, geschreven in het Arabisch, is een van de belangrijkste filosofische werken van het Joodse denken. In dit werk beweert Rabbi Jehuda Halevi dat de Goddelijke aanwezigheid het voelbaarst is in het Heilige Land.

Mythe: Menachem Ussishkin hernoemt de Jehuda Halevistraat naar zichzelf.

De in Rusland geboren Menachem Ussishkin (1863-1941) was een van de zionistenleiders van het vroege uur. In 1919 op alija gekomen, was hij van 1923 tot 1941 president van het Joods Nationaal Fonds. In die positie heeft hij zijn stempel gedrukt op de kolonisatie van het land door land aan te kopen, nederzettingen te stichten en bossen te planten.

Hij woonde oorspronkelijk met zijn gezin in het Machanajimhuis in de Nevie’iemstraat in Jeruzalem. Nadat de Britse Hoge Commissaris in 1927 zijn ambtswoning ten gevolge van een aardbeving moest opgeven, confisqueerde hij Usshiskins huis en moest deze verhuizen. Hij betrok een huis dat in 1931 voor hem werd gebouwd in de Rechawjawijk in een straat die toen Keren Kajemet (JNF) heette.

Toen gebeurde er iets ongebruikelijks: in 1933, ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag, herdoopte hij zelf de straat waar hij woonde in de ‘Menachem Usshishkinstraat’. De Keren Kajemetstraat kreeg een nieuwe, nabije locatie. Sinds die tijd beweren boze tongen tot vandaag, dat de zeer dominante en krachtdadige president van het JNF, die door zijn tegenstanders soms spottend ‘Tsaar Menachem’ of de ‘Joodse Bismarck’ werd genoemd, de straatnaam van Rabbi Jehuda Halevi heeft verruild voor zijn eigen naam. (In de regel worden in Israël nieuwe straatnamen postuum vastgesteld, maar niet tijdens het leven van een bekende persoon.)

Zoals bekend: mythes zijn vaak onuitroeibaar

Bestudering van de oude stadsplannen van Rechavia laat zien dat de naam van de straat waar Menachem Ussishkin in 1931 kwam wonen, Keren Kajemetstraat heette en pas twee jaar later Menachem Ussishkinstraat ging heten. De legende, volgens welke Ussishkin de naam van Rihal heeft verwijderd, is dus een fictie.

naambord met in het Engels, Arabische en Engels Ma'alot Rabbi Yehuda Ha-Levy

Tijd voor een brede Rabbi Jehuda Haleviboulevard

Feit blijft, dat de brede Rihalstraat om onduidelijke redenen is verdwenen en daarvan alleen een klein, onooglijk parkje resteert dat het Kuzari parkje wordt genoemd. Wordt het niet hoog tijd dat Israëls hoofdstad zich siert met een brede Jehuda Halevi boulevard?


cover: Rabbi Yehuda Ha-Levi, schilderij, bron Aish

– beeld- Rachel Lyra Hospodat/Flickr

Over Jaap Colthof 15 Artikelen
Dr. Jaap Colthof, geboren in Den Haag, woont sinds 1979 in Jeruzalem. De laatste jaren doet hij historisch onderzoek naar de geschiedenis van het Nederlandse Jodendom in de 19de en begin 20ste eeuw. Hij publiceerde een boek met markante verhalen uit Joods Amsterdam rond 1800 en een biografie over de Amsterdamse opperrabbijn Jozef Zvi Dunner. Verder publiceerde hij artikelen in het Nederlands, Hebreeuws en Engels, onder andere over de Rotterdamse opperrabbijn Bernhard Loebel Ritter.

1 Comment

  1. Wat mooi om dit te lezen! Tijdens mijn onderzoek naar Sallie Pinkhof kwam ik zijn boek ‘Naar uw jeugd van vroeger – Jehoeda Halevi’s “Coezari en wij” tegen en via zijn vertaling vond ik de nieuwere versie van de vertaling van de Kuzari, van de hand van Rolf Post. Niet makkelijk voor mij om te lezen, maar zeer interessant. Dank voor dit stuk!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*