Toli, terwijl jullie nog met krijtjes op een schoolbord schrijven, gaat de wereld met grote stappen verder

Mijn Eigen weg #15 

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen

10 mei 2012

Vandaag is het de negende keer dat ik naar mijn cursus ga. Ik ben al zover dat ik de letters op het toetsenbord uit mijn hoofd ken. Daardoor kan ik bijna de hele tijd naar het boek kijken dat naast me ligt en tegelijkertijd naar het scherm voor mij kijken. Het typen doe ik nu uit mijn hoofd.

Door deze lessen weet ik nu een beetje hoe ik met een computer moet werken. Er is een wereld voor me open gegaan. Een wereld waarvan ik nauwelijks wist dat deze bestond. Het was allemaal juffrouw Gloria’s idee. 

‘Toli, Ik begrijp best dat jouw vader zo moeilijk doet over onze niet-Joodse boeken. Maar ergens moet een mens toch meegaan met zijn tijd. Terwijl jullie nog met krijtjes op een schoolbord schrijven, gaat de wereld met grote stappen verder.’ 

Zij liet mij een groot wit bord zien dat aan de muur hangt in de bibliotheek. Door het drukken op een paar knopjes toverde ze allemaal mooie plaatjes tevoorschijn. ‘Deze borden hangen in klassen in een heleboel scholen. Zo wordt er tegenwoordig geleerd.’ 

Door nog een paar keer op de knopjes te drukken liet ze me ineens allemaal Joodse letters zien. En even later een foto van een hele grote sjoel. Ik was meteen helemaal verkocht. ‘Juffrouw Gloria, ik wil dit ook doen.’ 

Ik nam een stoel en ging achter het toetsenbord zitten.‘Zeg maar wat ik moet doen’. Juffrouw Gloria begon te lachen. ‘Dat gaat zomaar niet. Dit moet je echt leren. Iedere woensdagavond hebben wij hier een cursus voor mensen die ook nog niet weten hoe je hiermee omgaat. Als je wilt kan ik je hiervoor inschrijven.’ 

Ze zag meteen aan mijn gezicht dat dit voor mij een doodlopende weg is. Tattie zal dit nooit goed vinden. Hij vindt niet eens goed dat ik nog in de bibliotheek kom. Dat weet juffrouw Gloria toch? 

‘Toli, misschien moet je dit niet aan jouw vader maar aan jouw moeder vragen. Moeders zijn soms wat verstandiger.’ Ik haal mijn schouders op. Als tattie het niet goed vindt gaat mammie ook geen ‘ja’ zeggen. ‘Toli probeer het toch maar. Misschien vindt ze het goed. En dan kun jij leren wat je allemaal met een computer kunt doen. Als je het niet vraagt kom je geen stap verder. Nou ja, geen stap verder?  Misschien wel met die dikke wijze Joodse boeken, maar niet in de moderne wereld’. 

Mammie zet haar bril iets verder naar voren en duwt de draad door de naald. Ze neemt een lepel matzemeel en vult daarmee de  dubbelgevouwen huid van de kippenhals. Ze pakt de naald weer op en naait de hals dicht. Zo wordt het een klein zakje voor in de soep voor sjabbes. ‘Toli, ik weet nu even niet wat ik hierop moet zeggen. Vanavond als tattie thuis komt ga ik het met hem bespreken. Je weet soms niet hoe tattie ineens dingen toch zomaar goed vindt. Het lijkt me verstandig dat je dit echt even aan mij overlaat. Zullen we dat afspreken?’ Ik knik. Meer dan dit kan ik nu niet doen. Maar ik geloof niet dat ik binnenkort de cursus zal kunnen volgen. 

‘Naftoli, ga even zitten. Mammie vertelde mij een paar dagen geleden over die computerles. Je weet dat al dat moderne gedoe niets voor ons is. De Elterzeide had ook geen computers. En toch heeft hij een plek gekregen in Gan Eden.’ En dan is tattie stil. Hij staart voor zich uit. Is dit het einde van het verhaal? Zijn we hierover uitgepraat? Zoals zo vaak haal ik m’n schouders maar weer eens op. Voor mij is het allang duidelijk dat de wereld van tattie en mijn eigen wereld steeds verder uit elkaar groeien. Voor mij is de tijd waar onze Elterzeide in leefde niet meer van deze tijd. Het heeft geen zin om hierover met tattie te praten. We worden het toch niet meer met elkaar eens. Maar dan gebeurt er een wonder. 

‘Toch hebben mammie en ik gisteren hier nog lang over gepraat. We hebben besloten dat we jou inschrijven voor deze cursus.’ Ik kan m’n oren niet geloven. Hoor ik het goed? Tattie kijkt me met zijn grijze ogen ernstig aan. ‘Maar ik ga je ook vertellen waarom ik het goed vind. Eerst zei ik nee, dit gaan we niet doen. Niets geen computers. Maar Naftoli, je hebt een heel verstandige mammie. Dat weet je natuurlijk wel maar ik zal je nu vertellen waarom ik jou dit zeg. Hopelijk ben je oud en verstandig genoeg om dit te begrijpen. 

Mammie heeft mij ervan overtuigd dat wij niet langer altijd maar ‘nee’ moeten zeggen tegen jou. Wij zijn er nu wel achter gekomen dat jouw weg misschien iets anders loopt dan de weg van de andere jongens in de jesjiewe en misschien ook iets anders dan de weg van je broertjes en je zusjes. Altijd maar nee zeggen gaat met jou niet werken. Dus wordt het deze keer met het leren om te gaan met een computer een ‘ja’. Weer vraag ik mezelf af of ik het wel goed gehoord heb. ‘Ik mag naar de computerles?’ 

Tatties hand strijkt door z’n baard. Met de andere hand maakt hij een van zijn peijes netjes. ‘Wel ben ik vanmiddag bij de bibliotheek langs geweest. Daar heb ik die mevrouw gesproken. Hoe heet ze ook al weer?’  ‘Juffrouw Gloria’. Haar naam komt heel zachtjes uit mijn mond. Tattie is naar de bibliotheek geweest? ‘Ja, ik heb met haar gepraat. En we hebben afspraken gemaakt over wat jij wel en wat je niet op de computer mag zien. Geen stoute plaatjes, niks over andere geloven. Geen enge dingen. En ze heeft mij beloofd dat jouw lessen helemaal koosjer zullen zijn. Hoe kent ze dat woord koosjer eigenlijk? Heeft ze dat van jou geleerd?’ ‘Misschien heb ik het wel eens met haar over koosjer en treife gehad. Zou best kunnen.’  

Tattie staat op. ‘Elke woensdagavond van half acht tot half negen ga je naar die cursus. Direct na sjoel. Zul je wel je best doen?’ 

Dat hoeft tattie geen twee keer te zeggen. Als een kleine jongen omhels ik tattie. En tattie drukt mij tegen zich aan. Het lijkt wel of ik juist door de computer weer dichter bij tattie ben gekomen.

Pas later op de avond dringt het tot me door dat tattie en mammie dus wel moeten hebben geweten dat ik al deze tijd, ondanks dat het mij verboden werd, gewoon naar de bibliotheek ben blijven gaan. 


Elterzeide Overgrootvader

wordt vervolgd  

Over Lody van de Kamp 112 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*